Onderwijsresultaten in het (voortgezet) speciaal onderwijs

In de Wet kwaliteit (v)so en het nieuwe toezicht van de inspectie is meer aandacht voor de opbrengsten. Scholen gaan meer verantwoorden en kunnen dus ook beter aantonen of zij het maximale uit hun leerlingen hebben gehaald. Sinds 2011 vraagt de inspectie jaarlijks de opbrengsten van het (voortgezet) speciaal onderwijs op.

Waarom vragen wij deze gegevens op?

De opbrengstgegevens spelen een rol in de jaarlijkse prestatieanalyse, die de inspectie in combinatie met andere gegevens per school opstelt en indien nodig met het bestuur bespreekt. Op basis van deze analyse bepaalt de inspectie hoe het toezicht er per school uit komt te zien.

Opbrengstbevraging 2016

Net als voorgaande jaren heeft de inspectie ook in 2016 de opbrengstgegevens van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs opgevraagd. Besturen ontvingen in november 2016 het verzoek om de opbrengstgegevens over schooljaar 2015/2016 aan te leveren.

Wij vroegen naar uitstroom- en IQ-gegevens van het cohort 2015-2016 en naar de bestendiging van cohort 2014-2015.

De vragenlijst is waar mogelijk gelijk gehouden aan vorig jaar, om de gegevens over de jaren heen vergelijkbaar te houden. Er is wel rekening gehouden met de veranderingen in het toezicht als gevolg van passend onderwijs.

De term kortverblijf is in de vragenlijst vervangen door de term residentieel. Bij de residentiële leerlingen blijkt IQ geen goede voorspeller te zijn van het uitstroomniveau van leerlingen. Daarnaast is er ook geen duidelijk verband tussen het in- en uitstroomniveau van de residentiële leerlingen. De verzamelde data met betrekking tot residentiële leerlingen hebben niet geleid tot de verwachte risicodetectie. Daarom is de aparte vragenlijst residentieel, die voorheen werd ingevuld door scholen waar leerlingen tijdelijk onderwijs volgen in het kader van de combinatie met zorg/behandeling, vervallen. De inspectie onderzoekt in samenwerking met een externe klankbordgroep ‘residentieel’ hoe we een prestatieanalyse voor deze locaties kunnen ontwikkelen.