Professionals reflecteren

Met het delen van de resultaten van Peil.Mondelinge taalvaardigheid s(b)o willen we een aanzet geven voor een brede dialoog over de inhoud, kwaliteit en het niveau van het onderwijs op het gebied van mondelinge taalvaardigheid in het speciaal (basis)onderwijs. Ter inspiratie hebben we daarom aan een aantal professionals op het gebied van mondelinge taalvaardigheid gevraagd om samen te reflecteren op de resultaten en eerste suggesties te geven voor het verder verbeteren van het onderwijs in mondelinge taalvaardigheid in het s(b)o.

Focusgroep

De professionals vormden een focusgroep met een vertegenwoordiging uit onderwijspraktijk, -beleid en -onderzoek. In de rapportage vindt u een uitgebreide weergave van dit gesprek. Een aantal onderzoeksresultaten viel de focusgroep op. Ze gingen daarover in gesprek.

Weinig eigen invulling van de les: vooral lesinhoud uit de taalmethode leidend

De leerlijn uit de methode blijkt meestal leidend te zijn bij het geven van onderwijs in mondelinge taalvaardigheid. De focusgroep herkent dit resultaat. Dat komt ook doordat leerlijnen, zoals die van de CED-groep, weinig bekend zijn en er überhaupt weinig bewustzijn is van leerlijnen. De focusgroep vindt dat leerkrachten veel meer aansluiting mogen zoeken bij de belevingswereld van leerlingen. Door de lesinhoud uit de methode even los te laten en meer aan te sluiten bij wat er leeft bij kinderen, wordt het onderwijs betekenisvoller en zinvoller, zo geven ze aan. Leerkrachten mogen bovendien meer nadenken over andere manieren om het doel te bereiken, bijvoorbeeld door mondelinge taalvaardigheid te integreren met andere vakken. Zo’n eigen invulling geven aan de lessen kost wel tijd, daarvan zijn de leden van de focusgroep zich bewust, maar het levert ook heel veel op.

Aandacht voor mondelinge taalvaardigheid op school blijft achter bij aandacht voor andere taalvaardigheden

Uit de peiling Mondelinge taalvaardigheid in het regulier basisonderwijs bleek dat mondelinge taalvaardigheid minder tijd en aandacht krijgt dan andere taalvaardigheden zoals spelling en begrijpend lezen. De focusgroep geeft aan dat ook in het s(b)o de aandacht voor mondelinge taalvaardigheid tekortschiet. “Heeft mondelinge taalvaardigheid wel prioriteit?”, vraagt Bé Poolman zich af. Volgens Hester Vonk niet: “Het krijgt wel aandacht, maar er zit geen leerlijn achter. Het is minder doelbewust.” Bovendien vraagt het s(b)o op sommige momenten meer om structuur en veiligheid in de groep en past het oefenen in mondelinge taal dan minder goed, zo geeft de focusgroep aan.

Weinig aandacht voor vakdidactiek mondelinge taalvaardigheid tijdens teamvergaderingen is risicovol

Uit het peilingsonderzoek komt naar voren dat de vakdidactiek voor mondelinge taalvaardigheid weinig aan bod komt tijdens de teamvergaderingen. Dit acht de focusgroep risicovol voor de kwaliteit van onderwijs in mondelinge taalvaardigheid. Al eerder werd aangegeven dat er überhaupt weinig aandacht is voor het domein en deze bevinding sluit daarbij aan.

“Terwijl het juist zo belangrijk is dat je regelmatig je kennis opfrist door collegiale consultatie en op studiedagen bijvoorbeeld.” 
Bé Poolman, orthopedagoog en universitair docent Rijksuniversiteit Groningen

Schoolbrede aanpak kan doelgericht werken aan mondelinge taalvaardigheid bevorderen

De focusgroep heeft ideeën over hoe het doelgericht onderwijs in mondelinge taal verder bevorderd kan worden. Zo denkt ze dat een brede aanpak effectief kan zijn, dus niet beperkt tot mondelinge taalvaardigheid, maar schoolbreed doelgericht denken. Het stellen van de vraag: wat onthoud je de leerlingen als je niet in doelen denkt?, draagt hieraan bij. Het is steeds belangrijk om de vraag te blijven stellen: waarom doen we wat we doen? 

“Je moet de why levend houden”, zegt Hester Vonk, intern begeleider SO Fier

Leervorderingen vaak niet bijgehouden vanwege gebrek aan goede meetinstrumenten

Twee vijfde van de scholen voor sbo en 5 van de 12 scholen voor so houden geen leervorderingen van leerlingen voor mondelinge taalvaardigheid bij in de lessen of gedurende het schooljaar. De focusgroep herkent dit beeld en geeft aan dat mondelinge taalvaardigheid, op woordenschat na, weinig getoetst wordt. Dit komt volgens hen onder meer doordat het aantal meetinstrumenten beperkt is. “Maar ook het gegeven dat de inspectie vaak veel oog heeft voor de meetbare domeinen en minder voor de moeilijk meetbare domeinen zoals mondelinge taalvaardigheid kan hierbij een rol spelen”, geeft Rianne de Wit aan.

Het zou wenselijk zijn om de vorderingen meer te meten, maar alleen waar dat functioneel is en bijdraagt aan het zichtbaar maken van het niveau waarop de leerling functioneert zodat hier in het onderwijs bij kan worden aangesloten. Net zo wenselijk als het systematisch volgen van de vorderingen en het meten van de vaardigheid van leerlingen, is het volgens de deelnemers om te kijken naar leerkrachtgedrag en het effect daarvan op de vorderingen van de leerlingen.

Rekening houden met leerroutes bij beoordelen beheersingsniveaus leerlingen speciaal (basis)onderwijs

De beheersingsniveaus van leerlingen in leerroute 1 (uitstroomprofiel vmbo-gl/tl, havo of vwo) liggen dicht bij de beheersingsniveaus voor mondelinge taalvaardigheid in het regulier basisonderwijs: gemiddeld (so en sbo samen) beheerst respectievelijk 91, 85 en 62 procent van de leerlingen het fundamenteel niveau voor luisteren, spreken en gesprekken. Bovendien beheerst gemiddeld 44 procent van de leerlingen in leerroute 1 voor het onderdeel luisteren ook niveau 1S/2F; dit ligt zelfs hoger dan in het regulier basisonderwijs waar de beheersing van 1S/2F voor luisteren op 40 procent ligt. De leden van de focusgroep geven aan dat ze het een mooi resultaat vinden dat leerlingen in leerroute 1 vrijwel gelijk aan of zelfs hoger scoren dan leerlingen aan het einde van het regulier basisonderwijs. Zij vinden dat met name van leerlingen in leerroute 1 en in mindere mate ook leerroute 2 (uitstroom naar vmbo-bb/kb) ook wel verwacht mag worden dat zij de ambities voor het behalen van het fundamentele niveau en streefniveau realiseren. Voor leerroute 3 (uitstroom naar voortgezet speciaal onderwijs (vso) arbeid/praktijkonderwijs) is dit niet realistisch.

Het ontbreken van duidelijke verschillen in resultaten tussen leerlingen met verschillende zorgprofielen valt op

Het onderzoek laat geen duidelijke verschillen tussen de leerlingen met de verschillende zorgprofielen zien in resultaten op verschillende taakkenmerken voor de subdomeinen luisteren, spreken en gesprekken. Dit had de focusgroep niet verwacht. Bé Poolman geeft als potentiële verklaring: “Ik vermoed dat binnen de zorgprofielen grote verschillen bestaan. En dat op bepaalde andere (relevante) achtergrondkenmerken, zoals sociale achtergrond, juist overeenkomsten zijn tussen leerlingen in de verschillende zorgprofielen.” Een mogelijke andere verklaring voor het ontbreken van verschillen is volgens de deelnemers te vinden in de taken die zijn gebruikt. Bij de gesprekstaak is het bijvoorbeeld de vraag of deze voldoende interactief was en daarmee wel een beroep deed op sociale vermogens.

Schoolverschillen in prestaties moeilijk te verklaren

Het bleek moeilijk om de schoolverschillen in luister-, spreek-, en gespreksvaardigheid te verklaren met de kenmerken van het onderwijsleerproces op de scholen die we in het peilingsonderzoek in kaart hebben gebracht. De leden van de focusgroep geven aan dat andere kenmerken, die we niet hebben gemeten, de verschillen in prestaties wellicht verklaren. Zo geeft de peiling geen zicht op de vaardigheden van de leerkracht en de kwaliteit van de instructie. Ook kan er wellicht een verklaring worden gevonden in de werkelijk bestede tijd aan mondelinge taalvaardigheid (het incidentele en intentionele leren samen), het aantal oefenmomenten en de doelgerichtheid van de activiteiten.

“Terwijl we altijd zeggen: de leerkracht maakt het verschil!”

Marian Bruggink, onderzoeker en ontwikkelaar bij Expertisecentrum Nederlands

Dalende prestaties luistervaardigheid speciaal basisonderwijs tussen 2007 en 2018 verklaard door omgevingsfactoren

In 2007 presteerden leerlingen in het sbo beter op het gebied van luistervaardigheid dan in 2018. Volgens Gerjanne Kalkdijk kan dit komen door de huidige beeldcultuur en het gebruik van het digibord. Aansluitend hierop geeft de focusgroep aan dat er nu meer prikkels en afleiding zijn waardoor er wellicht minder goed geluisterd wordt. Deze mogelijke verklaringen zijn in lijn met eerdere verklaringen van afgenomen luistervaardigheid in het regulier basisonderwijs. Deze verklaringen werden gegeven door de focusgroep die in het najaar de resultaten van de Peil.Mondelinge taalvaardigheid in het regulier basisonderwijs besprak.

Andere verklaringen voor de afname van luistervaardigheid in het s(b)o kunnen volgens deelnemers liggen in te weinig oefenen in het luisteren en een verschil tussen de thuiscultuur en schoolcultuur in welke soorten informatie je uitwisselt. Door een veranderende leerlingpopulatie kunnen er meer verschillen zijn in thuisculturen en schoolcultuur; niet in elke cultuur is het gebruikelijk om thuis zo uitgebreid met elkaar in gesprek te gaan als op school.