Hoe werkt ons toezicht op hoger onderwijs?

De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt en bevordert de kwaliteit van het stelsel voor hoger onderwijs. Verder zien we toe op de financiële rechtmatigheid, doelmatigheid en continuïteit en op de naleving van wettelijke voorschriften door instellingen in het hoger onderwijs. Bij ernstige incidenten kunnen we een onderzoek instellen bij een instelling.

Onderdelen van het toezicht

Onze taken in het hoger onderwijs vertalen we in de volgende onderdelen van het toezicht: 

  1. beoordelen en bevorderen van de kwaliteit van het stelsel voor hoger onderwijs
  2. beoordelen en bevorderen van de kwaliteit van het Nederlandse accreditatiestelsel
  3. beoordelen en bevorderen van de financiële rechtmatigheid, doelmatigheid en continuïteit bij bekostigde instellingen
  4. incidenteel onderzoek bij instellingen bij ernstige klachten of signalen
  5. advisering over toetredingsaanvragen

Onderzoek naar de naleving van wettelijke voorschriften kan zich bij elk van deze onderdelen voordoen. Op stelselniveau gaat het niet alleen om de kwaliteit maar ook om het bevorderen van de naleving van aan de orde zijnde wettelijke voorschriften bij meerdere instellingen, dan wel binnen het accreditatiestelsel. Op instellingsniveau gaat het bij incidenten om de naleving van aan de orde zijnde wettelijke voorschriften door de desbetreffende instelling. Indien bij incidenten de kwaliteit in het geding is, kan de NVAO op verzoek van de minister een onderzoek instellen.

Het toezicht betreft zowel onderwijs bij de bekostigde instellingen als bij de niet-bekostigde rechtspersonen voor hoger onderwijs. Het financieel toezicht betreft echter alleen de bekostigde instellingen, met uitzondering van de advisering over het recht van rechtspersonen om graden te verlenen, waarvoor ook de financiële continuïteit getoetst wordt. Ook bij incidenten waarbij de belangen van studenten aan de orde zijn, kan de inspectie de financiële continuïteit bij rechtspersonen onderzoeken.

Toezicht op de kwaliteit van het stelsel voor hoger onderwijs

Wij volgen systematisch de ontwikkelingen in de kwaliteit en de financiële staat van het hoger onderwijs. We rapporteren jaarlijks over de staat van het hoger onderwijs in het Onderwijsverslag. We streven daarbij naar het evenwichtig signaleren van zowel positieve als zorgelijke ontwikkelingen, bij voorkeur in een vergelijkend perspectief: trends in de tijd dan wel in internationale vergelijking.

Toezicht op het stelsel organiseren we aan de hand van meerjarige programmalijnen. Informatie over deze programmalijnen en de gepubliceerde rapporten vindt u onder Themaonderzoeken hoger onderwijs.

Toezicht op de kwaliteit van het accreditatiestelsel

Het toezicht op het accreditatiestelsel vindt plaats op grond van een afzonderlijk toezichtkader. Hierin staan de werkwijze van het toezicht en het waarderingskader, dat wil zeggen de kwaliteitstandaarden waaraan het accreditatiestelsel dient te voldoen.

Dit toezicht betreft het Nederlandse deel van het Nederlands-Vlaamse accreditatiestelsel en omvat geen toezicht op de NVAO, maar op de kwaliteit van het functioneren van het accreditatiestelsel in Nederland. De rapporten over de kwaliteit van het accreditatiestelsel vindt u onder Themaonderzoeken hoger onderwijs.

Toezicht op financiële rechtmatigheid en continuïteit

Het financiële toezicht op de bekostigde instellingen in het hoger onderwijs bestaat uit toezicht op de financiële rechtmatigheid en doelmatigheid en op financiële continuïteit. Het financieel toezicht is gericht op het bestuur van instellingen en dus niet op afzonderlijke opleidingen en faculteiten.

Incidenteel onderzoek bij instellingen bij ernstige signalen

De inspectie ontvangt regelmatig signalen, dat wil zeggen vragen, klachten, meldingen van klokkenluiders of andersoortige berichten over instellingen. Wij behandelen geen klachten, maar verwijzen klagers altijd naar de instelling voor de behandeling van de klacht. Wel kunnen klachten dan wel een klachtenpatroon een signaal vormen van een mogelijke tekortkoming in de kwaliteit of in de naleving van wet- en regelgeving.

Indien er sprake is van een signaal van mogelijke tekortkomingen spreken we wanneer mogelijk eerst met de signaalgever. Daarbij is het mogelijk dat we aanvullende informatie opvragen of het signaal bespreken met de instelling of, bij financiële signalen, met de instellingsaccountant. Signalen over (mogelijke) tekortkomingen kunnen ook naar voren komen in een onderzoek in het kader van het stelseltoezicht. 

Als de inspectie besluit tot het instellen van een onderzoek, dan wordt het rapport van dat onderzoek gepubliceerd op de website bij de betreffende instelling. U kunt het rapport vinden door bij Zoek en vergelijk de naam van de betreffende instelling in te vullen.

Heeft u een klacht over een instelling of opleiding? Lees hoe u een klacht kunt indienen. 

Meldingen door instellingen

Instellingen zijn in het hoger onderwijs niet wettelijk verplicht eventuele incidenten en/of misstanden bij de inspectie te melden. Een uitzondering geldt voor zedenmisdrijven. Als daarvan (mogelijk) sprake is, moet het instellingsbestuur, in een aantal gevallen (zie hiervoor artikel 1.20 van de WHW), in overleg treden met de vertrouwensinspecteur. Voor andere incidenten en/of misstanden, zoals bijvoorbeeld onregelmatigheden met tentamens, geldt dat instellingen er altijd voor kunnen kiezen deze uit eigen beweging bij de inspectie te melden via het contactformulier.

Advisering over toetredingsaanvragen

De Inspectie van het Onderwijs heeft een rol bij de erkenning van rechtspersonen voor hoger onderwijs. Meer informatie vindt u op de website van de NVAO.