Nieuwe scholen in het primair en voortgezet onderwijs

Beoordeling onderwijskwaliteit nieuwe scholen in het primair en voortgezet onderwijs

De manier waarop nieuwe bekostigde scholen in het primair en voortgezet onderwijs gesticht kunnen worden is geregeld in de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen, die op 20 mei 2020 is aangenomen. De bedoeling van deze wet is om een toekomstbestendig, kwalitatief goed en divers onderwijsaanbod mogelijk te maken dat aansluit op de wensen van ouders en leerlingen. De inspectie heeft daarbij de wettelijke taak om een oordeel te geven over de onderwijskwaliteit die te verwachten is op nieuwe scholen.

Wilt u een nieuwe bekostigde school oprichten? Meld dat dan bij DUO. Zowel besturen die al scholen onder zich hebben als andere initiatiefnemers kunnen dat doen. Na aanmelding levert u documentatie aan bij DUO, zoals beschreven in de wet. De inspectie gebruikt de documentatie bij het uitvoeren van de kwaliteitstoets.

De kwaliteitstoets bestaat uit de volgende stappen:

  1. de inspectie bestudeert de aangeleverde gegevens
  2. ze voert een gesprek met de initiatiefnemers
  3. ze stelt een verslag op, dat ze voor reactie en aanvulling voorlegt aan de initiatiefnemers
  4. ze adviseert de minister

De minister besluit vervolgens, mede op basis van het advies van de inspectie, over de aanvraag.

Waar de inspectie naar kijkt

De inspectie baseert haar oordeel op 6 deugdelijkheidseisen (voorwaarden voor bekostiging):

  1. inhoud van het onderwijs: Burgerschapsonderwijs
  2. leerlingen die extra ondersteuning behoeven en de voorzieningen daarvoor
  3. inrichting van het onderwijs: zicht op ontwikkeling van de leerlingen
  4. inrichting van het onderwijs: onderwijstijd
  5. inhoud van het onderwijs: kerndoelen en referentieniveaus
  6. scheiding tussen de functies van bestuur en het toezicht daarop (vormgeving van de bestuursstructuur).

Hiernaast kijkt de inspectie naar 9 overige kenmerken van kwaliteit. De inspectie spreekt hier geen oordeel over uit, en ze zijn ook niet van invloed op het advies. Wel kan de inspectie deze aan de orde stellen in het gesprek met de initiatiefnemers om een goede start van de school te bevorderen. Overigens wordt deze informatie gebruikt in het toezicht als de school inderdaad van start gaat.

  1. Bewaken en verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs
  2. Personeelsbeleid: formatie
  3. Personeelsbeleid: bekwaamheid
  4. Veiligheid op school
  5. De (beleidsrijke) meerjarenbegroting
  6. Huisvestingsverwachtingen en samenwerking kinderopvang
  7. Vrijwillige ouderbijdrage (hoogte en beleid)
  8. De wijze van uitvoering afspraken vroeg- en voorschoolse opvang en overleg onderwijsachterstandenbeleid
  9. De wijze van uitvoering van de Wet medezeggenschap op scholen

De precieze werkwijze en de uitwerking van de zaken waar de inspectie op let kunt u nalezen in het advieskader. Dit kader is tot stand gekomen in overleg met het onderwijsveld en na een internetconsultatie, en is op 1 oktober 2021 aangepast op basis van de Wet burgerschap.

Voor de BES-eilanden wijken de te onderzoeken criteria enigszins af. Dit is ook beschreven in het advieskader.

Meer informatie over de procedure rond nieuwe scholen vindt u op de website van DUO.

Werkwijze bij niet-bekostigde scholen

Voor niet-bekostigde scholen geldt dat de inspectie zo snel mogelijk na de aanvang van het onderwijs een advies uitbrengt aan het college van burgemeester en wethouders over de vraag of de onderwijsvoorziening een school is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, sub 3 van de Leerplichtwet 1969.