Flexibel onderwijs maakt het voor veel studenten mogelijk om een hbo-opleiding te combineren met werk, gezin en andere verantwoordelijkheden. Uit het onderzoek Flexibiliteit met houvast van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat studenten over het algemeen positief zijn over flexibel onderwijs. Begeleiding, studieplanning en aandacht voor sociaal welzijn zijn wel nog te vaak afhankelijk van individuele professionals en de werkwijze per instelling en opleiding.

Flexibiliteit maakt studeren mogelijk

Flexibel onderwijs gaat niet uit van een vast opleidingsprogramma, maar is afgestemd op de wensen en voorkeuren van de student. Veel hogescholen bieden deze mogelijkheid. Voor 67% van de ondervraagde studenten maakt de flexibiliteit van de opleiding het mogelijk om de studie te volgen. Bijna 60% geeft aan dat de flexibiliteit de motivatie om te studeren vergroot. Een grote groep studenten ervaart ook knelpunten. Dat zijn onder andere hoge studiedruk, onduidelijkheid over verwachtingen en gebrek aan structuur. Keuzevrijheid werkt dus alleen goed wanneer studenten voldoende ondersteuning en duidelijkheid krijgen.

Onderzoek onder studenten, docenten en begeleiders

Voor het onderzoek vulden 1.474 studenten en ruim 300 docenten en begeleiders een vragenlijst in. Daarnaast hield de inspectie bij 10 hogescholen groepsinterviews met studenten, onderwijsprofessionals en opleidingsmanagement.

Begeleiding wordt gewaardeerd, maar kwetsbaar georganiseerd

Studenten zijn over het algemeen tevreden over hun begeleiding. Vooral persoonlijk en frequent contact wordt gewaardeerd. Opleidingen hebben alleen niet altijd duidelijke afspraken over wie studenten begeleidt, hoe vaak dat gebeurt en wat studenten van die begeleiding mogen verwachten. Daardoor kunnen verschillen ontstaan tussen studenten en wordt de continuïteit kwetsbaar. Wanneer een begeleider vertrekt of de werkdruk toeneemt, heeft dat invloed op de begeleiding. De inspectie beveelt instellingen daarom aan begeleiding goed te regelen. Er moet voldoende capaciteit beschikbaar zijn. Ook moet duidelijk zijn wat van studenten wordt verwacht en wat zij van hun opleiding mogen verwachten.

Studieplanning moet onderdeel zijn van de begeleiding

Ook bij studieplanning ziet de inspectie grote verschillen. Instellingen gebruiken verschillende documenten en systemen om afspraken over de studieroute vast te leggen. Studenten en onderwijsprofessionals hebben ook niet altijd hetzelfde beeld van het begrip ‘studieplan’. De inspectie onderzocht daarom de bredere praktijk van studieplanning en begeleidingsdocumenten. Planningsdocumenten hebben meer betekenis voor studenten wanneer ze regelmatig worden besproken en onderdeel zijn van de begeleiding. Ze moeten worden aangepast als de studieroute verandert. Voor studenten die een leerwegonafhankelijke route volgen, geldt het wettelijke studieplan.

Sociale verbinding vraagt bewuste aandacht

Bijna twee derde van de studenten die flexibel onderwijs volgt is tevreden over het sociaal welzijn binnen de opleiding. Studenten voelen zich vooral verbonden met begeleiders en medestudenten in hun directe leeromgeving. De binding met de hogeschool als geheel is zwakker. In flexibele opleidingen ontstaan ontmoetingen minder natuurlijk, omdat studenten verschillende routes en tempo’s volgen. De inspectie beveelt instellingen daarom aan om vaste verbindingsmomenten te organiseren en sociaal welzijn onderdeel te maken van de begeleiding.

Van persoonsafhankelijkheid naar zekerheid voor iedere student

Flexibel onderwijs werkt. Veel studenten waarderen deze onderwijsvorm en profiteren van de ruimte die zij krijgen. Maar de kwaliteit van de ondersteuning mag niet afhangen van welke professional een student toevallig treft. Dat moeten instellingen beter regelen.

Studenten die flexibel onderwijs volgen, hebben vrijheid om hun studieroute en werktempo zelf te bepalen. Dat moet ondersteund worden door duidelijke kaders en toegankelijke begeleiding, in een organisatie die verschillende studieroutes faciliteert.