Naar een nieuw onderwijsresultatenmodel primair onderwijs

Met ingang van het schooljaar 2020/2021 beoordelen wij de leerresultaten aan het einde van de basisschool aan de hand van een nieuw onderwijsresultatenmodel. Op deze pagina lichten wij het model toe.

Het model

Wij gaan het oordeel over de basisvaardigheden baseren op de referentieniveaus voor taal en rekenen. Daarbij onderscheiden we 2 indicatoren, waarin we de behaalde referentieniveaus voor taalverzorging, lezen en rekenen samen nemen:

  1. Het percentage leerlingen dat aan het einde van het basisonderwijs het fundamentele niveau 1F haalt voor taal en rekenen. In principe zou elke leerling dit niveau aan het einde van de basisschool moeten beheersen.

  2. Het percentage leerlingen dat aan het einde van het basisonderwijs het hogere niveau (streefniveau) 1S voor rekenen en 2F voor taalverzorging en lezen haalt. Zoveel mogelijk leerlingen dienen een aanbod op dit niveau te ontvangen.

Om een stabiel beeld te krijgen, kijken we naar de resultaten van de laatste 3 jaar samen. De resultaten van alle leerlingen (exclusief de leerlingen die voldoen aan de ontheffingsgronden) tellen mee. Afhankelijk van de leerlingenpopulatie kan de lat (signaleringswaarde) voor het aantal leerlingen dat 1S/2F haalt hoger of lager liggen. We houden rekening met de leerlingenpopulatie door te kijken naar de schoolweging. De schoolweging berekent het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Inmiddels hebben wij van het CBS de definitieve schoolweging van alle basisscholen ontvangen over 2016, 2017 en 2018. Zie voor meer informatie de pagina De schoolweging: een nieuwe maat voor de leerlingenpopulatie.

Als de resultaten onder de signaleringswaarden liggen, vragen we de school tijdens een onderzoek om een toelichting. Hierbij denken wij aan bijzonderheden met betrekking tot de leerlingenpopulatie en passend onderwijs. Deze toelichting betrekken wij bij ons oordeel.

Planning en werkwijze in schooljaar 2019/2020

We onderzoeken momenteel waar de signaleringswaarden voor beide indicatoren komen te liggen. Daarbij betrekken we ook de behaalde resultaten op de eindtoetsen van 2019. In september 2019 zijn de concept signaleringswaarden gereed. Deze gebruiken we in het schooljaar 2019/2020 om het nieuwe model te testen. We doen dit bij alle onderzoeken waar we de resultaten beoordelen.

De feitelijke beoordeling gebeurt nog volgens de huidige wettelijke regeling. Na eventuele bijstelling van de signaleringswaarden wordt het nieuwe onderwijsresultatenmodel in het schooljaar 2020/2021 officieel ingevoerd.

Hoe presteert mijn school?

In de onderstaande figuur ziet u de percentages referentieniveaus die door alle scholen in 2016, 2017 en 2018 zijn behaald.

Op de horizontale as staat de schoolweging van de school en op de verticale as het percentage behaalde referentieniveaus. Elke school heeft twee stippen in de figuur: een rode en een blauwe. Een rode stip geeft het percentage behaalde referentieniveaus 1S/2F weer en een blauwe stip het percentage behaalde referentieniveaus 1F. Het valt op dat de behaalde referentieniveaus door scholen sterk verschillen. Naarmate de leerlingenpopulatie van een school complexer is (hogere schoolweging), behalen minder leerlingen de referentieniveaus. We zien verder grote verschillen tussen vergelijkbare scholen (met dezelfde schoolweging). Ook zijn er scholen met een zeer complexe populatie die veel beter presteren dan scholen met een weinig complexe populatie (lage schoolweging). Dat betekent dat er nog veel kansen liggen voor scholen.

Waar staat uw eigen school in dit plaatje? Om dat na te gaan kunt u kijken welk percentage referentiesniveaus uw school heeft behaald en uw schoolweging opzoeken op de website van het CBS. In de schoolrapporten van uw eindtoets kunt u vinden welke referentieniveaus uw leerlingen hebben behaald. In het rekenvoorbeeld ziet u hoe u de behaalde percentages referentieniveaus 1F en 1S/2F kunt berekenen.

Een rekenvoorbeeld

De onderstaande tabel geeft weer hoeveel leerlingen in schooljaar 2016/2017, 2017/2018 en 2018/2019 de eindtoets hebben gemaakt en hoeveel van deze leerlingen 1F en 1S/2F hebben behaald.

Rekenvoorbeeld schoolweging
Aantal leerlingenAantal leerlingen met ten minste 1F lezenAantal leerlingen met ten minste 1F taalverzorgingAantal leerlingen met ten minste 1F rekenenAantal leerlingen met 2F lezenAantal leerlingen met 2F taalverzorgingAantal leerlingen met 1S rekenen
2016-201721202120181614
2017-201828282725201916
2018-201923222321161412
totaal72707166544942
Brontabel als csv (386 bytes)

Leerlingen die 2F en 1S hebben behaald, hebben natuurlijk ook 1F gehaald en worden daar dus ook meegeteld. De onderste rij van de tabel laat zien dat 72 leerlingen de eindtoets hebben gemaakt in deze drie schooljaren. 70 leerlingen hebben ten minste 1F lezen behaald, 71 leerlingen 1F taalverzorging en 66 leerlingen 1F rekenen. Daarnaast hebben 54 leerlingen ook 2F lezen behaald, 49 2F taalverzorging en 42 leerlingen 1S rekenen.

Het percentage behaalde referentieniveaus 1F is gelijk aan het totaal aantal 1F scores gedeeld door drie keer het totaal aantal leerlingen vermenigvuldigd met 100: (70+71+66)/(72+72+72)*100 = 95,8%.

Het percentage behaalde referentieniveaus 1S/2F is gelijk aan het totaal aantal 1S/2F scores gedeeld door drie keer het totaal aantal leerlingen vermenigvuldigd met 100: (54+49+42)/(72+72+72)*100 = 67,1%.