Leren bewegen én plezier in bewegen. Dat staat bij bewegingsonderwijs centraal. Samen met je klasgenoten, in een veilige omgeving.
Gepubliceerde onderzoeken
Het peilingsonderzoek Bewegen en sport laat zien dat de algemene beweegvaardigheid van leerlingen in groep 8 hetzelfde is als tijdens de vorige peiling. Ondanks corona en de toegenomen schermtijd.
Per getoetste oefening zijn er wel kleine verschillen: leerlingen zijn nu iets minder goed in mikken en rennen en iets beter in balanceren en verspringen. Uit de oefeningen gericht op kracht, snelheid en uithoudingsvermogen blijkt dat Nederlandse kinderen aan het einde van het basisonderwijs voldoen aan de Europese normen.
Kinderen krijgen gemiddeld 90 minuten bewegingsonderwijs per week. 90% van de scholen heeft een vakleerkracht voor bewegingsonderwijs, in vergelijking met 57% bij de vorige peiling.
Ruim driekwart van de leerlingen sport in clubverband. Veel leerlingen doen dat 3 keer per week. Ruim een derde van de leerlingen maakt via school gebruik van naschools sportaanbod. Driekwart van de kinderen beweegt ook regelmatig in de buurt of op straat.
Gymles vinden kinderen leuk en belangrijk. Ruim twee derde van de leerlingen heeft het gevoel dat ze de oefeningen die ze moeten doen, ook kunnen. Leerkrachten vinden zichzelf zeer goed op de hoogte van de vakinhoud van het bewegingsonderwijs.
Bekijk het rapport Peil.Bewegen en sport (gepubliceerd op 28 mei 2026)
Bekijk het nieuwsbericht (gepubliceerd op 28 mei 2026)
In Peil.Bewegingsonderwijs 2016-2017 is gekeken naar het aanbod van basisscholen en scholen in het speciaal basisonderwijs. Ook de prestaties van leerlingen van het laatste leerjaar zijn in kaart gebracht. Net als de trends ten opzichte van de vorige peiling in 2006. En er zijn aanknopingspunten voor scholen om in gesprek over bewegingsonderwijs te gaan. Om keuzes te maken in het aanbod die passen bij de leerlingen.
Bekijk de resultaten en het rapport Peil.Bewegingsonderwijs 2016-2017 (gepubliceerd op 20 april 2018)
