Per 1 augustus 2015 is voor scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs de wettelijke bepaling over de sociale veiligheid van leerlingen op school in werking getreden. Op deze pagina leest u hoe het inspectietoezicht op de sociale veiligheid eruit ziet.

Wat is sociale veiligheid?

Een school is veilig als de sociale, psychische en fysieke veiligheid van leerlingen niet door handelingen van anderen wordt aangetast. Dat betekent dat er een veilige en positieve sfeer is op school. Het betekent ook dat de school optreedt tegen pesten, uitschelden, discriminatie, geweld en andere vormen van ongepast gedrag, en deze zoveel mogelijk voorkomt.

Zorgplicht

In de wet van 4 juni 2015 is een zorgplicht voor scholen geregeld. Wat houdt de zorgplicht in voor scholen?

Scholen moeten ervoor zorgen dat:

  • Er een veiligheidsbeleid wordt gevoerd
  • Er jaarlijks een monitoring plaatsvindt van de veiligheidsbeleving van leerlingen
  • Er een coördinator en aanspreekpunt is voor sociale veiligheid.

Lees meer over de zorgplicht van scholen.

Toezicht op hoofdlijnen

De inspectie beoordeelt of het veiligheidsbeleid van de school voldoende is en let er daarbij vooral op of een school de veiligheidsbeleving van leerlingen monitort en (als dat nodig is) maatregelen neemt tot verbetering. In de wet is geregeld dat een school de monitoringsgegevens aan de inspectie beschikbaar stelt.

Toezicht in stappen

De informatie van de school over de sociale veiligheid van leerlingen speelt dus een belangrijke rol, en de inspectie sluit daar zoveel mogelijk bij aan. Het toezicht doorloopt drie stappen, afhankelijk van de situatie en eventuele risico’s.

Stap 1: Monitoring

De school monitort periodiek de veiligheidsbeleving van de leerlingen. Als deze op tekorten wijst, treft de school verbeteringen. De inspectie stelt jaarlijks vast of de school monitort. Dit blijkt uit de (getotaliseerde) gegevens die de school aan de inspectie beschikbaar heeft gesteld.
Als de school (a) monitort en er geen risico’s zijn, of (b) als er risico’s zijn én de school passende maatregelen neemt voor verbetering, is er geen verdere aandacht van de inspectie nodig.  Lees meer over de monitoring sociale veiligheid.

Stap 2: Zo nodig: inspectie vraagt nadere informatie

Als uit stap 1 naar voren komt dat (a) de school niet monitort of dit onduidelijk is, of (b) de school monitort maar er risico’s zijn én onduidelijk is of de school voldoende maatregelen neemt voor verbetering, vraagt de inspectie het bestuur om nadere informatie. Dit kan schriftelijk of in een gesprek met het bestuur.

Stap 3: Zo nodig: inspectie doet onderzoek

Als uit stap 1 naar voren komt dat (a) de school niet monitort en er (aanwijzingen voor) risico’s zijn, of (b) de monitoring van de school ernstige risico’s laat zien, of (c) de verbeteringen (nadat stap 2 heeft plaatsgevonden) onvoldoende zijn en de situatie niet verbetert, kan de inspectie besluiten ertoe over gaan nader onderzoek uit te voeren.

Hoe oordeelt de inspectie?

De inspectie beoordeelt de situatie als onvoldoende als het bestuur onvoldoende invulling geeft aan de wettelijke zorgplicht voor sociale veiligheid vanwege het ontbreken van een adequaat veiligheidsbeleid.
Dat is het geval wanneer uit het onderzoek (zie stap 3) blijkt dat sprake is van onvoldoende sociale veiligheid of ernstige risico’s én de school daar in haar veiligheidsbeleid onvoldoende op reageert. Ook als de monitoringsinformatie om een adequaat veiligheidsbeleid te voeren ontbreekt, voldoet de school niet aan de wettelijke eisen. 

Het onderwerp sociale veiligheid is één van de onderwerpen die aandacht krijgt in de vernieuwde werkwijze van de inspectie en is daarin één van de standaarden van kwaliteit.

Naleving zorgplicht

De wet is ingegaan per 1 augustus 2015. Handhaving van de nieuwe wettelijke eisen vindt plaats met ingang van schooljaar 2016/2017.

De inspectie doet momenteel ervaring op met de vernieuwing van het toezicht, dat in 2017 uitgangspunt van het inspectietoezicht zal zijn. De inspectie betrekt hierbij ook de recente aanpassingen in de wettelijke eisen voor kwaliteit op het terrein van sociale veiligheid en schoolklimaat.