Voor kinderen en jongeren die verblijven op noodopvang (NO)- en crisisnoodopvanglocaties (CNO) voldoet de toegang tot onderwijs nog steeds niet aan minimale kwaliteitsnormen. Een groot deel van hen krijgt geen onderwijs; ook is van een deel van de leerplichtige kinderen en jongeren helemaal niet bekend of zij onderwijs krijgen. Doordat ze erg lang op noodopvanglocaties verblijven en vaak moeten verhuizen is de toegang tot onderwijs heel moeilijk. Ook worden schoolbesturen bij de start van een noodopvang in de regio vaak te laat betrokken. Dit alles schaadt niet alleen de ononderbroken ontwikkeling van kinderen en jongeren, maar vergroot ook hun (psychische) nood.
Onderzoek uitgevoerd door 4 inspecties
Dit komt naar voren uit een onderzoek dat 4 inspecties - de Inspectie van het Onderwijs, Inspectie Justitie en Veiligheid, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Arbeidsinspectie - gezamenlijk van november 2022 tot en met januari 2023 uitvoerden. Zij bezochten 4 noodopvanglocaties, 9 crisisnoodopvanglocaties en de COA-opvanglocatie voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV) in Ter Apel.
De Inspectie van het Onderwijs bezocht een aantal van deze locaties samen met de andere inspecties. In juni 2022 uitten de inspecties van Justitie en Veiligheid en Gezondheidszorg en Jeugd al hun zorgen over het welzijn en de veiligheid van deze kinderen en jongeren; vanwege de ernst van de problematiek en het uitblijven van verbeteringen blijven de 4 inspecties de ontwikkelingen nauwgezet volgen.
Kwaliteitsstandaarden zijn voor de duur van de crisis in de asielopvang tijdelijk losgelaten. Ze worden door het voortduren van de crisis inmiddels voor onbepaalde termijn niet gehandhaafd. Het is niet verantwoord kinderen voor lange termijn aan ondermaatse kwaliteitsstandaarden bloot te stellen. De toegang tot zorg is onvoldoende gegarandeerd en de toegang tot onderwijs is afhankelijk van de locatie. Personeel doet wat het kan maar werkt onder te hoge druk en is onvoldoende toegerust.
Bevindingen op het gebied van onderwijs
Uit het onderzoek komen de volgende bevindingen naar voren:
De toegang tot onderwijs verschilt, mede door het huidige personeelstekort, sterk per locatie. Zowel voor de jonge nieuwkomers als voor de samenleving is het van belang dat zij onderwijs krijgen zodat zij kunnen opgroeien tot volwaardige burgers, in welk land hun toekomst zich ook mag bevinden.
Een eenduidige registratie van absoluut en relatief schoolverzuim op landelijk niveau ontbreekt, waardoor er geen zicht is op de totale omvang van het probleem. Dit klemt des te meer omdat leerplichtambtenaren niet of niet op tijd betrokken worden bij de inrichting van (crisis)noodopvangvoorzieningen.
Jongeren worden verplaatst van locatie naar locatie. Ze missen daardoor veel onderwijstijd door uitstroom uit de oude school en instroom in de nieuwe school. Jongeren van 16 jaar en ouder lopen extra risico op het geheel ontbreken van onderwijs. Het aanbod van een internationale schakelklas duurt 2 jaar, tot een leerling 18 jaar is. Door de lange wachttijden bestaat er een groot risico dat leerlingen tussen de 16 en 18 jaar geen mogelijkheid krijgen om hier gebruik te maken.
De lange duur van verblijf in CNO- of NO-locaties draagt niet bij aan de continuïteit in de ontwikkeling van kinderen. De duur van het verblijf blijft onzeker omdat deze steeds met korte perioden wordt verlengd. Deze onduidelijkheid werkt belemmerend bij de inrichting van het onderwijs en voor de kwaliteit van het onderwijs. Schoolbesturen hebben onvoldoende zicht op hoeveel personeel geworven moet worden, voor welke duur en welke materialen aangeschaft moeten worden.
De druk op de noodopvanglocatie voor AMV in Ter Apel is zo hoog dat er structureel meer jongeren verblijven dan waarvoor de locatie bedoeld is. De locatie is ingericht voor een verblijf van 5 dagen; tijdens het bezoek van de inspecties verbleven jongeren daar gemiddeld 2 tot 4 weken. De jongeren in de noodopvang in Ter Apel ontvangen geen onderwijs. Door de langere verblijfsduur van jongeren in de noodopvang starten zij later met onderwijs
Volgens de Opvangrichtlijn is de overheid verplicht in ieder geval binnen 3 maanden na aankomst in Nederland onderwijs aan te bieden.
Door de snelheid waarmee CNO- en NO-locaties tot stand moeten komen, moeten scholen en besturen op heel korte termijn onderwijs organiseren voor een grote groep kinderen, wat in veel gevallen niet haalbaar is. Scholen, besturen en leerplichtambtenaren worden niet vanzelfsprekend betrokken bij de eerste plannen voor de inrichting van een CNO- of NO-locatie. De tijdelijke verblijfsduur kan daarnaast voor scholen en besturen een argument zijn om onderwijs niet op te starten, omdat dit niet kan worden gecontinueerd.
Bevindingen van de gezamenlijke inspecties
De inspecties constateren dat de opvang van kinderen op diverse terreinen nog steeds niet voldoet aan minimale kwaliteitsnormen. Zo is de toegang tot onderwijs, het zicht op de individuele gezondheidssituatie en continuïteit van zorg niet vanzelfsprekend en zijn de belangen van het individuele kind onvoldoende in beeld. De aanhoudende capaciteitstekorten geven risico’s voor de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen, en zorgen ook voor aanhoudende druk op medewerkers, gemeenten en betrokken (onderwijs)instellingen. De inspecties blijven hardnekkige problemen zien zoals de lange verblijfsduur in tijdelijke locaties, de vele doorplaatsingen en de druk op personele capaciteit. Kinderen in de asielopvang, begeleid of onbegeleid hebben – net als alle andere kinderen – recht op onderwijs, ononderbroken ontwikkeling, continuïteit en stabiliteit. Deze rechten worden langdurig niet gewaarborgd. De risico’s die kinderen hierdoor lopen vragen om direct ingrijpen.
Dringende oproep aan staatssecretaris
De inspecties roepen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, als stelselverantwoordelijke voor de asielopvang, in een gezamenlijke brief nogmaals op om de situatie van kinderen in (crisis)noodopvanglocaties zo snel mogelijk te laten voldoen aan nationale wetgeving en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Zij vragen hem om op korte termijn heldere kaders te stellen voor de kwaliteit van de asielopvang. En om ervoor te zorgen dat de opvangvoorzieningen zo snel mogelijk weer aan geldende wettelijke normen voldoen en hiervoor realistische termijnen te stellen. Ook vragen zij met het oog op rechtsgelijkheid om asielzoekerskinderen niet langer anders te behandelen dan ontheemde kinderen uit Oekraïne.
Verantwoordelijkheid overheid
De Nederlandse overheid heeft het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind ondertekend en heeft daarmee het recht van kinderen op onderwijs en ontplooiing onderschreven. Dit betekent dat de overheid verantwoordelijk is voor een ononderbroken ontwikkeling, onderwijs aan en veiligheid van nieuwkomerskinderen.
Noodopvanglocaties
Noodopvanglocaties zijn tijdelijke locaties die onder verantwoordelijkheid vallen van het COA. Crisisnoodopvanglocaties worden uitgevoerd door gemeenten bij een tekort aan opvangplekken bij het COA. De vorm van deze locaties kan sterk variëren van hotels tot sport- of bedrijfshallen of tijdelijke woonunits.
Lees ook het nieuwsbericht dat de Inspectie Justitie en Veiligheid hierover gepubliceerd heeft.
Beeld: © Rijksoverheid