44% van de samenwerkingsverbanden is langdurig voldoende of goed. Sinds 2016 zijn bijna alle samenwerkingsverbanden minimaal 2 keer onderzocht en beoordeeld: 1 keer met het Onderzoekskader 2017 en 1 keer met het Onderzoekskader 2021.
Bij samenwerkingsverbanden met het eindoordeel Onvoldoende in de periode 2022-2025 waren er vooral tekortkomingen bij de standaarden Uitvoering en kwaliteitscultuur en Evaluatie, verantwoording en dialoog. Bij 16 van de 40 onvoldoende samenwerkingsverbanden waren er ook tekortkomingen in het dekkend netwerk, vaker in het voortgezet onderwijs dan in het primair onderwijs. Specifiek voor het dekkend netwerk geldt dat samenwerkingsverbanden die hierin in de eerste periode tekortkomingen hadden, deze allemaal hadden opgelost bij het herstelonderzoek. In de tweede cyclus slaagden niet alle samenwerkingsverbanden daarin.
Om meer leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften een passende plek te geven op een reguliere school, moet de kwaliteit van de extra ondersteuning in het regulier onderwijs verbeteren. Daarnaast biedt samenwerking tussen het regulier en gespecialiseerd onderwijs kansen; het biedt leerlingen de mogelijkheid geleidelijk te wennen aan (meer) regulier onderwijs. Toch maakt slechts een minderheid van de reguliere scholen hier gebruik van.
Beeld: © Inspectie van het Onderwijs
Lees goede voorbeelden uit de praktijk in ons online magazine
In het online magazine bij De Staat van het Onderwijs 2026 koppelen we de feiten en cijfers uit het rapport aan verhalen en suggesties uit de onderwijspraktijk.
Meer leerlingen die meedoen in het regulier onderwijs; we spreken een school voor speciaal onderwijs die daar hard aan meewerkt. Hoe? Onder meer door coaching van leraren in het regulier onderwijs door de ambulante dienst. “Maatwerk en zichtbaarheid zijn heel belangrijk.” In dit artikel leest u over deze samenwerking, over het verschil met het regulier onderwijs en we delen handvatten over een succesvolle overstap van speciaal naar regulier onderwijs. “Investeer in de persoonlijke relatie en observeer, ook op sociaal-emotioneel vlak: gaat het bijvoorbeeld bij het buitenspelen goed met de sociale interactie?”