Maatwerk in onderwijstijd voor leerlingen met een beperking

Het uitgangspunt van de onderwijswetgeving is dat alle kinderen onderwijs volgen op school. Soms kunnen kinderen echter vanwege psychische of lichamelijke beperkingen tijdelijk of gedeeltelijk niet naar school. Het is dan mogelijk om deze leerlingen een op maat gemaakt onderwijsprogramma aan te bieden door af te wijken van het minimum aantal uren onderwijstijd. Het bevoegd gezag van de school vraagt hiervoor instemming van de inspectie via het Internet Schooldossier.

Deze regeling geldt vanaf 1 augustus 2018 voor primair en voortgezet onderwijs. In het speciaal onderwijs bestaat deze mogelijkheid al een aantal jaar. Tot nu toe kreeg een gedeelte van deze leerlingen vrijstelling van onderwijs en gingen zij dus (tijdelijk) niet naar school (Leerplichtwet 1969). Omdat deze leerlingen wel baat hebben bij onderwijs, wordt het door een wijziging in de Variawet vanaf 1 augustus mogelijk om hen maatwerk in onderwijstijd te bieden.

Het bevoegd gezag vraagt instemming van de inspectie

Om een leerling een aangepast onderwijsprogramma aan te kunnen bieden is instemming nodig van de Inspectie van het Onderwijs. Hierbij moet het bevoegd gezag de beslissing om de leerling minder onderwijs op school te laten volgen goed onderbouwen. Dit doet het bevoegd gezag aan de hand van een ontwikkelingsperspectief (OPP). Daarnaast verklaart het bevoegd gezag dat de wettelijk vertegenwoordigers van de leerling op de hoogte zijn en het handelingsdeel van het OPP hebben ondertekend.

In het ontwikkelingsperspectief wordt onder andere vastgelegd welke ondersteuning aan de leerling wordt geboden en hoe de leerling weer toegroeit naar het volledig aantal uren onderwijs op school.

De aanvraagprocedure

De aanvraag voor instemming wordt ingediend via het Internet Schooldossier (ISD). In het ISD geeft het bevoegd gezag aan dat er een actueel OPP en ingroeiplan is gemaakt voor de leerling. De instemming volgt nadat de aanvraag is gedaan en een aantal gegevens is aangeleverd via het Internet Schooldossier. We willen zorgvuldig omgaan met de persoonsgegevens. Gegevens die via het Internet Schooldossier bij ons worden aangeleverd, worden direct in ons systeem afgeschermd en op de juiste manier verwerkt. Lees meer over het privacybeleid van de Inspectie van het Onderwijs.

Wanneer vraagt de school instemming voor afwijking van onderwijstijd?

Niet in alle gevallen is instemming met afwijking van onderwijstijd nodig. Als een leerling ziek is (bijvoorbeeld griep heeft) en er is geen sprake van noodzaak tot aanpassing van het onderwijsprogramma, dan is instemming niet nodig.

In het stroomschema afwijking jaarlijks minimum urenaantal kunt u zien of u instemming bij de inspectie moet aanvragen voor afwijking van het jaarlijks minimum urenaantal.

Toezicht op de instemming voor afwijking van onderwijstijd

Tijdens het reguliere toezicht onderzoeken we de aanvraag tot instemming en het ontwikkelingsperspectief. We kunnen ook onderzoek doen als we signalen ontvangen over de afwijking van onderwijstijd.

Ontwikkelingsperspectief

Het afwijken van de verplichte onderwijstijd is een mogelijkheid om extra ondersteuning aan de leerling te bieden, zodat de school ondanks de lichamelijke en/of psychische problemen optimaal kan werken aan het bereiken van onderwijsdoelen en het behalen van de vooraf bepaalde uitstroombestemming van de leerling. In het OPP wordt onderbouwd waarom de afwijking van onderwijstijd noodzakelijk is voor de leerling, waaruit het op maat aangeboden onderwijsprogramma bestaat en om hoeveel uren onderwijstijd per week het gaat.

Daarnaast wordt ook in het ontwikkelingsperspectief beschreven hoe de leerling weer toegroeit naar het volledig aantal uren onderwijs op school, en wat het bevoegd gezag eraan doet om te bewerkstelligen dat een leerling alsnog ingroeit wanneer dat niet binnen het voorgaande schooljaar is gelukt.

In de beleidsregel Instemmen met afwijking van het verplichte minimum aantal uren onderwijstijd vindt u de eisen die aan de motivering in het ontwikkelingsperspectief worden gesteld. De beleidsregel is 30 juli 2018 gepubliceerd in de Staatscourant.