In het vo gelden minimum urennormen voor lichamelijke opvoeding: vmbo, havo en vwo moeten over alle leerjaren een minimumaantal klokuren onderwijs in lichamelijke opvoeding aanbieden. In de wet staat dat dit hetzelfde aantal uren moet zijn als voor augustus 2005. Maar omdat er geen concrete urennormen stonden, leidde dit tot onduidelijkheid. Daarom zijn er in de wet nu minimumaantallen klokuren opgenomen. Het verduidelijkte wetsartikel geldt sinds 1 januari 2026. We geven hieronder toelichting over het aantal uren lichamelijke opvoeding dat scholen moeten geven en hoe we omgaan met signalen die we hierover regelmatig ontvangen.

Hoe moeten scholen het vak lichamelijke opvoeding aanbieden en voor hoeveel uur?

Scholen moeten het vak lichamelijke opvoeding elk leerjaar en gespreid over de weken van het schooljaar aanbieden. Verder moeten de scholen zoveel tijd besteden aan het vak als nodig is om aan de inhoudelijke eisen te voldoen. Het gaat om praktische bewegingsactiviteiten en om eisen van kwaliteit, intensiteit en variëteit die concreet in kerndoelen en examenprogramma’s zijn opgenomen.

Vanaf 1 januari 2026 is per schoolsoort duidelijk vastgesteld hoeveel klokuren lichamelijke opvoeding scholen ten minste moeten aanbieden over alle leerjaren:

  • Vmbo: minimaal 268 klokuren over alle leerjaren (4 jaar)
  • Havo: minimaal 305 klokuren over alle leerjaren (5 jaar)
  • Vwo: minimaal 340 klokuren over alle leerjaren (6 jaar)

Het minimumaantal per schoolsoort is berekend door het gemiddelde aantal lessen per week zoals in 2005 gold te vermenigvuldigen met het aantal lesweken (37,8 in een regulier jaar, 15 in het examenjaar). Er worden geen nieuwe eisen gesteld aan het aantal uren lichamelijke opvoeding, maar het is nu duidelijker wat er van scholen wordt verwacht.

Waar moet onderwijs in lichamelijke opvoeding aan voldoen?

Deze concrete urennormen zijn vastgelegd in artikel 2.33 van de Wet Voortgezet Onderwijs 2020. Het geconcretiseerde wetsartikel treedt in werking op 1 januari 2026. De andere onderdelen van dit wetsartikel blijven gelijk. Dat betekent dat onderwijs in lichamelijke opvoeding bestaat uit praktische bewegingsactiviteiten en dat het gespreid over de leerjaren en over de schoolweken wordt verzorgd. Het vak lichamelijke opvoeding mag pas worden afgesloten na de maand november van het laatste leerjaar. Zo zorgen we ervoor dat lichamelijke opvoeding voor alle leerlingen in het voortgezet onderwijs voldoet aan de eisen op het gebied van kwaliteit, intensiteit en variëteit.

Signalen over het aantal uren lichamelijke opvoeding

Als inspectie krijgen we regelmatig signalen over dat scholen te weinig uren besteden aan lichamelijke opvoeding. Dit soort signalen bespreken we met de school en het bestuur. Als blijkt dat er inderdaad te weinig uren lichamelijke opvoeding worden gegeven, dan maken wij herstelafspraken met het bestuur en de school.