Tijdens de internationale webinar op 12 februari 2026 presenteerden we de belangrijkste bevindingen uit het rapport Internationale toezichtscan inclusief onderwijs in ontwikkeling. In dit rapport is onderzocht hoe 6 voorlopende landen en regio’s - Estland, Italië, Nieuw-Zeeland, Portugal, Zweden en Tirol - inclusief onderwijs hebben verankerd in wetgeving, financiering, professionalisering en toezicht.
De webinar ging onder meer in op de overgang van pilots naar structurele voorzieningen, ondersteuning op basis van onderwijsbehoeften zonder medische diagnose, verschillende financieringsmodellen en de rol van inspecties bij het stimuleren van inclusief onderwijs.
Hier kunt u de webinar (terug)kijken, inclusief ondertiteling in de Nederlandse taal. Onderaan deze pagina ziet u de meest gestelde vragen.
Webinar: Inclusief onderwijs in ontwikkeling

Veelgestelde vragen
Wat bedoelen we met inclusief onderwijs in deze scan? Gebruiken landen dezelfde definitie?
In de scan wordt inclusief onderwijs behandeld als een systeem-brede benadering: het wegnemen van barrières zodat aanwezigheid, participatie en prestaties van alle leerlingen de norm worden, in plaats van het standaard organiseren van onderwijs rond gescheiden arrangementen. Landen kunnen verschillende nationale formuleringen gebruiken, maar de richting sluit aan bij internationale, op rechten gebaseerde kaders. Bijvoorbeeld: inclusie als een gedeelde verantwoordelijkheid, niet als een speciale toevoeging. De scan benadrukt dat duidelijkheid toeneemt wanneer landen uniforme kaders, gedeelde taal en nationale kwaliteitsstandaarden gebruiken.
Omvatten deze landen alle kinderen, inclusief kinderen met ernstige beperkingen, bijvoorbeeld zeer lage intellectuele vermogens?
De scan rapporteert dat landen streven naar inclusief onderwijs en benadrukt systeemvoorwaarden die brede inclusie ondersteunen, zoals wetgeving, zorgplicht, financiering, samenwerking, monitoring. De scan geeft echter geen uniforme, gedetailleerde operationele afbakening van wat in elke context onder ‘alle’ leerlingen wordt verstaan, bijvoorbeeld hoe wordt omgegaan met leerlingen in intensieve medische voorzieningen of met zeer zware fysieke beperkingen. Wat de scan wel benadrukt, is dat inclusieve systemen vaak steunen op flexibele voorzieningen, toegang tot specialisten en interprofessionele samenwerking zodat ondersteuning rond de leerling kan worden georganiseerd.
Betekent inclusie dat iedereen altijd de hele dag in hetzelfde klaslokaal zit?
Nee. De benadering in de scan ondersteunt inclusie als volledige participatie en toegang, niet als 1 rigide plaatsingsmodel. De scan benadrukt expliciet het belang van curriculumflexibiliteit en maatwerkondersteuning, zodat onderwijs zó kan worden georganiseerd dat ontwikkeling en inclusie worden gewaarborgd. Het uitgangspunt daarbij is dat ondersteuning rondom de leerling wordt georganiseerd, in plaats van te kiezen voor de standaardoplossing waarbij de leerling wordt overgeplaatst.
Is inclusief onderwijs vooral een politieke beslissing? Welke rol kunnen scholen spelen?
De kernboodschap van de scan is dat inclusie slaagt wanneer wetgeving, financiering, standaarden en professionele capaciteit scholen ondersteunen. Dus ja, beleidsbeslissingen zijn cruciaal. Maar scholen spelen nog steeds een actieve rol: het opbouwen van een inclusieve cultuur, het gebruiken van flexibele onderwijsbenaderingen, het organiseren van ondersteuning rond leerlingen en leraren, en het werken in netwerken met partners. De scan benadrukt interprofessionele samenwerking als een praktische hefboom op schoolniveau, met duidelijke mandaten.
Kunnen we eisen dat een Nederlandse basisschool een kind op die specifieke school houdt onder het mom van inclusie, tijdens de overgangsfase van het onderwijsstelsel?
In Nederland betekent de zorgplicht dat scholen en ouders moeten toewerken naar een passende plek en ondersteuning. Maar het onderwijsstelsel bevindt zich in een overgangsfase. De scan stelt geen Nederlandse juridische grenzen vast, maar laat wel zien dat in verschillende voorlopers de zorgplicht juridisch sterk verankerd is: scholen kunnen een leerling doorgaans niet weigeren omdat ondersteuning moeilijk te organiseren is. In plaats daarvan wordt ondersteuning rond de leerling georganiseerd. Dit is een structurele ontwerpkeuze die exclusie reduceert.
Heeft de scan gekeken naar nationale structuren en die vergeleken met Nederlandse structuren zoals samenwerkingsverbanden?
De scan heeft gekeken naar onderwijs- en zorgstelsels, vooral naar hoe landen samenwerking en ondersteuning rond scholen organiseren. De scan presenteert echter geen 1-op-1 structurele vergelijking met Nederlandse samenwerkingsverbanden als institutioneel model. In plaats daarvan laat de scan zien dat landen samenwerking organiseren via netwerken: interprofessionele teams gebaseerd op duidelijke mandaten tussen scholen en externe partners, zoals gemeenten/gezondheidszorg/jeugdzorg. Functioneel kan dit lijken op aspecten van Nederlandse samenwerkingsverbanden. Maar de scan beschrijft dit op het niveau van bouwstenen, en niet als een directe institutionele 1-op-1 vergelijking.
Heeft de scan geldstromen en financiering vergeleken met het Nederlandse systeem?
Niet in de zin van een kostentechnische analyse of een volledige vergelijking van geldstromen. De scan benadrukt wel het belang van gerichte en structurele financiering op de lange termijn en wijst op de positieve effecten van verevening van financiering, zoals in Estland, en meerjarige financieringsregelingen, zoals in Nieuw-Zeeland. Ook wordt beschreven dat er in de onderzochte voorbeelden geen financiële belemmeringen zijn voor het inzetten van professionals uit zorg of jeugdhulp om inclusie te realiseren. De scan bevat echter geen financiële systeemvergelijking tussen Nederland en andere landen, en ook geen volledige analyse van financiële prikkels binnen verschillende onderwijsstelsels.
Hoe wordt inclusief onderwijs gefinancierd in de voorbeelden van koplopers?
De scan benadrukt gerichte en lange termijn financiering. Er wordt onder meer genoemd:
- Estland: gelijktrekking van financiering had een positief effect op alle scholen.
- Nieuw-Zeeland: duurzame financiering via een specifieke regeling, bijvoorbeeld Ongoing Resource Scheme.
De scan vermeldt ook dat er geen financiële beperkingen zijn voor het inzetten van professionals uit speciale zorg of jeugdhulp om inclusie te realiseren in de beschreven onderwijsstelsels.
Hoe bevorderen andere landen een inclusieve mindset bij leraren?
De scan wijst herhaaldelijk op lerarenopleiding en professionele ontwikkeling als cruciaal - en merkt ook op dat waar opleiding zwak is, inclusie in de praktijk beperkt blijft. Landen ondersteunen mindset en bekwaamheid door:
- structurele training
- toegang tot specialisten
- kennisdelingsplatforms (digitaal)
De scan verbindt duurzame inclusie ook aan een stabiele ondersteuningsbasis. Bijvoorbeeld gedeelde benaderingen rond gedrag en verbondenheid.
Hoe versterken onderwijssystemen de handelingsbekwaamheid van leraren voor inclusief onderwijs?
De scan laat zien dat inclusief onderwijs effectiever is wanneer leraren en schoolteams structureel professionele ondersteuning ontvangen. Dit omvat onder meer gerichte scholing in differentiatie, toegang tot specialistische expertise (zoals professionals uit het speciaal onderwijs) en mogelijkheden om gezamenlijk vraagstukken te bespreken en op te lossen in multidisciplinaire teams. De scan constateert ook dat scholen moeite hebben om inclusief beleid daadwerkelijk te vertalen naar de onderwijspraktijk in de klas wanneer de initiële lerarenopleiding en de voortdurende professionalisering op het gebied van inclusieve onderwijspraktijken beperkt zijn. Kortom, de scan benadrukt dat het versterken van de professionele expertise binnen het gehele onderwijssysteem een belangrijke voorwaarde is voor geloofwaardig en duurzaam inclusief onderwijs.
Estland werkt op basis van behoeften en niet op basis van diagnose. Geldt dat ook voor jeugdzorgondersteuning?
De scan is duidelijk over onderwijsondersteuning: in onder andere Estland is geen formele diagnose nodig voor extra onderwijsondersteuning. Maar de scan zoomt niet in op ondersteunende jeugdzorgregelingen in Estland, en kan daarom niet bevestigen of hetzelfde principe van ‘behoefte in plaats van diagnose’ daar ook geldt.
Wat kunnen leraren morgen al doen om inclusiever te werken, op basis van de scan?
Praktijkgerichte stappen die aansluiten bij de systeembouwstenen uit de scan:
- Gebruik flexibele benaderingen zodat leerlingen in verschillend tempo en op verschillende niveaus kunnen leren binnen dezelfde leeftijdsgroep. Curriculumflexibiliteit wordt genoemd als kenmerk van inclusieve systemen.
- Zoek specialistische ondersteuning die verbonden is met het klaslokaal, niet alleen daarbuiten. Specialisten en interprofessionele samenwerking worden benadrukt in de scan.
- Versterk de ondersteuningsbasis in de klas en de school. Denk aan gedeelde aanpakken en verbondenheid.
Hoe bouwen landen specialistische expertise op wanneer leerlingen over scholen verspreid zijn? Bijvoorbeeld over visuele of auditieve beperkingen of braille.
De scan wijst op modellen waarin expertise rondom scholen wordt georganiseerd, in plaats van leerlingen met vergelijkbare onderwijsbehoeften of beperkingen te concentreren in afzonderlijke voorzieningen. Zo wordt bijvoorbeeld gewezen op specialistische ondersteuning die schooloverstijgend kan worden ingezet. Bijvoorbeeld in de vorm van ambulante of rondreizende ondersteuning. Het onderliggende principe in de scan is: zorg dat expertise op systeemniveau beschikbaar blijft en toegankelijk is voor reguliere scholen.
Hoe zorgen landen voor samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en zorg of jeugdhulp?
De scan beschouwt interprofessionele samenwerking met duidelijke mandaten als een voorwaarde voor inclusie. Deze voorwaarde wordt expliciet genoemd voor verschillende contexten. De scan laat ook zien dat inspecties in sommige landen deze samenwerking meenemen in hun toezicht (ouders, scholen, jeugdhulp, zorgprofessionals). De belangrijkste les: samenwerking is geen vrijblijvende aanvulling, maar vormt onderdeel van heldere verwachtingen, rollen en in sommige gevallen ook van het toezicht.
Hoe monitoren landen welzijn in de tijd en wat zijn de resultaten?
De scan laat zien dat landen verschillende indicatoren gebruiken en dat er geen enkele indicator is die inclusie volledig meet. Concreet benadrukt de scan de rol van nationale of uniforme leerlingvolgsystemen om voortgang en uitkomsten te volgen en risico’s vroegtijdig te signaleren, met name in Estland en Nieuw-Zeeland. De scan biedt geen internationale ranglijst om te monitoren wat de resultaten zijn in welbevinden, maar benadrukt monitoring wel als een belangrijk systeeminstrument.
Welke landen gebruiken nationale leerlingvolgsystemen en waarom is dat belangrijk voor inclusie?
De scan noemt Estland en Nieuw-Zeeland als landen die nationale leerlingvolgsystemen gebruiken om voortgang en leerresultaten te monitoren en trends en risico’s vroegtijdig te signaleren. De scan merkt ook op dat dit inzicht kan geven in leerlingen die niet naar school gaan, zoals in Estland. Dit is belangrijk omdat inclusief onderwijs monitoring vereist: je kunt niet verbeteren wat je niet kunt zien.
Hoe is privacy georganiseerd in nationale datasystemen?
De scan biedt geen gedetailleerde technische specificaties over wetgeving of beleid rond dataprivacy. Monitoring wordt wel als belangrijk benoemd, maar privacyregelingen worden niet in technisch detail beschreven. Wel zijn de meeste voorlopers onderdeel van de Europese Unie, waarmee ze ook dienen te voldoen aan de Europese privacywetgeving.
Zijn er landen die succesvol zijn in inclusie zonder data- of monitoringssystemen?
De scan noemt een belangrijk contrast: Italië heeft al zeer lange tijd inclusief onderwijs, en het scanmateriaal benadrukt dat een gebrek aan training en professionele ontwikkeling de impact kan beperken. In de praktijk kan inclusie bestaan zonder geavanceerde monitoringssystemen, maar de algemene richting van de scan is dat monitoringssystemen vroege signalering, systeemsturing en verantwoording over resultaten versterken.
Hoe ondersteunen inspecties inclusie? Oordelen zij alleen of ondersteunen zij ook ontwikkeling?
De scan benadrukt een ontwikkelingsgerichte benadering bij sommige inspecties: na het vaststellen van een oordeel kunnen inspecties scholen begeleiden tijdens verbeterprocessen. Ook worden thematische schoolbezoeken genoemd die leren tussen scholen stimuleren, zoals in Zweden. Of het gebruik van zelfevaluaties als input voor inspectie, zoals in Portugal en Tirol.
Wat zijn volgens de scan de belangrijkste bouwstenen waarvan Nederland kan leren van de koplopers?
De inspiratielessen uit de scan keren steeds terug naar deze systeemhefbomen:
- Inclusief onderwijs is verankerd in wetgeving: verplicht en zichtbaar in de praktijk.
- Volledige zorgplicht: scholen kunnen een leerling niet weigeren vanwege diens ondersteuningsbehoeften.
- Duidelijke nationale kaders of standaarden en gedeelde taal.
- Stabiele, gerichte duurzame financiering en minder financiële barrières om ondersteuning in te zetten.
- Professionele capaciteit: opleiding, toegankelijke expertise en kennisplatforms.
- Monitoringssystemen om uitkomsten en risico’s te volgen en verbeteringen te sturen.
- Interprofessionele samenwerking met duidelijke mandaten als voorwaarde, en soms onderdeel van inspectie.