Onder de naam Peil.onderwijs voert de inspectie de regie over periodieke peilingsonderzoeken in het  primair onderwijs. Peil.onderwijs is de opvolger van PPON, uitgevoerd door Cito. Welke kennis en vaardigheden hebben leerlingen op de gepeilde inhoudsgebieden? Hoe ziet het aanbod van scholen eruit? De onderzoeken van Peil.onderwijs brengen het in beeld. Het is input voor een brede dialoog over de inhoud, kwaliteit en het niveau van het onderwijs op de betreffende inhoudsgebieden.

(Beeldtitel: Peil.Bewegingsonderwijs. Beeldtekst: Ongeveer 50% van de basisscholen en 75% van de sbo-scholen heeft een vakleerkracht bewegingsonderwijs, is er een bevoegde groepsleerkracht, dan geeft deze maar op relatief weinig scholen aan meerdere groepen les (vakspecialist).)

LEVENDIGE MUZIEK

Ik ben blij als ik iets nieuws heb geleerd en laatst heb ik de overslag geleerd, en die kan ik nu ook alleen, zonder hulp.
MEISJESSTEM: Welke onderdelen ik het leukste vind, dat zijn basketballen vind ik altijd heel leuk en ringzwaaien vind ik ook wel grappig boogschieten, dansen, heel af en toe en hockey, want dat doen we ook weleens, dat vind ik wel leuk, en voetbal.
Ik heb wel echt het gevoel dat kinderen zich prettig voelen dat ze op hun eigen niveau en tempo en dat ze gewoon op hun eigen veiligheid kunnen gymmen en dat je niet wordt opgejut.
HERKE VAN BEEK: Ik zie in z'n algemeenheid dat kinderen minder bewegen dan vroeger maar ik zie dat hier op school niet terug.
Onze visie is dat ieder kind zich in eigen tempo en op z'n eigen manier ontwikkelt en daar is een bewegingsonderwijsles bij uitstek geschikt voor.
SEM BLEEKER: Vakspecialist bewegingsonderwijs houdt meer in dan alleen gymles geven, want buiten spelen is ook een onderdeel daarvan.
Ik word er heel erg blij van als er kinderen zijn die een succeservaring beleven.
En dat zijn vooral kinderen die moeite hebben met gym waarvan ik echt, als die dan een moment hebben bijvoorbeeld, die ineens kunnen duikelen, dat dat lukt dat is fantastisch om te zien.
En dan zie je ook die vreugde bij die kinderen.
En dat is waar je het voor doet dat kinderen succeservaringen hebben, ook om hun zelfvertrouwen te bevorderen.
Ik wil meegeven dat ze op hun eigen tempo en hun eigen niveau kunnen bewegen en dat ze niet naar anderen hoeven te kijken, maar vooral naar zichzelf.
En dat ze dus eigenlijk persoonlijke records halen en geen wereldrecords.

(Kinderen voetballen.)

MANON DE HAAS: In 2006 hebben we eerder zo'n peiling bewegingsonderwijs gedaan, nu doen we dat opnieuw.
Met die peilingen brengen we eigenlijk in kaart hoe het staat met de vaardigheden rondom bewegingsonderwijs.
Waarom ik het belangrijk vind dat je dat als team bespreekt dat je dus ook rond bewegingsonderwijs afspraken maakt met je team net als dat je dat doet over taal, rekenen, andere vakken die je aanbiedt.
Want bewegingsonderwijs is meer dan alleen motorische vaardigheden aanleren het gaat ook om het leren samenwerken, het omgaan met verlies zelf inschatten: wat kan ik wel, wat kan ik niet? Hoever kan ik gaan?
DIANA TERLINGEN: Bewegingsonderwijs wordt bij ons op school aangeboden door een vakleerkracht, die dus gespecialiseerd is in bewegingsonderwijs en daarvoor ook het diploma heeft behaald.
We hebben daar heel bewust voor gekozen omdat bewegingsonderwijs meer is dan alleen maar het toepassen van de leerlijnen, met betrekking tot de motorische ontwikkeling.
Het is vooral ook gericht op het stukje sociaal-emotionele ontwikkeling en dat is bij ons op school wel heel erg belangrijk.
Je kan sportief doen, als je veel energie hebt dan kan je dat hier allemaal los laten gaan.

(Jongens judoën.)

Wat vind ik het leukste aan gym?
Soms als er iets fout gaat, bijvoorbeeld, je trapt iemand vroeger ging ik altijd door, maar nu heb ik vaak geleerd om te stoppen en te helpen.
Dat helpt me bij de wedstrijd ook heel vaak.
De lessen zijn soms dat ik denk van: moet ik nu weer een les gaan doen?
Maar gym is ook hier echt superleuk.
Ze hebben altijd wel weer iets nieuws, dat je denkt van: wow.
JEROEN BUYLE: Als vakleerkracht gym ben je binnen de school echt toch wel bijna overal bij betrokken.
Natuurlijk over de inzet op het schoolplein, natuurlijk de gymlessen.
Maar je kent ook alle kinderen, dus als je iemand tegenkomt op de gang dan is het altijd bekend en je weet overal wel van.
Ik zie eigenlijk alle kinderen van kleuter totdat ze schoolverlater zijn en als je dan ziet wat voor bewegingslijn ze, zeg maar, doormaken dat is fantastisch om mee te mogen maken.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Inspectie van het Onderwijs. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Beeldtekst: Het aantal lesminuten bewegingsonderwijs is sinds 2006 vrijwel gelijk gebleven. Op vijf van de acht onderdelen is de bewegingsvaardigheid van basisschoolleerlingen t.o.v. 2006 afgenomen.)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER TOT HET EIND VAN DE VIDEO

(De prestaties op de zes genormeerde onderdelen variëren van gemiddeld tot laag. Leerlingen zijn over het algemeen positief over bewegingsonderwijs. Bewegingsvaardigheid hangt vooral samen met de inschatting van de eigen sportieve vaardigheden, BMI en geslacht. Meer resultaten van Peil.Bewegingsonderwijs? Kijk op www.peilpunt.nl.)