Als een school of opleiding bij een onderzoek aan de wettelijke eisen voor basiskwaliteit voldoet, dan krijgt de school het oordeel ‘voldoende’. Scholen die niet aan de basiskwaliteit voldoen, krijgen het oordeel ’onvoldoende’. Deze scholen kunnen zelfs het oordeel ‘zeer zwak’ krijgen als ze beneden de wettelijke norm presteren die daarvoor geldt. In het onderzoekskader van elke sector staat aangegeven in welke gevallen een oordeel voldoende, onvoldoende of zeer zwak geldt. Deze oordelen, die gelden vanaf 1 augustus 2017, zijn anders dan voorheen. Naast deze oordelen kan de inspectie de waardering ‘goed’ geven.

‘Onvoldoende’ niet hetzelfde als oude ‘zwak’

Het onderzoekskader 2017 bevat andere standaarden dan in het voorheen geldende kader, en het onderzoekskader omvat ook een  bredere  manier van kijken. Een ‘onvoldoende’ heeft daarmee niet dezelfde betekenis als het oude ‘zwak’, een ‘voldoende’ betekent niet hetzelfde als het oude ‘basisarrangement’.

Door die andere manier van toezicht is het denkbaar dat aanvankelijk meer scholen of opleidingen het oordeel ‘onvoldoende’ krijgen dan het aantal scholen of opleidingen dat voor augustus 2017 het oordeel ‘zwak‘ kreeg. Maar het is niet erg zinvol om die aantallen te vergelijken, juist omdat de inspectie oordeelt volgens een nieuw onderzoekskader. Meer onvoldoende scholen betekent dus niet dat de kwaliteit van het onderwijs achteruit gaat, maar het laat zien dat er op basis van de normen in het nieuwe onderzoekskader verbetering nodig is. Voor die normen bestaat overigens in het onderwijsveld een breed draagvlak.

Breder kijken

De nieuwe manier van toezicht betekent kort gezegd ten eerste dat we breder kijken om te beoordelen of een school aan de basiskwaliteit voldoet. Voorheen keken we met name naar de opbrengsten, de onderwijsresultaten en naar onderdelen van het onderwijsproces. Nu worden bijvoorbeeld ook de veiligheid en het zicht op ontwikkeling van de leerlingen meegewogen. Daarnaast verbinden we de oordelen directer aan de vraag of scholen zich houden aan de - wettelijk vastgelegde - deugdelijkheidseisen. Ook dat is een reden waarom een school het oordeel ‘onvoldoende’ kan krijgen, ook als de school eerder een basisarrangement had.

Op verzoek waardering ‘goed’

Tot slot kunnen scholen op verzoek ook voor een waardering ‘goed’ in aanmerking komen. Dat is dus geen oordeel maar een waardering, want oordelen worden uitsluitend gegeven op basis van wettelijke vereisten. Een waardering wordt gegeven door analyse van de eigen ambities van een school en de realisatie daarvan en heeft tot doel om de scholen en besturen te stimuleren tot verdere kwaliteitsverbetering.

Mogelijke oordelen voor scholen/opleidingen vanaf 1 augustus 2017

  • Zeer zwak
  • onvoldoende
  • voldoende
  • waardering ‘goed’

Mogelijke oordelen voor scholen/opleidingen tot 1 augustus 2017

  • Zeer zwak
  • zwak
  • basisarrangement