Toezicht op monitoring sociale veiligheid

Een onderdeel van de zorgplicht sociale veiligheid is dat scholen ieder jaar monitoren of de leerlingen zich veilig voelen op school. In ons toezicht letten we ook op deze monitoring. Dit doen we aan de hand van de door de school bij ons aangeleverde monitoringsgegevens. Scholen kiezen zelf met welke instrumenten zij monitoren, mits deze aan de wettelijke eisen voldoen.

Toezicht op naleving sociale veiligheid

De inspectie beoordeelt of het veiligheidsbeleid van de school voldoende is en let er daarbij vooral op of een school de veiligheidsbeleving van leerlingen monitort en (als dat nodig is) maatregelen neemt tot verbetering. In de wet is geregeld dat een school de monitoringsgegevens aan de inspectie beschikbaar stelt.

Aanlevering monitoringsgegevens

De informatie van de school over de sociale veiligheid van leerlingen speelt dus een belangrijke rol, en de inspectie sluit daar zoveel mogelijk bij aan. Het toezicht doorloopt drie stappen, afhankelijk van de situatie en eventuele risico’s.

Stap 1: Monitoring

De school monitort periodiek de veiligheidsbeleving van de leerlingen. Als deze op tekorten wijst, treft de school verbeteringen. De inspectie stelt jaarlijks vast of de school monitort. Dit blijkt uit de (getotaliseerde) gegevens die de school aan ons beschikbaar heeft gesteld.

Als de school (a) monitort en er geen risico’s zijn, of (b) als er risico’s zijn én de school passende maatregelen neemt voor verbetering, is er geen verdere aandacht van de inspectie nodig. 

Stap 2: (Zo nodig) inspectie vraagt nadere informatie

Als uit stap 1 naar voren komt dat (a) de school niet monitort of dit onduidelijk is, of (b) de school monitort maar er risico’s zijn én onduidelijk is of de school voldoende maatregelen neemt voor verbetering, dan vragen we het bestuur om nadere informatie. Dit kan schriftelijk of in een gesprek met het bestuur.

Stap 3: (Zo nodig) inspectie doet onderzoek

Als uit stap 1 naar voren komt dat (a) de school niet monitort en er (aanwijzingen voor) risico’s zijn, of (b) de monitoring van de school ernstige risico’s laat zien, of (c) de verbeteringen (nadat stap 2 heeft plaatsgevonden) onvoldoende zijn en de situatie niet verbetert, kan de inspectie besluiten ertoe over gaan nader onderzoek uit te voeren.

Als dan blijkt dat er sprake is van onvoldoende sociale veiligheid of ernstige risico’s én de school daar in haar veiligheidsbeleid onvoldoende op reageert. Ook als de monitoringsinformatie om een adequaat veiligheidsbeleid te voeren ontbreekt, voldoet de school niet aan de wettelijke eisen. We beoordelen de situatie dan als onvoldoende.

Instrumenten voor monitoring

Er zijn allerlei instrumenten waarmee scholen kunnen monitoren. Scholen zijn vrij in de keuze van het instrument, zolang dat aan de wettelijke eisen voldoet.

Voor informatie over het instrument dat de school gebruikt (zoals over hoe de meting eruit ziet, wanneer de meting plaatsvindt, en of het instrument aan de wettelijke eisen voldoet) kunnen scholen contact opnemen met de aanbieder van het meetinstrument dat de school gebruikt.

Met een aantal aanbieders van instrumenten heeft de inspectie afspraken gemaakt. Lees hierover meer op de webpagina Instrumenten monitoring sociale veiligheid.

Monitoring veiligheidsbeleving leerlingen in het (v)so, sbo en pro

Bij leerlingen waarbij (speciale) methodeonafhankelijke toetsen worden afgenomen, zou het mogelijk moeten zijn een (aangepaste) vragenlijst over veiligheid en welbevinden af te nemen. Wanneer dit bij leerlingen niet mogelijk is, bijvoorbeeld door de cognitieve mogelijkheden, de (ontwikkelings)leeftijd of een (meervoudige) beperking is het van belang dat de school de veiligheidsbeleving van deze leerlingen op een andere manier in beeld brengt. In de Notitie ‘monitoring veiligheidsbeleving leerlingen in het (v)so, sbo en pro’ van LECSO vindt u mogelijke instrumenten en suggesties/uitgangspunten voor monitoring bij leerlingen met een ernstig meervoudige beperking.

Aanlevering monitoringsgegevens

De wet geeft aan dat de school ervoor zorgt dat de monitoringsgegevens aan de inspectie beschikbaar worden gesteld , zodat we inzicht krijgen in de feitelijke en ervaren veiligheid en het welbevinden van leerlingen. Het gaat niet om gegevens van individuele leerlingen, maar om het gemiddelde beeld van de sociale veiligheid van de school.

Als school in het speciaal onderwijs kunt u op 2 manieren de monitoringsgegevens voor het schooljaar 2018/2019 aanleveren:

  • via de toetsleverancier
  • via het Internet Schooldossier (dit geldt alleen voor so-scholen). Hiervoor geldt dat het bestuur per school de samengevoegde monitoringsgegevens uploadt onder het documenttype Veiligheidsmonitor. Onderdeel van dit document is een onderbouwing waarin het bestuur beschrijft hoe de wijze van monitoring aansluit bij de kenmerken van de leerlingpopulatie én waarom de gegevens representatief zijn. Het is belangrijk dat alle documenten die betrekking hebben op de monitoring het documenttype Veiligheidsmonitor krijgen.

Wanneer aanleveren?

Het aanleveren van gegevens uit de monitoring in schooljaar 2018/2019 kan tot het einde van dat schooljaar plaatsvinden. De aanbieder van uw meetinstrument kan u informeren over de periode waarin de monitor die u gebruikt door scholen kan worden afgenomen. En ook over het moment wanneer de levering aan ons plaatsvindt. Meestal is dat aan het eind van het schooljaar 2018/2019.