Kom op een laagdrempelige manier meer te weten over het landelijk beeld van de taakuitvoering en de ontwikkelingen binnen gemeenten. Tijdens de webinar op 5 februari 2026 gingen we in gesprek over de hoofdlijnen van 2 rapporten: het Landelijk rapport gemeentelijke taakuitvoering kinderopvang-onderwijs en het rapport Gemeentelijk beleid kinderopvang, voor- en vroegschoolse educatie en onderwijsachterstandenbestrijding. Hier kunt u de webinar (terug)kijken, inclusief ondertiteling. De vragen die tijdens de webinar zijn gesteld ziet u, mét de antwoorden, onderaan deze pagina.
Webinar: gemeentelijke taakuitvoering kinderopvang-onderwijs

Veelgestelde vragen
Als er gesproken wordt over de kwaliteit van de kinderopvang gaat dit nu vooral over het wel of niet voldoen aan de wettelijke kaders. Niet over wat de effecten zijn van goede kinderopvang. Kan het ministerie aangeven waar we dan naar zouden moeten kijken, als we die kwaliteit bedoelen?
In ons rapport kijken we inderdaad vooral naar de kwaliteit van de kinderopvang in termen van tekortkomingen en (snel) herstel daarvan. De voorwaarden waar de houder aan moet voldoen, zijn erop gericht om veilige en kwalitatief goede kinderopvang te bieden. Een beeld hiervan zegt wat ons betreft dus veel over de kwaliteit van de kinderopvang. Maar het is inderdaad geen compleet beeld; het laat niet direct op kindniveau de effecten van kinderopvang zien. Dergelijke gegevens hebben wij niet tot onze beschikking. In de uitgave Herziening financieringsstelsel kinderopvang, van het Centraal Planbureau (CPB) wordt een mooi overzicht gegeven van onderzoeken naar maatschappelijke effecten van kinderopvang.
Kinderopvang is een marktpartij, de gemeente heeft enkel de wettelijke taak (en middelen) om toezicht te houden op de kwaliteit en deze te handhaven. Waar zou gemeentelijk kinderopvangbeleid zich in jullie optiek op moeten richten?
Naast het toezicht en de handhaving op de kinderopvang, heeft de gemeente de taak om samen met alle houders van de kinderopvang (niet alleen met degenen die voorschoolse educatie aanbieden) en de schoolbesturen overleg te voeren over het bestrijden en voorkomen van onderwijsachterstanden. Alle houders zijn vanuit de Wet kinderopvang (Wko) verplicht om daaraan deel te nemen. De gemeente kan in haar bredere beleid rond het jonge kind ook de bijdrage opnemen die kinderopvang kan leveren aan het bestrijden van onderwijsachterstanden. En daar doelen bij stellen, in samenspraak met de houders. Daarnaast kan de gemeente de instrumenten die zij heeft rond toezicht en handhaving op de kinderopvang (beter) laten aansluiten op haar beleid. Bijvoorbeeld in de keuze welke voorwaarden de GGD onderzoekt (flexibel toezicht) of hoe 'herstelaanbod' wordt ingezet.
Gemeenten moeten elk jaar 50% van de gastouders bezoeken en iedere gastouder moet eens per 3 jaar geïnspecteerd worden. Als kleine gemeente lopen we wel eens tegen die norm aan. Welke moeten we hierin 'voorrang' geven? Vervolgvraag: Waar we, in samenspraak met de GGD, tegen aanlopen is dat de frequentie van de inspecties dusdanig hoog is dat het eigenlijk te vaak is.
De GGD moet inderdaad ieder jaar 50% van de geregistreerde gastouders inspecteren. Daarnaast moet iedere gastouder ten minste 1 keer per 3 jaar bezocht worden. Dit is een extra voorwaarde, zodat daadwerkelijk alle gastouders regelmatig gezien worden en niet elke keer dezelfde. De wetgever is van mening geweest dat dit niet te vaak is.
Wat is de reden dat de 100%-norm niet is bereikt voor de jaarlijkse inspecties van kinderopvang organisaties?
Dat kan verschillende oorzaken hebben. Meestal komt dit door personeelsproblemen bij de GGD, waardoor niet alle locaties onderzocht zijn.
Maken ouders met een lagere sociaal-economische status minder gebruik van kinderopvang of minder gebruik van kinderopvangtoeslag? Komt dit omdat zij geen recht hebben op kinderopvangtoeslag vanwege niet werkend? En hoe is dat dan gemeten?
Ja, dat klopt. Ouders met een lagere sociaal-economische status maken inderdaad minder gebruik van de kinderopvang. De eis dat in de meeste gevallen beide ouders moeten werken om in aanmerking te komen voor kinderopvangtoeslag, draagt daar waarschijnlijk aan bij. Dit blijkt uit het rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO, 2024), waarbij meerdere welvarende Europese landen worden vergeleken. Wij hebben dit niet zelf gemeten.
Welke kwaliteitseisen zijn er gewijzigd?
Kinderdagverblijven:
- Tijdelijk afwijken vaste-gezichtencriterium bij afwezigheid vaste beroepskracht toegestaan.
- Inzet van beroepskracht in opleiding als vaste beroepskracht toegestaan.
Buitenschoolse opvang:
- Berekening beroepskracht-kindratio op locatieniveau in plaats van groepsniveau.
- Opvang van kinderen op een andere locatie tijdens schoolvrije dagen.
- Inzet van andersgekwalificeerde beroepskrachten binnen de beroepskracht-kindratio.
Kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang:
- Vermelden van exacte tijdstippen voor afwijking van de 3-uursregeling in het pedagogisch beleidsplan niet meer verplicht.
- Verlenging ruimere formatieve inzet beroepskracht in opleiding.
- Maximaal 50% van de dagelijkse opvangtijd mag in het Duits, Engels of Frans plaatsvinden.
Hoe kun je als gemeente de effectiviteit van je handhavingsbeleid monitoren?
Door met de kinderopvanghouders en de GGD toezichthouder te kijken naar het effect van de handhavingsmaatregelen die ingezet worden. Als hulpmiddel en benchmark kunt u hierbij de gemeenterapportage betrekken, die u ieder jaar in juli ontvangt.
Door de gedecentraliseerde werkwijze in handhavingsbeleid (iedere gemeente bepaalt eigen handhavingsbeleid) en door de gedecentraliseerde werkwijze voor toezichthouders (iedere GGD-regio bepaalt zelf hoe wetsteksten moeten worden gelezen) ontstaan grote verschillen tussen gemeenten. Is daar ook onderzoek naar gedaan?
Nee, daar heeft een ander onderzoeksbureau onderzoek naar gedaan. U leest de uitkomsten in het Eindrapport van het onderzoek naar verschillen in uitvoering van toezicht en handhaving op de kinderopvang.
Hoe moeten gemeenten omgaan met stijgende vraag naar kinderopvang, gezien het personeelstekort in de sector?
Gemeenten kunnen met de kinderopvanghouders in gesprek gaan over manieren om personeel te behouden of te werven, en over het kinderopvangaanbod in de gemeente. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gaf in april 2024 een update over de voortgang van de aanpak personeelstekort.
Hoe kun je als gemeente meedenken over kwaliteit met houders in deze commerciële sector?
De commerciële aard van de sector hoeft geen belemmering te zijn voor een dialoog, zolang die maar open en eerlijk en met alle aanbieders gevoerd wordt. De meeste houders willen kwalitatief goede kinderopvang bieden. Vanuit dat startpunt kan je als gemeente met je houders gezamenlijke doelen formuleren. De houders kunnen dan aangeven wat zij nodig hebben om die doelen te bereiken en daarmee helpen om de (gemeentelijke) doelen te bereiken.
Waarom moeten wij als gemeente afspraken maken met schoolbesturen over resultaten van vroegschoolse educatie? De scholen ontvangen toch zelf deze middelen (dan wel niet geoormerkt) en zijn daarom zelf toch verantwoordelijk voor (de kwalitieit van) de uitvoering van vroegschoolse educatie? Kan de overheid geen resultaatafspraken maken met de schoolbesturen over vroegschoolse educatie?
Vanuit de Wet op het primair onderwijs (Wpo) hebben gemeenten en schoolbesturen in het primair onderwijs de verplichting om jaarlijks samen overleg te voeren en afspraken te maken over de resultaten van vroegschoolse educatie. De resultaatafspraken vroegschoolse educatie zijn een middel om als gemeente zicht te krijgen op het effect van het gemeentelijke (en dus niet het landelijke) beleid voor de voor- en vroegschoolse educatie. Dit is niet gekoppeld aan de middelen die hiervoor beschikbaar zijn of worden ingezet. De resultaatafspraken zijn nadrukkelijk geen verantwoordingsinstrument.
Wat kun je als gemeente doen als scholen niet willen meewerken aan het maken van afspraken over onderwerpen van de Lokale Educatieve Agenda (LEA)?
Als een deel van de scholen of besturen wel meewerkt, heeft de gemeente doorzettingsmacht, waarmee de uitkomsten van het overleg omgezet kunnen worden in bindende afspraken. Als het helemaal niet lukt om tot afspraken te komen met de schoolbesturen, is er de mogelijkheid om via het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een geschillencommissie te laten instellen, die uitspraak doet over het geschil. De Inspectie van het Onderwijs kan via het directe toezicht met scholen en schoolbesturen in gesprek over hun rol. Gemeenten kunnen via ons klantcontact een signaal afgeven.
Is het ook mogelijk om een onderwijsbrede LEA op te stellen? Dus van voor- en vroegschoolse educatie (vve), primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo), tot volwasseneducatie, beperkte basisvaardigheden et cetera?
De LEA is een overleg waar op bestuurlijk niveau over verschillende onderwerpen wordt gesproken. Er zijn voor- en nadelen van de agenda breed insteken. Zo kan een breed ingestoken agenda de afstemming van het beleid op de verschillende onderwerpen vergemakkelijken. De wettelijke kaders van de LEA kunt u vinden in de Wet primair onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs 2020. De specifieke artikelen worden vermeld in de toelichting van de jaarverantwoording LEA/vve.
Waar kan ik de (wettelijke) kaders vinden van de LEA?
Die vindt u in de Wet primair onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs 2020. De specifieke artikelen worden vermeld in de toelichting van de jaarverantwoording LEA/vve.
Moet het onderwerp nieuwkomers in de Lokale Educatieve Agenda (LEA) besproken worden of kan dit ook in een ander overleg?
De wet zegt hierover het volgende: het voeren van ten minste jaarlijks overleg met de bevoegde gezagen van alle scholen in de gemeente en zorg dragen voor het maken van afspraken, als bedoeld in artikel 193c van de Wet op het primair onderwijs en artikel 9.3c van de Wet voorgezet onderwijs 2020. Het lijkt voor de hand te liggen om dit in de LEA te agenderen, omdat de scholen hier ook aan tafel zitten. Maar als de agenda bijvoorbeeld te vol wordt, of als er ook andere gesprekspartners specifiek voor het onderwerp nieuwkomers aansluiten, is een apart overleg wellicht handiger. Houd hierbij ook rekening met overleg op bestuurlijk niveau of overleg met een werkgroep. De verplichting geldt voor het bestuurlijk niveau.
Waar vind ik de regeling over de vragenlijst voor nieuwkomers?
Deze vindt u in de Staatscourant.
Als ik het goed begrijp wil de Inspectie van het Onderwijs graag een belangrijke brugfunctie vervullen tussen gemeenten en ministerie en tussen ministeries onderling. Hoe verhoudt zich dat tot wat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) doet? En hoe verhoudt zich dat tot de ondersteuning via GOAB.eu door Oberon, Sardes en CED-groep?
De VNG wordt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gesubsidieerd om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van de taken rondom kinderopvang. De ondersteuning voor gemeenten bij de uitvoering van het onderwijsachterstandenbeleid wordt (in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)) verzorgd door een consortium van Oberon, Sardes en de CED-groep. Meer informatie hierover is te vinden op de website van GOAB.
De inspectie is (namens het Rijk) interbestuurlijk toezichthouder op de uitvoering van de wettelijke taken door gemeenten en gaan hierbij, meer dan voorheen het geval was, inzetten op het delen van kennis en informatie over de (resultaten van de) taakuitvoering.
Is er een overkoepelende visie vanuit de overheid richting gemeenten over de ontwikkeling van Integrale Kind Centra (IKC's)?
Er is bij de inspectie geen overkoepelende visie van de overheid bekend over de ontwikkeling van IKC's.
Als kinderopvang op basis van levensbeschouwing gewenst wordt, is dit dan een zaak waar de gemeente mee verder kan, in overleg met de desbetreffende levensbeschouwing? Vervolgvraag: Mogen deze levensbeschouwelijke instellingen restricties aangeven (die niet in strijd zijn met grondwettelijke rechten) op basis van de grondslagen van de levensbeschouwing? Bijvoorbeeld op personeelsbeleid?
Dat lijkt ons wel, en in overleg met de kinderopvanghouder. Dit is een mooie manier om aan de vraag van ouders te voldoen. Het personeelsbeleid moet voldoen aan de regels waar iedere werkgever aan gehouden is. Voor het aannemen of weigeren van kinderen geldt dat er niet gediscrimineerd mag worden.
Waar zijn infographics uit de presentatie te downloaden?
De infographics vindt u in het Landelijk rapport gemeentelijke taakuitvoering kinderopvang-onderwijs 2025. Ze zijn niet apart te downloaden.
Volgt het definitieve rapport over samenhang gemeentelijk beleid later deze maand?
Het rapport Gemeentelijk beleid kinderopvang, voor- en vroegschoolse educatie en onderwijsachterstandenbestrijding is gepubliceerd.