Veelgestelde vragen

Op deze pagina vindt u een overzicht van veelgestelde vragen én antwoorden over Nederlands onderwijs in het buitenland.

Wat betekent de coronacrisis voor de oordelen van de inspectie?

We krijgen regelmatig vragen over hoe de inspectie vanaf 2021 haar oordelen bepaalt in verband met de coronacrisis in 2020. Op welke manier kijken we bijvoorbeeld naar het vervangende onderwijs op afstand, het volgen van leerlingen en toetsen, de onderwijstijd en het aanbod? En wat betekent dit voor de oordelen? Hier is niet één antwoord op. Wij zullen, zoals altijd, de context en de mogelijkheden en onmogelijkheden van het bestuur en de school afwegen en betrekken in onze oordeelsvorming. We kijken onder meer naar de overwegingen en de prioriteiten van het bestuur en de school. Welke keuzes zijn gemaakt voor de voortgang en de kwaliteit van het onderwijs op de korte en de langere termijn en hoe is dit uitgewerkt?

Wat betekent de coronacrisis voor de planning van de inspectiebezoeken in het buitenland?

De nieuwsbrief van mei 2020 is helemaal gewijd aan de coronacrisis en de gevolgen voor de planning en de vierjarencyclus.

Wie is er bevoegd om op het Nederlandse onderwijs in het buitenland les te geven?

Dagscholen: Alle leraren moeten (volgens de Nederlandse eisen) bevoegd zijn voor het type onderwijs waar zij lesgeven. Dus een leraar in het primair onderwijs moet een bevoegdheid voor het po hebben, een leraar in het voortgezet onderwijs voor het vo.

NTC-scholen: Op deze scholen moet minstens één bevoegde leraar zijn. Onder bevoegd wordt verstaan: een bevoegdheid voor het po (PABO), een bevoegdheid Nederlands voor het vo (lerarenopleiding Nederlands) of een afgerond bekwaamheidstraject van de Stichting NOB.

Welke toetsen moet ik afnemen?

Zie hiervoor de pagina Toetsen in het Nederlands onderwijs in het buitenland.

Wanneer voert de inspectie het toezicht op afstand / digitaal uit?

In principe voeren we alle bezoeken fysiek uit. Er zijn echter twee uitzonderingen waarin we op afstand een bezoek afleggen.

  1. De veiligheidssituatie in het land laat een inspectiebezoek niet toe.
  2. Het leerlingenaantal is zeer laag.

Moeten de scholen in het buitenland ook jaarlijks - net als in Nederland - een veiligheidsmonitor afnemen?

Dat ligt aan het type onderwijs. Voor de dagscholen voor primair en voortgezet onderwijs in het buitenland geldt de verplichting jaarlijks de veiligheidsbeleving van de leerlingen in kaart te brengen, voor de overige scholen in het buitenland geldt dit niet. De dagscholen hoeven de gegevens niet - zoals dat in Nederland gebeurt - digitaal aan te leveren. We bekijken de gegevens tijdens het schoolbezoek. Op de pagina Toezicht op monitoring sociale veiligheid kunt u lezen hoe er in Nederland toezicht wordt gehouden op monitoring sociale veiligheid.

Hoe kan ik bij de onderwijsinspectie iets melden over een Nederlandse school in het buitenland?

Als u iets wilt melden over een school dan kunt u uw melding naar ons sturen via het contactformulier. Als u uw melding liever eerst wilt bespreken kunt u ook bellen naar het Loket van de inspectie, via het nummer: 088-669 60 60.

Wilt u behandeling van of bemiddeling bij een (specifieke) klacht over een school, bestuur of een leraar? Dan kunt u daarvoor terecht bij de vertrouwenspersoon of de directie van de school, en niet bij de inspectie.

Hoe kan ik een klacht over de onderwijsinspectie indienen?

Op de pagina ‘Klacht over de Inspectie van het Onderwijs?’ vindt u informatie over indienen van een klacht.