Bijna iedereen die in het onderwijs werkt, moet een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) hebben. Alleen bij vrijwilligers mag de school zelf bepalen of ze dit opvragen. De VOG is één van de voorwaarden om op een school te mogen werken. Zonder VOG mag een leerkracht niet lesgeven.
Voor onderwijsprofessionals
VOG staat voor Verklaring Omtrent het Gedrag. Een VOG toont aan dat het gedrag van een persoon geen belemmering vormt voor een bepaalde functie. Voor sommige functies is een VOG verplicht, zoals voor leraren, gastouders en mensen die toezicht houden op kinderen tijdens tussenschoolse opvang. Ook bij werk met vertrouwelijke gegevens, kwetsbare personen, geld of goederen kan een werkgever om een VOG vragen. Een VOG wordt afgegeven als er geen strafbare feiten op de naam van de aanvrager staan. Is de aanvrager wel in aanraking geweest met Justitie, dan wordt bekeken of dit een probleem vormt voor de functie.
Personeel in het onderwijs moet vanaf de start van het werk (indiensttreding) een actuele VOG hebben. Deze mag niet ouder zijn dan 6 maanden. Voor overblijfmedewerkers geldt dat deze niet ouder mag zijn dan 2 maanden. Onderwijspersoneel vraagt de VOG zelf aan.
Ontbreekt de VOG? Dan moet u als schoolbestuur de medewerker vragen deze alsnog aan te vragen. Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor het tijdig controleren en bewaren van alle VOG’s.
De VOG is verplicht tijdens de sollicitatieperiode. Hiermee wordt gecontroleerd of de sollicitant strafbare feiten heeft gepleegd. In het onderwijs wordt vooral gekeken naar veroordelingen voor ongewenst seksueel gedrag of andere overtredingen van de wet die werken in het onderwijs in de weg staan.
Iemand die geen VOG krijgt, mag niet in het onderwijs werken. Als schoolbestuur moet u er onmiddellijk voor zorgen dat die persoon geen contact heeft met leerlingen. Het bevoegd gezag bepaalt welke maatregelen nodig zijn.
Informatie over de VOG’s moet in het jaarverslag worden opgenomen. Dit wordt gecontroleerd door de inspectie.
Leerlingen moeten les krijgen van bevoegde docenten. Als inspectie letten wij daarom de komende jaren in het bijzonder op de bevoegdheid van de leraar in het (voortgezet) speciaal onderwijs en op het bezit van de VOG.
Ook werknemers in het aanvullend onderwijs moeten een actuele VOG hebben. Denk bij aanvullend onderwijs aan bijles, huiswerkbegeleiding, toets- of examentraining, extra ondersteuning bij specifieke leerbehoeften en studievaardighedentraining. Het gaat hierbij om medewerkers van particuliere onderwijsaanbieders die:
- meewerken aan het onderwijsleerproces
- onderwijs aanbieden in het schoolgebouw tijdens of aansluitend op de onderwijstijd
- onderwijs aanbieden onder verantwoordelijkheid van het bestuur
Ook tijdelijk ingehuurd personeel moet een geldige VOG hebben voor de functie waar zij voor worden ingehuurd. De werkgever (bijvoorbeeld een uitzend- of detacheringsbureau) is hiervoor verantwoordelijk. Als schoolbestuur bent u ervoor verantwoordelijk dit te laten controleren. Met het uitzendbureau kunt u bijvoorbeeld in een contract vastleggen dat alleen personeel met een geldige VOG mag worden ingezet.