De Inspectie van het Onderwijs pleit er al jaren voor dat schoolbesturen het geld dat bestemd is voor onderwijs ook aan onderwijs moeten uitgeven. Tegelijkertijd is het belangrijk dat besturen genoeg reserves hebben om in de toekomst aan hun verplichtingen te voldoen. Welke financiële factoren hangen samen met die reserves? De inspectie onderzocht de financiële gegevens van alle besturen in het primair onderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs over de periode 2018-2024.

Hogere financiële reserves

Uit het onderzoek blijkt dat onder meer besturen met relatief veel vaste activa hogere financiële reserves hebben. Onder activa vallen bezittingen zoals het schoolgebouw, schoolinventaris en leermiddelen. Het ziet er naar uit dat besturen veelal hun eigen vermogen gebruiken om bezittingen te financieren*. Als een individueel bestuur investeert in vaste activa, dalen de financiële reserves in datzelfde jaar. Mogelijk komt dit door de kosten die de investering met zich meebrengt.

Lagere financiële reserves

Hogere uitgaven betekent lagere reserves. Zo ziet de inspectie dat besturen die structureel een groter deel van hun budget aan personeel uitgeven, aanzienlijk lagere reserves aanhouden. Op individueel bestuursniveau blijken besturen een groter deel van hun geld uit te geven aan personeel in de jaren waarin de financiële reserves ruimer zijn.

Wat valt verder op?

Oudere besturen houden hogere reserves aan dan jongere besturen. Ze hebben meer tijd gehad om een financiële reserve op te bouwen en hoeven geen startinvesteringen meer te doen. Een langere bestaansperiode brengt dus financiële voordelen met zich mee die jongere besturen nog niet hebben.

Tot slot spelen verschillende omstandigheden een belangrijke rol bij de hoogte van financiële  reserves van besturen. Denk hierbij aan omvang, sector en stedelijkheidsgraad.

Jaarlijkse evaluatie van reserves

Besturen zijn verantwoordelijk voor het bepalen van de juiste hoogte van de reserves en het sturen daarop. De inspectie ziet een eigen reservebeleid en jaarlijkse evaluatie van de reserves als belangrijk hulpmiddel voor een goed en gebalanceerd financieel beheer.
De inspectie geeft geen richtlijnen over de juiste hoogte van de financiële reserves, dat hangt tenslotte af van de context van het bestuur, de toekomstplannen van het bestuur en de specifieke risico’s die hieruit ontstaan.

Gebruik de rekenhulp

De inspectie ontwikkelde een rekenmethode om te bepalen wat een redelijk (publiek) eigen vermogen is om aan te houden. Daarmee ontstaat voor elke onderwijsinstelling een eigen ‘signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen’. U kunt de signaleringswaarde voor uw onderwijsinstelling zelf berekenen via de Rekenhulp signaleringswaarde.