Stelselonderzoek Stagediscriminatie mbo

Stages zijn een belangrijk onderdeel van opleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs. Toch blijken mbo-studenten last te hebben van discriminatie bij het vinden van een stageplaats, of tijdens de stage. In hoeverre doen mbo’s iets aan zulke stagediscriminatie? Met het stelselonderzoek Stagediscriminatie mbo brengen we dat in beeld, en ook welk effect hun beleid of aanpak heeft.

Stagediscriminatie is zorgelijk

Beroepspraktijkvorming (bpv), hier kortweg aangeduid als stages, is een belangrijk onderdeel van opleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs. Daarom is het belangrijk dat iedere student, bij gelijke capaciteiten, gelijke kansen heeft op het vinden van een stage en ook op een gelijke manier behandeld wordt tijdens de stage. Het is zorgelijk dat verschillende onderzoeken zoals Gelijke kansen op gelijke stages (Kennisplatform Inclusief samenleven) en Ongelijke kansen op de stagemarkt (Verwey-Jonker Instituut) aantonen dat dit niet het geval is. Daarom staat stagediscriminatie ook hoog op de politieke agenda. Besturen en opleidingen moeten hun rol pakken en ervoor zorgen dat stagediscriminatie geen rol kan spelen in de schoolloopbaan van studenten, zo stellen we ook in de Staat van het Onderwijs 2022. In ons jaarwerkplan 2023 is opgenomen dat we stelselonderzoek zullen doen naar stagediscriminatie in het mbo.

Gesprekken met studenten, professionals, management

De hoofdvraag die we in het stelselonderzoek Stagediscriminatie mbo gaan beantwoorden is: Wat doen (bekostigde en niet-bekostigde) mbo-instellingen tegen stagediscriminatie? Begin 2023 bezoeken we daartoe 10 tot 15 mbo’s om telkens 3 gesprekken te voeren met studenten, onderwijsprofessionals (denk aan bpv-begeleiders, bpv-coördinatoren, stagematchers, studieloopbaanbegeleiders) en – afhankelijk van de onderwijsorganisatie - een bestuurslid, directeur en/of opleidingsmanager.
Gespreksonderwerpen zullen zijn: in hoeverre is er sprake van een beleid/aanpak ten aanzien van stagediscriminatie? Hoe verloopt de uitvoering en welke effecten worden ervaren? En als er geen of nauwelijks beleid is rond stagediscriminatie, wat zijn daarvan de achterliggende redenen of oorzaken?