Toezicht op private activiteiten

Private activiteiten van bekostigde onderwijsinstellingen zijn alle activiteiten onder (mede) verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag van die instelling, die niet uitsluitend dienen voor de uitvoering van de bekostigde wettelijke taak van de instelling.

Private activiteiten wettelijk geregeld

Overheidsgeld dat voor het onderwijs bestemd is mag niet weglekken en onderwijsgeld mag geen oneerlijke concurrentie veroorzaken. De overheid wil anderzijds mogelijkheden bieden om door private activiteiten en door publiek-private samenwerking het bekostigde onderwijs en onderzoek te versterken.

Voor private activiteiten gelden daarom regels, op grond van de onderwijswetten WPO, WEC, WVO, WEB en WHW. De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving van deze regels.

In het documentenoverzicht vindt u de geldende regels voor private activiteiten die zijn gebaseerd op de onderwijswetgeving, zoals de notities Helderheid en de daaraan verbonden nota’s en brieven van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Instellingen moeten ook rekening houden met regelgeving die een andere grondslag kent, zoals fiscale regels en aanbestedingsregels.

Beleidsregel Investeren met publieke middelen in private activiteiten

Het ministerie van OCW heeft de nieuwe beleidsregel “Investeren met publieke middelen in private activiteiten” gepresenteerd (Staatscourant 14 april 2021). De nieuwe beleidsregel komt in de plaats van thema 2 van de notities Helderheid uit 2003.

De nieuwe beleidsregel geeft uitleg over en inzicht in de voorwaarden waaronder het bevoegd gezag van een bekostigde mbo- of ho-instelling publieke middelen mag investeren in private activiteiten.

De achterliggende gedachte hierbij is dat overheidsgeld dat voor het onderwijs bestemd is, niet  mag weglekken naar andere doelen. Ook wil de overheid voorkomen dat onderwijsgeld oneerlijke concurrentie veroorzaakt met niet door de overheid bekostigde onderwijsaanbieders of ondernemers. De voorwaarden in de nieuwe beleidsregel van OCW zijn bedoeld om dit te voorkomen.

Toepassing nieuwe beleidsregel in de praktijk

De inspectie houdt toezicht op de naleving van de beleidsregel door de bekostigde instellingen. Het is daarom belangrijk dat instellingen de nieuwe beleidsregel in de praktijk juist toepassen.

Verantwoording positieve en negatieve resultaten publiek-private activiteiten

Na inwerkingtreding van de nieuwe beleidsregel worden alle positieve én alle negatieve resultaten van publiek-private activiteiten aan het publieke vermogen toegevoegd, respectievelijk ten laste gebracht van het publieke deel van het eigen vermogen. Alle private activiteiten die worden ondernomen en waarmee ook publiek geld is gemoeid dienen te voldoen aan de nieuwe beleidsregel.

Geen veranderingen voor bestaande positieve en negatieve private eigen vermogens

Met de nieuwe beleidsregel worden geen veranderingen beoogd ten aanzien van bestaande negatieve of positieve private eigen vermogens. De positieve en negatieve private eigen vermogens die op het moment van inwerkingtreding van de nieuwe beleidsregel aanwezig zijn, blijven bestaan. Na inwerkingtreding van de nieuwe beleidsregel kan het op dat moment aanwezige private eigen vermogen niet (meer) muteren als gevolg van resultaten uit publieke of publiek-private activiteiten. Het private vermogen zou alleen nog kunnen muteren als gevolg van de resultaten die met 100% private activiteiten (dus die activiteiten waarin nooit publieke middelen zijn gebruikt) zijn behaald of dankzij giften en legaten.

Geen opbouw van privaat vermogen met publiek-private activiteiten

Met publiek-private activiteiten die (mede) met publieke middelen worden ondernomen kan nooit privaat vermogen worden opgebouwd. Dit omdat deze publieke middelen zijn bedoeld voor de bekostiging van de publieke wettelijke onderwijstaak die mbo- en ho-instellingen hebben.

Negatieve resultaten uit publiek-private activiteit aanleiding voor nader onderzoek

Negatieve resultaten uit publiek-private activiteiten kunnen voor de inspectie aanleiding zijn om nader onderzoek te doen. Wij zullen dan nagaan of de investering in een redelijke verhouding stond tot de verwachte meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak, ook in termen van doelmatigheid, of er een positieve businesscase was en of aan alle voorwaarden van de beleidsregel werd voldaan.

Positieve resultaten uit publiek-private activiteit altijd naar publiek vermogen

Tot nu toe was het in voorkomende gevallen zo dat als de publieke investering (incl. rendement, enz.) eenmaal was terugbetaald aan het publiek vermogen, de verdere winst uit de publiek-private activiteit als privaat mocht worden beschouwd. Dat kan met de komst van de beleidsregel niet meer. De publieke investering van een nieuw opgestart publiek-private activiteit hoeft niet te worden terugbetaald en de positieve baten uit de publiek-private activiteit vloeien altijd naar publiek.

NB: Dit geldt ook voor publiek-private activiteiten die al voor 01-01-2021 zijn gestart en al langer winstgevend zijn. Ook die winsten gaan voortaan naar het publiek vermogen. Er is dus geen overgangsregeling of uitzondering voor bestaande gevallen.

Een eventueel aanwezig positief privaat vermogen hoeft niet eerst te worden aangesproken in het geval van verliezen in met publiek geld gestarte private activiteiten. Het verlies van de publiek-private activiteit mag direct ten laste van het publiek vermogen worden gebracht. Zijn er winsten van de publiek-private activiteit dan vloeien die naar het publieke vermogen.

Casussen

Bureau Berenschot heeft in het rapport 'Inventarisatie en analyse historische casussen private activiteiten' 2 voorbeelden opgenomen van situaties waarbij private activteiten van bekostigd onderwijs centraal staan.

De volgende casus representeert recente ervaringen van het inspectietoezicht:

Oneerlijke concurrentie? Eerst zelf de onderwijsinstelling benaderen!

Omdat de inspectie regelmatig signalen krijgt van particuliere onderwijsaanbieders die menen dat een bekostigde onderwijsinstelling hen oneerlijk beconcurreert, zijn met de koepelorganisatie van particuliere onderwijsaanbieders, de MBO Raad, de VSNU en de Vereniging Hogescholen de volgende afspraken gemaakt: een signaalgever die meent te worden benadeeld, wordt geacht hiervan eerst zelf melding te maken bij de betrokken onderwijsinstelling en daar de kostprijsberekening op te vragen. Pas wanneer de instelling deze informatie niet wil geven, kan een klager zich melden bij het Loket Onderwijsinspectie. Op deze manier wordt bereikt dat instellingen zelf zoveel mogelijk transparant zijn.

Ouderbijdrage internationaal georiënteerd onderwijs is privaat geld

De (verplichte) ouderbijdragen voor het internationaal georiënteerd basis- of voortgezet onderwijs gelden als private baten. Voor besturen van scholen met internationaal georiënteerd onderwijs is dat van belang: met ingang van het verslagjaar 2022 moeten zij daarmee rekening houden in hun verantwoording en jaarverslag. Lees hierover meer op de webpagina Ouderbijdrage internationaal georiënteerd onderwijs is privaat geld.