Een kind zonder passende plek op school. Gezinnen die vastlopen door geldzorgen en gezondheidsproblemen. 2 voorbeelden van situaties waarin inwoners recht hebben op onafhankelijke cliëntondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Maar of mensen met uiteenlopende problemen in gemeenten wel passende onafhankelijke cliëntondersteuning krijgen, is onduidelijk. Gemeenten hebben namelijk weinig zicht op de kwaliteit van deze onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit blijkt uit onderzoek van Toezicht Sociaal Domein (TSD), waarin de Inspectie van het Onderwijs samenwerkt met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Inspectie Justitie en Veiligheid.

Gemeenten moeten volgens de wet zorgen voor een breed aanbod van cliëntondersteuning, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, inkomen, participatie, zorg en jeugd. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport moet hierin meer richting geven en samenwerken met andere ministeries, stelt TSD.

Steun in verschillende situaties

Het kan gaan om inwoners die hulp nodig hebben bij bijvoorbeeld dakloosheid, het vinden van een passende dagbesteding of hulp bij specifieke psychische problemen. Als zij niet weten hoe ze die hulp kunnen regelen, moeten ze in hun gemeente clientondersteuning kunnen krijgen. Een cliëntondersteuner helpt inwoners onder andere om problemen die bij hen spelen op een rij te zetten, hulpverlening te vinden en formulieren in te vullen.

In 4 gemeenten bekeek TSD in welke situaties mensen van cliëntondersteuning gebruik maken. En of bij inwoners met een opeenstapeling van problemen, de cliëntondersteuner al deze problemen in hun geheel bekijkt. Hoewel aanbieders van cliëntondersteuning aangeven zich hiervoor in te zetten, blijkt uit de gegevens niet of dit ook echt gebeurt.

Belangrijk voor inwoners

‘Cliëntondersteuning kan erg belangrijk zijn voor inwoners. In hun zoektocht naar hulp hebben veel mensen te maken met ingewikkelde, versnipperde en soms tegenstrijdige wetgeving’, stelt Fleur Tack, programmadirecteur van TSD. ‘Denk bijvoorbeeld aan mensen die chronisch ziek zijn en thuis zorg nodig hebben. Of mensen met een combinatie van uitdagingen op verschillende gebieden, zoals schulden en verslaving.’

TSD maakt zich zorgen dat veel inwoners onafhankelijke cliëntondersteuning niet weten te vinden. Dat baseert TSD behalve op het onderzoek in de gemeenten, ook op gesprekken met landelijke organisaties, waaronder patiënten- en cliëntenorganisaties. ‘Als bepaalde doelgroepen cliëntondersteuning niet kunnen vinden, lopen zij die levensbrede cliëntondersteuning mis, terwijl zij daar wel recht op hebben.’

TSD roept gemeenten op het aanbod van cliëntondersteuning dekkend te maken voor iedere doelgroep en de bekendheid te vergroten. Het is daarbij belangrijk dat gemeenten de kwaliteit van de cliëntondersteuning in de gaten houden, daarover goede afspraken maken en zorgen dat die afspraken worden nageleefd. Ook aanbieders kunnen hier een rol in spelen. Daarnaast moet het ministerie van VWS in de ontwikkeling van cliëntondersteuning meer sturing geven.

Beeld: © Inspectie van het Onderwijs