Taal en rekenen

Leerlingen hebben voldoende basisvaardigheden nodig voor een goede aansluiting op het vervolgonderwijs en om later in de maatschappij goed te kunnen functioneren. Bovendien zijn deze basisvaardigheden nodig om kennis te vergaren bij alle andere vakgebieden. Eén van de taken van ons onderwijsstelsel is om ervoor te zorgen dat leerlingen voldoende geletterd en gecijferd zijn.

Peil.Taal en rekenen 2018/2019 geeft zicht op taal- en rekenvaardigheden van leerlingen aan het einde van het basisonderwijs door een analyse van de leerlingresultaten op de vijf eindtoetsen die in april 2019 afgenomen konden worden. Uit de peiling blijkt dat we er in Nederland goed in slagen om onze ambities te realiseren als het gaat om het taal- en rekenniveau dat leerlingen aan het einde van de basisschool minimaal moeten beheersen (1F, het fundamentele niveau). In 2019 beheerst 98 procent van de leerlingen niveau 1F voor lezen, 97 procent 1F voor taalverzorging en 94 procent 1F voor rekenen. Om goed te kunnen functioneren in de maatschappij, is beheersing van het streefniveau (1S/2F) noodzakelijk. Alleen bij lezen wordt de ambitie van 65% -het gewenste percentage leerlingen dat einde basisonderwijs het streefniveau haalt- gehaald. Toch haalt ook bij lezen bijna een kwart van de leerlingen het streefniveau niet. Bij rekenen haalt zelfs meer dan de helft van de leerlingen het streefniveau niet. Het vraagt dus de nodige inspanningen van het voortgezet onderwijs om de leerlingen na het verlaten van de basisschool alsnog op het algemeen maatschappelijk functioneel niveau te brengen.