Hoe ervaren schoolteams een negatief eindoordeel van de Inspectie van het Onderwijs? En wat is het effect op het werken aan kwaliteitsverbetering? In opdracht van de inspectie heeft de Universiteit Utrecht hier onderzoek naar gedaan. Er zijn diepte-interviews gehouden met 64 respondenten in het primair, voortgezet, speciaal en middelbaar beroepsonderwijs (32 directeuren, 19 leerkrachten, overig: begeleider, kwaliteitszorgmedewerker, bestuurder of werkzaam bij een koepel).

2 helpende en 2 niet-helpende scenario’s

De onderzoekers delen de manier waarop scholen reageren op een negatief eindoordeel in 4 scenario’s in. 2 daarvan zijn helpend bij kwaliteitsverbetering:

  • Doorbraak: het oordeel heeft grote impact, maar de school ziet het als kans om verandering te realiseren. Teams erkennen de relevantie en oorzaak, ervaren controle en tonen hoop en strijdbaarheid.
  • Duwtje: het oordeel is verwacht en helpt om de puntjes op de i te zetten. Teams zien het oordeel als fair en constructief. Dit leidt tot acceptatie en voortzetting van verbeteringen.  

In 2 scenario’s staat het negatief eindoordeel kwaliteitsverbetering in de weg:

  • Donderslag: het oordeel komt onverwacht en wordt niet als helpend ervaren. Dit leidt tot gevoelens van boosheid, verdriet en machteloosheid. Teams missen controle en leggen de oorzaak vaak buiten het team.
  • Domper: het oordeel komt terwijl een verbeterproces al loopt. Het wordt ervaren als demotiverend en oneerlijk. Hierdoor neemt motivatie af. Teams richten zich op 'de hoepel' van inspectiekaders.

Een school kan verschillende scenario’s doorlopen. Een gevoel van relevantie voor het onderwijs, de ervaring van controle en eigenaarschap over de situatie zijn van belang om van een niet-helpend naar een helpend scenario over te gaan. De schoolleider en de inspectie hebben beiden een sleutelrol in het tot stand komen van de scenario’s.

Het eindoordeel ‘zeer zwak’ wordt door een aantal schoolleiders als onnodig stigmatiserend ervaren en kan daarmee belemmerend werken. Tegelijkertijd geven respondenten aan dat negatieve reacties uit de omgeving en reputatieschade in de vorm van dalende leerlinginstroom in de praktijk meevallen.

De rol van de inspectie

Een negatief eindoordeel heeft doorgaans een grote impact op schoolteams, zo concluderen de onderzoekers. De inspectie kan er op verschillende manieren aan bijdragen dat een school zo snel mogelijk in een helpend scenario terechtkomt, en kan werken aan kwaliteitsverbetering. De onderzoekers adviseren de inspectie bijvoorbeeld om directeuren te steunen en hen te helpen controle te behouden. Dat kan door een goede terugkoppeling van het oordeel en het rapport te geven, en door tussentijds contact tussen de inspecteur en de schoolleider. De onderzoekers raden ook aan een formatieve houding aan te nemen in het herstelonderzoek, en om inspecteurs te trainen in empathische communicatie.

Inspectie betrekt onderzoek bij toezichtontwikkeling

Dit onderzoek geeft de inspectie waardevol inzicht in de verschillende reacties van schoolteams op negatieve eindoordelen en op het effect op het werken aan kwaliteitsverbeteringen. Het is een aanvulling op de praktijkervaringen van inspecteurs. De inspectie heeft al langere tijd aandacht voor de manier waarop haar toezicht uitwerkt. Ze voert daarvoor evaluatieonderzoeken uit. De inspectie betrekt de uitkomsten van deze en andere evaluatieonderzoeken bij de ontwikkeling van het toezicht en de scholing van inspecteurs.

Lees het nieuwsbericht en het onderzoeksrapport van Universiteit Utrecht.

Beeld: © Inspectie van het Onderwijs