In het vierjaarlijks onderzoek bij besturen maakt de inspectie bij de beoordeling van het kwaliteitsgebied Besturing, kwaliteitszorg en ambitie (BKA) gebruik van 3 standaarden. Het financieel beheer is hiervan telkens een integraal onderdeel. De 3 standaarden van het waarderingskader geven samen zicht op de kwaliteitscyclus van het bestuur. Als deze cyclus op orde is, is het bestuur in staat de basiskwaliteit te realiseren en te borgen, het onderwijs te verbeteren en te zorgen voor deugdelijk financieel beheer.
3 standaarden van het kwaliteitsgebied Besturing, kwaliteitszorg en ambitie (BKA)
In deze standaard beoordelen wij de manier waarop het bestuur de besturing en de randvoorwaarden inricht aan de hand van een visie van het bestuur op onderwijs, uitgewerkt in ambities en doelen. In het financiële toezicht kijken wij nadrukkelijk naar de koppeling van doelen aan de bijbehorende inzet van financiële middelen in de meerjarenbegroting.
In de tweede standaard staat de uitvoering centraal: hoe stuurt het bestuur op het realiseren van de visie, ambities en doelen? Dragen de beschikbare financiële middelen bij aan de realisatie van de door het bestuur gestelde doelen en worden ze doelmatig en rechtmatig aangewend? Het bestuur stuurt op effectief financieel beheer, zodat de continuïteit van het onderwijs gewaarborgd is en bekostiging rechtmatig verkregen wordt. Als de continuïteit in het geding is en het bestuur onder aangepast financieel toezicht wordt geplaatst, leidt dat tot een onvoldoende op deze tweede standaard.
In de derde standaard onderzoeken we hoe het bestuur evalueert en analyseert, verantwoording aflegt, reflecteert op haar eigen handelen en daarover in gesprek gaat met belanghebbenden. Het brengt minimaal jaarlijks verslag uit aan zijn in- en externe belanghebbenden over zijn doelen en de resultaten van het onderwijs. De verantwoording in het jaarverslag is betrouwbaar en de inhoud ervan voldoet aan de wettelijke vereisten.