Kansen vergroten bij de overgang po-vo

De kansen van leerlingen worden vergroot als scholen de capaciteiten en mogelijkheden van leerlingen zorgvuldig inschatten. Ongeacht de achtergrond van die leerlingen. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Kansen(on)gelijkheid bij de overgangen po-vo’. In vervolg op dit onderzoek is de ‘Interactieve simulatie Basisschooladvies’ ontwikkeld, speciaal voor leraren en schoolteams in het po.

In De Staat van het Onderwijs 2014-2015 stelden we vast dat leerlingen met dezelfde talenten toch vaak verschillende schoolcarrières doorlopen. Deze verschillen tussen leerlingen blijken zelfs toe te nemen. Vooral van invloed zijn de overgang van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs. po en vo, en overgangen binnen het voortgezet onderwijs. Daarom hebben we in het schooljaar 2016-2017 verdiepend onderzoek uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek: ontdekken welke factoren in het gedrag van scholen en leraren - rond de overgang van het po naar het vo - de kansen van leerlingen vergroten. En vervolgens scholen en leraren bewust te maken van die soms onbewust spelende succes- of faalfactoren, om zo de kansengelijkheid te bevorderen.

Succesfactoren voor kansen van leerlingen

Uit het onderzoek blijkt dat dat kansen van leerlingen (ongeacht hun achtergrond) worden vergroot als scholen en leerkrachten capaciteiten en mogelijkheden van leerlingen zorgvuldig inschatten.

Hoe kan een leraar zorgvuldige afwegingen maken? Onder meer dankzij:

  • een samenhangende analyse en weging van relevante leerlingeninformatie
  • uitwisseling van deze informatie, georganiseerde tegenspraak
  • in de onderwijspraktijk goed inspelen op wat bekend is over de leerlingen (onderwijs- en ondersteuningsbehoeften)
  • een goede procedure bij advisering en plaatsing
  • goede contacten tussen po en vo
  • ouders in een vroeg stadium te betrekken bij de totstandkoming van het schooladvies.

Hoge verwachtingen essentieel

Essentieel in een goede inschatting, zo wijst het onderzoek uit, is dat de leraar een grondhouding heeft van hoge verwachtingen van zijn leerlingen. Dat betekent in de praktijk: leerlingen activeren, talenten ontdekken, hen voeden met nieuwe kennis, en het onderwijs uitdagend maken. Deze leraren laten aan leerlingen weten en voelen dat zij hoge verwachtingen van hen hebben, ze geven de leerlingen kansen en de mogelijkheid die kansen waar te maken.

Overigens hadden scholen vaak ten onrechte de veronderstelling dat er bij hen geen belemmerende factoren speelden voor het bieden van gelijke kansen. Dat is jammer. Ook daarom blijft het belangrijk te reflecteren op de resultaten van leerlingen en op de leergroei en ontwikkeling die zij hebben doorgemaakt - en op de manieren waarop de school kan bijdragen aan grotere kansen voor alle leerlingen.

Voorbeelden: gedrag dat kansen belemmert of kansen vergroot

  • Praktijkvoorbeeld: hoe kansen worden belemmerd
    “Het is een echte havo-leerling, kijkend naar leerresultaten, werkhouding, motivatie. Maar thuis heeft deze leerling het zwaar gehad. Dus het lijkt ons beter wat lager in te steken.”
  • Praktijkvoorbeeld: hoe kansen worden belemmerd
    “Ons uitgangspunt is dat een leerling beter kan opstromen dan kan afstromen. Succeservaringen zijn voor leerlingen heel belangrijk. We kunnen dus beter voorzichtig beginnen.”
  • Praktijkvoorbeeld: hoe kansen worden belemmerd
    "Je kunt ze maar beter veilig laten beginnen in het vo. Ik ben zelf ook doorgestroomd van vmbo-t naar havo: als ze écht willen en kunnen, dan komen ze er toch wel.”
  • Praktijkvoorbeeld: hoe kansen worden belemmerd
    “Vorig jaar hebben we een advies omhoog bijgesteld omdat de leerling een hogere score op de eindtoets had. Maar de VO-klas van het hogere niveau zat al vol, dus de leerling is toch naar het lagere niveau gegaan.”
  • Praktijkvoorbeeld: hoe kansen worden vergroot
    Een (ogenschijnlijk) weinig gemotiveerde leerling heeft regelmatig haar huiswerk niet gemaakt. Hoewel de school een vmbo-t advies vindt passen bij de leerprestaties, vraagt zij zich toch af of een vmbo-k/vmbo-t advies niet beter zal zijn. Maar eerst onderzoekt de school de achterliggende redenen van het huiswerkgedrag. De leerling blijkt vaak te moeten zorgen voor haar broertjes/zusjes. School gaat hierover in gesprek met ouders en de leerling en komt tot de slotsom dat de leerling een vmbo-t-advies gaat krijgen.
  • Praktijkvoorbeeld: hoe kansen worden vergroot
    Een leerling laat op cognitief gebied havoniveau zien in de brede brugklas, maar de mentor vindt hem ongemotiveerd en ervaart zijn gedrag als lastig. De mentor vindt dat de leerling geen ‘havo-houding’ heeft en plaatst hem in vmbo-t. Een collega stelt dit ter discussie: “Als deze leerling ondanks weinig motivatie al dit prestatieniveau laat zien, dan kan er nog veel meer inzitten en moet hij in ieder geval de kans krijgen om naar havo door te stromen.” Er wordt toch voor havo gekozen, en de leerling doet het daar goed. Wanneer de besluitvorming alleen in handen van de mentor had gelegen, was de leerling de kans ontnomen om het vo-niveau te volgen dat past bij zijn capaciteiten.
  • Praktijkvoorbeeld: hoe kansen worden vergroot
    “Onze adviescommissie bestaat uit de leerkrachten van de groepen 6,7,8, de ib-er en de directeur. Iedereen vult voor alle leerlingen een formulier in met een schooladvies, voorzien van een motivering. Vervolgens wordt iedere leerling besproken.” Hier is tegenspraak gecreëerd.
  • Praktijkvoorbeeld: hoe kansen worden vergroot
    “Het is onze visie dat we leerlingen kansen bieden, en dat we er naartoe moeten werken om hun kansen te vergroten. Dat betekent dat we ons onderwijs daarop inrichten. Daarvoor is het belangrijk dat er naast aandacht voor cognitieve aspecten ook oog is voor het ontwikkelen van sociale vaardigheden en het verbeteren van de werkhouding.”