2 meiden zitten samen in schoolbankje en krijgen allebei individueel uitleg van leerkracht
© Inspectie van het Onderwijs

Nieuwsbrief inspectie: voortgezet onderwijs - Onderzoekskader 2021

Vanaf 1 augustus gaat de Inspectie van het Onderwijs werken met herziene onderzoekskaders in het primair onderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs, het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. In deze nieuwsbrief leest u wat de belangrijkste veranderingen inhouden en waarom we het kader herzien hebben.

Meer informatie vindt u op onze website. U kunt ook een pdf downloaden met alle informatie op een rij.

De hoofdlijnen in 2 minuten

De hoofdlijnen van de herziening van het toezicht hebben we samengevat in een animatie.

Alida Oppers over het herziene onderzoekskader

Alida Oppers is sinds september 2020 inspecteur-generaal van het Onderwijs. De corona-crisis kenmerkte haar eerste jaar. Maar achter de schermen werd er onder haar sturing hard gewerkt aan een herzien onderzoekskader. We vroegen haar waarom de herziening nodig was, en wat de inspectie ermee wil bereiken. “Het kan niet meer zo zijn dat besturen aan de inspecteur vragen hoe hun scholen en opleidingen ervoor staan. Dan stellen we echt de tegenvraag: wat vindt u er zelf van?”

Alida Oppers: een bestuur moet niet aan ons vragen hoe het met zijn scholen gaat

Alida Oppers
© Inspectie van het Onderwijs

Ongewijzigde uitgangspunten: bestuursgericht en proportioneel

Het Onderzoekskader 2017 was bestuursgericht en proportioneel. Het Onderzoekskader 2021 bouwt daarop voort.

Besturen en het intern toezicht (samen het bevoegd gezag) dragen de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs. Daarom richten we het toezicht op hun werk. We doen dat proportioneel. Het toezicht is intensiever waar het moet, en gericht op de ambities van het bestuur.

Scholen en opleidingen houden onverminderd onze aandacht. We willen weten hoe het onderwijs ervoor staat en daarom bezoeken we scholen en opleidingen om daarvan een beeld te krijgen. Jaarlijks voeren we van iedere school of opleiding een risicoanalyse uit om na te gaan of er risico’s zijn, die we nader moeten bespreken met het bestuur. Ook signalen kunnen hiervoor een aanleiding zijn. Naar aanleiding van het gesprek met het bestuur bepalen we of en hoe we de situatie moeten onderzoeken.

Ook duiden en waarderen we jaarlijks in ‘De Staat van het Onderwijs’ hoe het met de kernfuncties en voorwaarden van het onderwijsstelsel is gesteld. Daarnaast maken we vaak aparte themarapporten.

Toezicht op bestuur, school/opleiding en stelsel duidelijk onderscheiden

In het herziene onderzoekskader hebben we een duidelijkere scheiding aangebracht tussen het toezicht op het niveau van het bestuur, de scholen en opleidingen en de activiteiten met betrekking tot het onderwijsstelsel.

De onderzoekskaders bevatten:

  • Een waarderingskader voor besturen. Hierin is ook het financieel toezicht opgenomen. Ook is er een apart kader voor samenwerkingsverbanden passend onderwijs.
  • Een waarderingskader voor scholen en opleidingen. Hierin is onder meer de nieuwe wet Burgerschap geïntegreerd en komt Passend onderwijs explicieter terug.
  • Een raamwerk voor stelselkwaliteit. Hierin kijken we naar de realisatie van de kernfuncties van het Nederlandse onderwijsstelsel en de maatschappelijke opdracht van het onderwijs.

Waarborgen en stimuleren

In het toezicht maken we sinds 2017 een duidelijk verschil tussen waarborgen en stimuleren.

  • Bij waarborgen beoordelen we of besturen en scholen/opleidingen aan de wettelijke (deugdelijkheids)eisen voldoen.
  • Bij stimuleren richten we ons op de ambities die besturen en scholen/opleidingen hebben voor het onderwijs aan de leerlingen en studenten.

Om het verschil duidelijker te maken, hebben we in het Onderzoekskader 2021 bij elke standaard de wettelijke eisen duidelijk in beeld gebracht. Ook gebruiken we geen voorbeelden voor mogelijke ambities meer. Zo willen we duidelijk maken dat besturen, scholen en opleidingen vrij zijn in het bepalen van hun ambities.

Extra aandacht voor burgerschap

Vanaf 1 augustus 2021 zijn er nieuwe wettelijke eisen voor bevordering van burgerschap in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs. Deze eisen hebben we verwerkt in het Onderzoekskader 2021.

Wat verandert er voor u?

We voeren vierjaarlijkse onderzoeken bij besturen uit. We richten die onderzoeken proportioneel in, in aansluiting op het bestuur.  

Om de sturing van het bestuur te onderzoeken, voeren we verificatie-activiteiten uit. Deze verificatie-activiteiten kunnen plaatsvinden op scholen en opleidingen en door gesprekken met diverse geledingen die een rol spelen in de realisatie van kwaliteit. De verificatie-activiteiten leiden niet tot oordelen over individuele scholen of opleidingen. Dit is anders dan in het huidige onderzoekskader.

De rapporten van de vierjaarlijkse onderzoeken zijn gericht op de geïntegreerde bestuursstandaarden. Hierin besteden we aandacht aan de ambities van besturen in relatie tot de vertaling van de maatschappelijke opdracht. De rapporten bevatten geen deelrapportages meer van verificatie-activiteiten op scholen en opleidingen.

Overstap op 1 augustus 2021

Vanaf 1 augustus 2021 geldt het Onderzoekskader 2021. Lopende toezichtinterventies blijven geldig. Denk bijvoorbeeld aan lopende herstelonderzoeken of gegeven herstelopdrachten. We voeren na 1 augustus 2021 onderzoeken uit volgens het Onderzoekskader 2021. Deze overstap maken we zo omdat eerder als Onvoldoende beoordeelde wettelijke eisen (deugdelijkheidseisen), ook in het Onderzoekskader 2021 zijn opgenomen. De contactinspecteur of contactpersoon informeert u, zoals gebruikelijk, over een afgesproken of aanstaand onderzoek.

Colofon

Heeft u vragen over deze nieuwsbrief of over het onderwijstoezicht? Neem dan contact op met het Loket Onderwijsinspectie. Dit kan via het contactformulier of op werkdagen tussen 09.00 en 16.30 uur via 088-669 60 60.