In de Randstad verlaten maar weinig leerlingen de basisschool met een schooladvies dat lager is dan hun toetsadvies. In landelijke gebieden buiten de Randstad komt dit nog relatief vaak voor. Tegelijkertijd krijgen leerlingen in de Randstad juist relatief vaak een schooladvies dat hoger is dan hun toetsadvies.
Sinds de invoering van de Wet doorstroomtoetsen in het schooljaar 2023-2024 is het verplicht om het advies van leerlingen omhoog bij te stellen als zij een hoger toetsadvies halen dan verwacht. Deze wet is bedoeld om kansenongelijkheid tegen te gaan. Ook na de invoering van deze wet zien we dat adviezen van leerlingen in de Randstad naar verhouding het vaakst naar boven worden bijgesteld. Er is dus nog steeds sprake van regionale ongelijkheid in de advisering. Ook op latere overgangsmomenten lijken de schoolloopbanen van leerlingen in de Randstad meer gericht op het behalen van een zo theoretisch ('hoog') mogelijk diploma, dan die van leerlingen buiten de Randstad. Dit blijkt uit het onderzoek Regionale verschillen in het primair en voortgezet onderwijs van de Inspectie van het Onderwijs.
Leerlingen buiten de Randstad krijgen lager advies
Ook sinds de Wet doorstroomtoetsen halen leerlingen buiten de Randstad vaker een hogere toetsscore dan verwacht op basis van hun voorlopige advies. Tegelijkertijd worden hun adviezen minder vaak bijgesteld naar aanleiding van hun toetsscore. Dit leidt ertoe dat leerlingen buiten de Randstad de basisschool vaker verlaten met een definitief advies dat lager is dan hun toetsadvies. Dit gaat bijvoorbeeld om leerlingen met een vmbo-(g)t/havo-toetsadvies, die een enkelvoudig vmbo-(g)t-schooladvies kregen dat niet werd bijgesteld. Het percentage leerlingen met een definitief advies dat lager is dan het toetsadvies is in de meeste gemeenten in de Randstad lager dan 10%. In Utrecht was dat bijvoorbeeld 2%, in Amsterdam 4% en in Rotterdam 7%. In landelijke gemeenten, vooral in het noorden en oosten van het land, is dit percentage regelmatig 20-30%. In sommige gevallen is dit percentage wel 40%.
Regionale verschillen in advisering werken door in het voortgezet onderwijs
Leerlingen kunnen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs nog wisselen van niveau. Regionale verschillen in advisering zouden hierdoor in het voortgezet onderwijs kunnen worden rechtgezet. Maar dit gebeurt niet. Ze werken juist sterk door in de plaatsing van leerlingen in leerjaar 3 van het voortgezet onderwijs. Het is nog onbekend of dit sinds de Wet doorstroomtoetsen nog steeds het geval is.
Leerlingen in de Randstad stapelen vaker
Het zogenaamde ‘stapelen’ van schoolsoorten, met name van vmbo-(g)t naar de havo, is ook gebruikelijker in de Randstad. Dit draagt eraan bij dat leerlingen in de Randstad vaker een havo- of vwo-diploma halen dan vergelijkbare leerlingen in andere delen van het land.
Ook regionale verschillen in doorstroom naar vervolgonderwijs
Tot slot valt het op dat vmbo-k en vmbo-(g)t gediplomeerden in de Randstad relatief vaak doorstromen naar een mbo-4 opleiding. En buiten de Randstad juist relatief vaak naar een mbo-3 (of soms een mbo-2) opleiding. Ook stromen vwo-gediplomeerden in bepaalde regio’s buiten de Randstad relatief vaak door naar het hbo in plaats van het wetenschappelijk onderwijs.
Een passende schoolloopbaan voor ieder kind
De schoolloopbanen van leerlingen in de Randstad zijn dus meer gericht op het behalen van een zo theoretisch mogelijk diploma, dan die van leerlingen buiten de Randstad. Ook als we rekening houden met achtergrondkenmerken van leerlingen, zoals het opleidingsniveau en inkomen van hun ouders, blijven deze verschillen bestaan. Dat komt niet overeen met de opdracht die het onderwijs heeft: elke leerling een schoolloopbaan laten doorlopen die aansluit bij diens talenten en mogelijkheden, of dit nu een praktische of theoretische route is. Als leerlingen door overtuigingen, verwachtingen of praktische belemmeringen vanuit hun omgeving op een schoolsoort of opleiding terechtkomen waar ze minder goed tot hun recht komen, kan dit hun ontwikkeling en welzijn schaden.
Bewustwording van regionale verschillen is de eerste stap
Regionale verschillen zijn niet zomaar te veranderen. Bewustwording van deze verschillen en het gesprek erover voeren zijn belangrijke eerste stappen. Uiteindelijk moeten alle leerlingen gelijke kansen krijgen, ongeacht waar ze opgroeien.