Het vierjaarlijks onderzoek bestuur en scholen

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Op het niveau van het bestuur onderzoeken we in elk geval de kwaliteitszorg en het financieel beheer. Het vierjaarlijks onderzoek ziet er op onderdelen anders uit voor middelbaar beroepsonderwijs en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. 

Bij de scholen kunnen wij de volgende onderzoeken uitvoeren.

  • Het zogenaamde verificatieonderzoek laat zien of de sturing op de kwaliteit door het bestuur ook in de praktijk werkt. Daarnaast brengen we de kwaliteit bij de onderzochte scholen in beeld op vooraf bepaalde standaarden.
  • Als we tijdens de voorbereiding van het vierjaarlijks onderzoek vermoeden dat de kwaliteit van een school onvoldoende is, kunnen we een kwaliteitsonderzoek naar risico’s uitvoeren op vooraf bepaalde standaarden.
  • We kunnen ook scholen, die volgens het bestuur goed zijn, onderzoeken op verzoek van het bestuur. Voorwaarde is dat er een zelfevaluatie plaatsvindt. Alle standaarden worden hierbij onderzocht. Na afloop van het onderzoek kan een school de waardering ‘Goed’ krijgen.

In het vierjaarlijks onderzoek bij besturen en scholen staan de volgende vragen centraal.

  1. Is er voldoende zicht op de onderwijskwaliteit en wordt er gestuurd op verbetering van de onderwijskwaliteit?
  2. Is er een professionele kwaliteitscultuur en functioneert het bestuur transparant en integer?
  3. Wordt er actief gecommuniceerd over de eigen prestaties en ontwikkelingen van het bestuur en die van zijn scholen?
  4. Is het financieel beheer deugdelijk?

Video Vierjaarlijks onderzoek besturen en scholen

Hoe verloopt het vierjaarlijks onderzoek bij besturen en scholen? U ziet het in deze video.

(Verschillende foto's van kinderen in de schoolbanken. Beeldtitel: Het vierjaarlijkse onderzoek bij besturen en scholen in het basis-, voortgezet en speciaal onderwijs. Voice-over:)

VREDIGE MUZIEK

VOICE-OVER: De onderwijsinspectie komt ten minste elke vier jaar op iedere school.

Bovendien worden jaarlijks op afstand de gegevens geanalyseerd van elke school om te zien of er risico's zijn.

En één keer per vier jaar doet de inspectie uitgebreid onderzoek bij ieder bestuur en z'n scholen.

Wat gaat er goed, wat kan er beter en wat moet beter?

Dit vierjaarlijkse onderzoek begint bij het bestuur.

(Een)

VROUW: Kwaliteit van het onderwijs, daar bent u, vinden wij als bestuurder eindverantwoordelijk voor.

En dat betekent dan ook dat al ons onderzoek begint bij het onderzoek naar de bestuurlijke kwaliteitszorg.

En daarom zitten we vandaag hier.

(Naast een foto van een meisje dat op een laptop werkt, verschijnt de tekst: Wat onderzoekt de inspectie? Inspecteur Eline Gerats:)

RUSTIGE MUZIEK

ELINE GERATS: Bestuurlijke kwaliteitszorg aan de ene kant en aan de andere kant onderzoeken wij de onderwijskwaliteit op schoolniveau.

En daar kunnen we eigenlijk een onderscheid in twee categorieën in maken: het onderzoek naar de basiskwaliteit van het onderwijs, wij noemen dat risicogericht onderzoek en het onderzoek naar de overige aspecten van onderwijs, onderwijskwaliteit.

En die overige aspecten dat zijn de ambities die jullie als besturen formuleren vanuit jullie onderwijskundige visie op 'wat is goed onderwijs'.

Dus het gaat erom wat we moeten doen, maar het gaat er ook om wat we zelf willen doen, wat onze eigen ambities zijn.

GERATS: Zeker. Dat onderscheid maken wij heel duidelijk.

En datgene wat moet, die basiskwaliteit, die zit verankerd in de wet.

Dan gaat het om deugdelijkheidseisen.

En daarop zien we toe, dat die basiskwaliteit gewaarborgd is.

En als het moet, passen we ons toezicht daar ook op aan.

En als het nou gaat om die overige aspecten van kwaliteit, dan stimuleren we besturen om daarop ambities te formuleren en om die ook te realiseren.

FRANK DE WIT: Ja, vanuit mijn bestuurlijke rol in het onderwijs is het belangrijk om te weten wat we moeten doen maar het is ook belangrijk dat de inspectie weet wat wij als bestuurders wat ik vanuit mijn school belangrijk vind, en wat onze eigen ambitie is.

En dat gesprek over die eigen ambitie en wat wij zelf willen vanuit het onderwijs dat is voor ons belangrijk.

BEREND BUDDINGH': Het is belangrijk...

dat de bestuurder voortaan als eerste aangesproken wordt.

Van een bestuurder mag verwacht worden dat hij weet wat er in z'n scholen gebeurt, dus ook logisch dat die als eerste wordt aangesproken op wat de kwaliteitszorg is, wat de school ambieert wat de ambities van de school zijn.

En ik denk dan dat het heel goed is dat daar in een tweegesprek of in ieder geval dat dat maatwerk, dat die onderwijsinspectie samen op zoek gaat naar de ambities van die school.

En ja, daar zie ik wel heel erg de voordelen van.

(Aldus Berend Buddingh'. Naast een foto van een jongen die aan een laptop zit, staat de tekst: Waar kijkt de inspectie naar? Gerats:)

DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER

Wij verwachten van besturen dat ze goed zicht hebben op de kwaliteit van het onderwijs op hun scholen.

Dat betekent ten eerste zicht op de onderwijsresultaten van alle scholen en afdelingen op de kwaliteit van het onderwijsproces, goede lessen.

Is er voldoende kwaliteitszorg in de scholen aanwezig een onderzoek naar schoolklimaat.

En als laatste onderzoeken we het financieel beheer van besturen.

Vervolgens: heeft het bestuur voldoende sturingskracht om, daar waar nodig te verbeteren en daar waar ze dat zelf willen op grond van hun eigen ambities een stap verder te komen.

(Naast een foto van een jongen die aan het schrijven is, verschijnt de tekst: Hoe ziet het vierjaarlijks onderzoek eruit?)

DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER

Eén keer per vier jaar doen wij die expertanalyse bij een bestuur.

Dat betekent dat we alle informatie die we over het bestuur en de scholen hebben, onderzoeken.

Dat doen we tijdens een bureau-onderzoek. En dat betreft het financieel beheer dat betreft informatie over de onderwijsresultaten dat betreft signalen die we wellicht hebben gekregen over de scholen.

Dat zijn ook alle beleidsdocumenten, het strategisch beleidsplan de schoolplannen, zelfevaluaties, noem maar op.

En op grond daarvan kunnen wij bepalen waar zich risico's voordoen en wij kunnen bekijken welke beleidslijnen, welke ambities besturen formuleren, welke thema's voor hen op dat moment belangrijk zijn.

En dan gaan we vervolgens een startgesprek voeren met het bestuur.

En dat startgesprek, dat houdt in dat het bestuur presenteert wat de status van het onderwijs is op alle scholen, hoe zij zicht heeft op het onderwijs, hoe zij stuurt, waar zij ziet wat goed gaat, wat beter moet en welke verbeterplannen er zijn geformuleerd en wat daar al van is bereikt.

En tegelijkertijd proberen wij daarbij aan te sluiten.

En hebben we in dialoog met elkaar, maken we eigenlijk een onderzoeksplan.

Ik denk dat het heel goed is dat de inspectie op een andere manier, als critical friend, de school binnenkomt en op een andere manier naar de school en de schoolresultaten kijkt.

Heel belangrijk natuurlijk, dat die kwaliteitszorg goed in beeld is maar ook dat er gekeken wordt naar de ambities van een school. Die wisselen per school en dan is het natuurlijk mooi dat er naar die verschillende ambities wordt gekeken.

En dat er niet alleen maar op één manier wordt gekeken naar scholen en daarop en dat was altijd heel sterk het gevoel, scholen op afgerekend zouden worden maar juist ook gekeken wordt: wat is de school eigen?

Wat maakt een school nou zo bijzonder en waar zitten de ambities van de school?

En ik denk dat dat echt een hele grote stap vooruit is.

(Naast een foto van een meisje met een koptelefoon op, staat de tekst: Op verzoek: Waardering 'Goed'. Frank de Wit:)

DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER

En als wij in het onderwijs nu vinden dat we het goed doen kunnen we je dan ook uitnodigen om op bezoek te komen?

Ja, dat is correct. Als blijkt uit zelfevaluaties van het bestuur dat een bepaalde school of bepaalde afdelingen ambities op overtuigende manier realiseren en ook op overtuigende manier basiskwaliteit realiseren dan kan het bestuur vragen om een onderzoek naar 'goed'.

En wat wij dan eigenlijk doen, is verifiëren of datgene wat in de zelfevaluatie van het bestuur staat, of dat ook klopt of dat waargemaakt wordt.

(Naast een foto van een glimlachend meisje staat de tekst: Onderzoek uitvoeren en terugkoppelen. De Wit:)

DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER

Bezoek je dan alle scholen van een bestuur?

Nee, dat is zeker niet de bedoeling.

Een aantal scholen zal risicogericht toezicht betreffen.

En vervolgens hebben we een selectie van scholen waar we die verificatieonderzoeken gaan uitvoeren.

En daarnaast zal er wellicht een enkele school zijn waar we een onderzoek naar 'goed' gaan doen.

Na afloop koppelen we onze bevindingen terug op twee niveaus.

Op het niveau van de school, en daarnaast hebben we een eindgesprek met het bestuur waarin we een oordeel afgeven over de bestuurlijke kwaliteitszorg.

Het werken aan de kwaliteit van het onderwijs dat is eigenlijk ons dagelijks werk. En de docenten en de begeleiding en de schoolleiding, dat vinden we met elkaar superbelangrijk.

Daar werken we dagelijks aan.

Dus het werken aan onderwijskwaliteit, dat doen wij niet voor de inspectie.

Dat doen we omdat we dat zelf belangrijk vinden.

En ik weet ook dat de inspectie dat ook vindt.

BUDDINGH': En waar we naartoe moeten is dat scholen bewust zijn dat ze het vertrouwen krijgen dat ze dat dus niet moeten beschamen. Dat ze daar juist de voordelen van moeten pakken, en op die manier hun eigen ambities kunnen nastreven.

En dat is het beste voor de leerling.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Inspectie van het Onderwijs. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Beeldtekst: met dank aan: Berend Buddingh', Frank de Wit, leerlingen en medewerkers van het Schoonhovens College. Dit is een productie van de Inspectie van het Onderwijs. Copyright 2016.)

DE VREDIGE MUZIEK SPEELT NOG EVEN VERDER EN EBT DAN WEG

Hoe ziet het vierjaarlijks onderzoek bij een bestuur en zijn scholen eruit?

A. Expertanalyse
Ieder vierjaarlijks onderzoek bij een bestuur en zijn scholen start met een expertanalyse van de informatie die de inspectie beschikbaar heeft over het bestuur en de scholen en opleidingen. Hiervoor hoeft het bestuur geen nieuwe informatie aan te leveren.

B. Startgesprek met het bestuur
In het startgesprek van het vierjaarlijks onderzoek vragen we het bestuur de prestaties en ontwikkelingen van de scholen te presenteren. In dit gesprek leggen we het beeld van het bestuur naast onze eigen analyse. Onze eigen analyse is gebaseerd op onze jaarlijkse monitoring en geeft ons een voorlopig beeld over de kwaliteitszorg, de onderwijskwaliteit en het financieel beheer.

C. Onderzoeksplan
De uitkomst van de expertanalyse en het startgesprek vertalen we vervolgens in een onderzoeksplan. In dit overzicht staat wat we in de verschillende onderzoeksfasen gaan doen, op bestuursniveau en op schoolniveau. Het plan beschrijft welke scholen we onderzoeken voor de verificatie en op welke standaarden wij ons richten. Ook vermelden we in het plan of er scholen zijn waar we een kwaliteitsonderzoek naar risico’s of een onderzoek naar de waardering ‘Goed’ gaan doen.

De uitkomsten van het startgesprek vertalen we vervolgens in een onderzoeksplan op maat. In het plan staat welke scholen we onderzoeken voor de verificatie, en op welke standaarden. Voor de planning en organisatie van de onderzoeksactiviteiten zoeken wij zo veel mogelijk afstemming met het bestuur.

D. Onderzoek bij het bestuur
In de voorbereidende fase hebben we een voorlopig beeld gevormd van de kwaliteitszorg, de onderwijskwaliteit en het financieel beheer van het bestuur. Nu richten we ons op de werking daarvan. Zijn de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs gegarandeerd? Stimuleert het kwaliteitszorgsysteem tot verdere verbetering? Wat zijn de ambities van het bestuur en de scholen? Daarvoor praten we met een aantal betrokkenen, zoals kwaliteitszorgmedewerkers, schoolleiders of coördinatoren. Daarnaast voeren we in elk geval een gesprek met het bestuur, de interne toezichthouder en de medezeggenschap. In het gesprek met het bestuur toetsen we onze voorlopige oordelen over de scholen die we hebben onderzocht.

E. Onderzoek op school- of opleidingsniveau
Voor de onderzoeken op schoolniveau komt de inspectie op de school. We voeren de onderzoeken uit zoals beschreven in het onderzoeksplan. Daarbij maken we gebruik van het waarderingskader. Een belangrijk uitgangspunt is dat we ons steeds baseren op meerdere bronnen. Na afloop van het onderzoek bespreken we de eerste bevindingen direct met de school.

We willen zo veel mogelijk aansluiten bij het zelfbeeld van de scholen die we bezoeken. Dat zelfbeeld staat verwoord in het schoolplan. Naar behoefte kunnen scholen dit beeld completer maken door bij de start van het onderzoek een presentatie te verzorgen. Het schoolteam laat dan zien hoe de school ervoor staat. Wat is de visie, wat zijn de ambities en doelen, welke resultaten heeft de school behaald? De school kan de presentatie naar eigen inzicht invullen. Wij luisteren, kijken en stellen vragen. Daarbij bekijken we ook hoe de informatie die we krijgen, aansluit bij het schoolplan.

F. Eindgesprek en rapport
Na het onderzoek maakt de inspectie een conceptrapport. De uitkomsten van het gehele onderzoek – dus zowel op bestuursniveau als op schoolniveau – zijn in dit conceptrapport opgenomen. Over de verificatieonderzoeken rapporteren we op twee manieren. Op het niveau van het bestuur worden de resultaten gebruikt ter onderbouwing van de oordelen op het kwaliteitsgebied kwaliteitszorg en ambitie. De resultaten op school- of opleidingsniveau staan in een apart hoofdstuk: we geven de oordelen op de standaarden weer en lichten deze toe.

In het eindgesprek met het bestuur bespreken we het conceptrapport. We benoemen wat goed gaat en gaan vervolgens in op de verbeterpunten. Daarbij onderscheiden we wat beter moet (deugdelijkheidseisen) en wat beter kan. We vragen aan het bestuur wat zij gaan doen met de uitkomsten van het onderzoek. Na het eindgesprek met het bestuur en herstel van eventuele feitelijke onjuistheden, passen we het conceptrapport zo nodig aan. In het definitieve rapport staat ook beschreven hoe het vervolgtoezicht wordt ingericht en wat de rol van het bestuur daarin is. Het rapport is openbaar en wordt op onze website geplaatst.

G. Feedbackgesprek op school/bij de opleiding
We willen dat het bestuur en de scholen/opleidingen zich niet alleen herkennen in onze oordelen en waarderingen, maar ook aanknopingspunten zien om zich verder te ontwikkelen. Het bestuur kan hiertoe voorafgaand aan het eindgesprek vragen om een feedbackgesprek. Soms vallen deze twee gesprekken samen. Ook scholen die zijn onderzocht vanwege mogelijke risico’s krijgen aan het einde van het onderzoek op de school desgewenst een feedbackgesprek. We geven de schoolleider en de leraren dan een toelichting op de bevindingen uit het onderzoek en beantwoorden vragen van de school.

H. Vervolgtoezicht bepalen
De uitkomst van het vierjaarlijks onderzoek bepaalt hoe het toezicht op het bestuur en de scholen/opleidingen eruitziet. Hoe intensief het vervolgtoezicht is, hangt af van het oordeel over de financiën en de kwaliteitszorg. Hoe positiever het oordeel hierover, des te minder vervolgtoezicht. Als het bestuur te weinig zicht heeft op de kwaliteit of de financiën, of als het bestuur te weinig doet om de kwaliteit te bewaken of te verbeteren, dan passen we ons toezicht aan. Het vervolgtoezicht is dan intensiever.

De afspraken met het bestuur over het vervolgtoezicht maken we in principe voor vier jaar. Afhankelijk van het verloop van het herstel van mogelijke tekortkomingen en van mogelijk nieuwe ontwikkelingen die de jaarlijkse monitoring aan het licht brengt, kunnen deze afspraken worden aangepast. We onderscheiden in hoofdlijnen vier scenario’s, afhankelijk van onze oordelen en bevindingen.

  1. Kwaliteitszorg op orde en geen tekortkomingen bij scholen en/of het bestuur: vertrouwen – geen vervolgtoezicht nodig.
  2. Kwaliteitszorg op orde, maar tekortkomingen: afspraken met het bestuur over de eigen rol bij het vervolgtoezicht
  3. Kwaliteitszorg niet op orde: in alle gevallen voert de inspectie herstelonderzoek uit.
  4. Financieel beheer niet op orde: combinatie van scenario’s.