Vierjaarlijks onderzoek bestuur en opleidingen mbo

De inspectie kijkt jaarlijks of er bij onderwijsinstellingen risico’s zijn in de kwaliteit van het onderwijs en op het gebied van het financieel beheer. Daarnaast voeren we met het onderzoekskader mbo 2017 eens per vier jaar het vierjaarlijks onderzoek bij bestuur en opleidingen uit.

In het vierjaarlijks onderzoek doen we onderzoek op twee niveaus:

  • op het niveau van het bestuur: we onderzoeken de kwaliteitszorg en het financieel beheer
  • op het niveau van opleidingen:
    • we doen verificatieonderzoek om vast te stellen of het bestuur een juist beeld heeft van de opleiding,
    • we doen kwaliteitsonderzoek bij eventuele risico-opleidingen
    • op verzoek van het bestuur of opleiding doen we een onderzoek naar ‘goede opleidingen’.

In het vierjaarlijks onderzoek bij besturen en opleidingen staan de volgende vragen centraal:

  1. Is er voldoende zicht op de onderwijskwaliteit en wordt er gestuurd op verbetering van de onderwijskwaliteit?
  2. Is er een professionele kwaliteitscultuur en functioneert het transparant en integer?
  3. Wordt actief gecommuniceerd over de eigen prestaties en ontwikkelingen van het bestuur en van de opleidingen?
  4. Is het financieel beheer deugdelijk?

Hoe ziet het vierjaarlijks onderzoek bij besturen en opleidingen eruit?

Het vierjaarlijks onderzoek bestaat uit de volgende onderdelen:

A. Expertanalyse

Ieder onderzoek start met een expertanalyse van de informatie die de inspectie beschikbaar heeft over het bestuur en de opleidingen. Hiervoor hoeft het bestuur geen nieuwe informatie aan te leveren.

B. Startgesprek

In het startgesprek vragen we het bestuur een analyse te presenteren van de prestaties en ontwikkelingen op bestuursniveau en op hoofdlijnen van de opleidingen. We spreken vervolgens af bij welke opleidingen een verificatieonderzoek wordt uitgevoerd. Het bestuur kan de inspectie tevens vragen om een onderzoek te doen bij een ‘goede opleiding’.

C. Onderzoeksplan

De uitkomsten van de expertanalyse en het startgesprek vertalen we vervolgens in een onderzoeksplan op maat. In het plan staat welke opleidingen we onderzoeken voor de verificatie, en op welke standaarden. Ook vermeldt het plan welke risico-opleidingen worden onderzocht, en eventueel welke goede opleidingen. Voor de planning en organisatie van de onderzoeksactiviteiten zoeken wij zo veel mogelijk afstemming met het bestuur.

D. Onderzoek bij het bestuur

Wij willen inzicht krijgen in de manier waarop het bestuur zich verantwoordt over de kwaliteit en of het bestuur een doeltreffend systeem van kwaliteitszorg hanteert waarmee het de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs garandeert, en of het tot verdere kwaliteitsverbetering stimuleert. In ieder geval voeren wij een gesprek met het bestuur, de interne toezichthouder en het medezeggenschapsorgaan. Voor de duidelijkheid: we geven geen oordeel over de interne toezichthouder of de medezeggenschap.

E. Onderzoek op opleidingsniveau

Bij het onderzoek op opleidingsniveau kan het onderwijsteam een beeld geven van ‘waar ze staan’: wat is de visie, wat zijn de ambities, doelen en beoogde/behaalde resultaten?  De vorm is vrij. Wij luisteren, kijken en stellen vragen om zo veel mogelijk relevante informatie te verwerven voor de inrichting van het onderzoek. 

F. Eindgesprek en rapport

Van de oordelen en bevindingen maakt het inspectieteam een conceptrapport. Het rapport is beknopt en gericht aan het bestuur.
In het eindgesprek bespreken we met het bestuur en de opleidingen ‘wat goed gaat’ en ‘wat beter moet’ (deugdelijkheidseisen) en ‘wat beter kan’ (eigen aspecten van kwaliteit). Op basis van dit gesprek stellen wij het definitieve rapport op. We maken het eindrapport van het vierjaarlijks onderzoek openbaar op onze website.

G. Feedbackgesprek op opleidingsniveau

Eventuele feedbackgesprekken op opleidingsniveau gaan alleen over een onderzoek naar aanleiding van risico’s. Deze gesprekken worden op verzoek van de opleiding georganiseerd.

H. Vervolgtoezicht bepalen

Na het onderzoek bepalen we hoe wij het vervolgtoezicht bij het bestuur zullen inrichten. Het oordeel over het financieel beheer en met name de kwaliteitszorg op bestuursniveau is leidend voor de inrichting van het vervolgtoezicht. We onderscheiden in hoofdlijnen vier scenario’s, afhankelijk van onze oordelen en bevindingen.

  1. Kwaliteitszorg op orde en geen tekortkomingen bij de opleiding en/of het bestuur: vertrouwen – geen vervolgonderzoek nodig
  2. Kwaliteitszorg op orde, maar tekortkomingen: afspraken met bestuur over eigen rol bij kwaliteits- en/of herstelonderzoek
  3. Kwaliteitszorg niet op orde: in alle gevallen voert de inspectie kwaliteits- en/of herstelonderzoek uit
  4. Financieel beheer niet op orde: combinatie van scenario’s

Lees meer over het vervolgtoezicht in de brochure Informatie over vervolgtoezicht in het mbo.

In de tussenliggende jaren

De inspectie zal in de tussenliggende jaren – in de jaren dat er bij een bestuur geen vierjaarlijks onderzoek wordt uitgevoerd - een (jaarlijkse) prestatieanalyse uitvoeren. Als uit die analyse blijkt dat er risico’s zijn bij bepaalde opleidingen, dan zal dat veelal leiden tot een gesprek met het bestuur en zo nodig een onderzoek. 

Lees meer over de jaarlijkse prestatieanalyse.

Video Vierjaarlijks onderzoek besturen en opleidingen middelbaar beroepsonderwijs

In deze video leggen we uit hoe het vierjaarlijks onderzoek bij besturen en opleidingen in het mbo verloopt.