Jaarlijks leveren besturen en scholen via het Internet Schooldossier (ISD) de uitstroom- en bestendigingsgegevens van leerlingen aan. Over de vragenlijst, en over de wijzigingen daarin, krijgen wij regelmatig vragen. De antwoorden op de meestgestelde vragen hebben we op deze pagina gebundeld. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan contact met ons op.
Algemeen
Onder een onderwijskundige eenheid (OKE) verstaat de inspectie een (afdeling van de) school, die een eigen in-, door- en uitstroom en een eigen toezicht-arrangement/eindoordeel kwaliteit van de inspectie heeft. De huidige OKE-structuur, zoals weergegeven in het Internet Schooldossier, is leidend.
Als u vragen heeft over de OKE-structuur, kunt u contact opnemen met de afdeling Klantcontact van de Inspectie van het Onderwijs. Dit kan via het contactformulier of op werkdagen tussen 09.00 en 16.30 uur via 088-669 60 60.
De Inspectie van het Onderwijs heeft haar focus verschoven naar het indelen van scholen op basis van de ondersteuningsbehoefte(n) waarvoor de school ondersteuning biedt. Daarmee zijn IQ-gegevens niet meer nodig en deze zullen dus niet meer uitgevraagd worden.
Vraag 2 (ondersteuningsbehoefte van de leerlingpopulatie)
De keuzes zijn afkomstig uit de mogelijkheden die u in RIO kunt opgeven als expertises speciaal onderwijs (so)/voortgezet speciaal onderwijs (vso). De waardenlijst wordt mede bepaald en beheerd door het onderwijsveld, de Inspectie van het Onderwijs, OCW, DUO, SLO en de PO-Raad met ondersteuning van Kennisnet.
Zie ook de pagina Waardenlijsten RIO-po op edustandaard.nl.
Wij zijn ons ervan bewust dat met de beperking tot 3 antwoordmogelijkheden de kans aanwezig is dat u niet de volledige doelgroep van uw school in beeld kunt brengen. Toch hebben wij voor deze beperking gekozen, zodat de nadruk ligt op het beschrijven van de meerderheid van uw leerlingen. Deze nadruk moet ook op de meerderheid blijven liggen, omdat het doel van deze vraag is om scholen met overeenkomstige doelgroepen beter met elkaar te kunnen vergelijken. Mocht u echt meer dan 3 (grotere) doelgroepen hebben, dan kunt u dit toelichten in het tekstveld bij de vraag of aan het einde van de vragenlijst.
Op basis van de ingevulde ondersteuningsbehoefte(n) worden OKE’s ingedeeld in groepen met vergelijkbare ondersteuningsbehoeften. Hoe dat exact in zijn werk gaat, kunt u lezen in Indeling scholen op basis van ondersteuningsbehoeften. In de terugkoppeling die u ontvangt naar aanleiding van de uitstroomgegevens, worden de relevante indicatoren vergeleken met andere scholen, op basis van het cluster waar uw OKE in is ingedeeld.
Uitstroom algemeen (vraag 3, 4a en 4b)
In eerdere vragenlijsten stond ‘2 jaar voor uitstroom’. We gaan ervan uit dat het uitstroomniveau ten minste 2 jaar voor uitstroom zo specifiek mogelijk bekend is, zodat het sturing kan geven aan het plannen en volgen van de ontwikkeling van de leerling.
Het kan natuurlijk zo zijn dat een leerling korter dan 2 jaar op school zit, of dat het uitstroomniveau in de tussentijd toch moet worden bijgesteld of nader moet worden gespecificeerd. We verwachten wel dat bijstellingen in de laatste 2 jaar uitzonderingen zijn.
Bijstellen van (het uitstroomniveau in) het ontwikkelingsperspectief mag, na advies van de commissie voor de begeleiding, dan wel de commissie van onderzoek, en na overleg met de ouders of de leerling (artikel 41, 5e lid, WEC). In deze gevallen noteert u in de vragenlijst uitstroomgegevens het uitstroomniveau uit het meest recente OPP.
Dit onderscheid komt voort uit het Onderwijskundig besluit WEC, art. 4, lid 1. Daarin staat dat in het OPP van de leerling beschreven is naar welk uitstroomprofiel van het vso uitstroom verwacht wordt, dan wel of uitstroom naar het regulier vo wordt verwacht.
Dit geldt ook voor het cluster 2-onderwijs. Zelfs wanneer de school zelf niet vaststelt of een leerling doorstroomt naar speciaal of regulier onderwijs, moet de school wel in het OPP beschrijven naar welk type onderwijs de leerling naar verwachting uitstroomt. Deze verwachting kan de school bijvoorbeeld onderbouwen op basis van de ondersteuningsbehoeften van de leerling.
Uitstroom naar het volwassenenonderwijs (vavo) kan zowel tussentijdse uitstroom als einduitstroom zijn. Dit is afhankelijk van de specifieke situatie. Bepalend is of het onderwijsprogramma op uw school volledig is afgerond.
Voorbeelden:
- Als de leerling op uw school geen diploma heeft behaald en na de zomervakantie is ingestroomd op het vavo, dan is dit een tussentijdse uitstromer. In dit geval registreert u het vavo als uitstroombestemming onder vraag 4b.
- Als de leerling op uw school wel een diploma heeft behaald en na de zomervakantie start op het vavo, dan is dit een einduitstromer. In dit geval registreert u het behaalde uitstroomniveau op uw school onder vraag 4a.
Scholen die een deel van het onderwijsprogramma aanbieden, bijvoorbeeld alleen onder- of middenbouw speciaal onderwijs of alleen de eerste twee leerjaren van het vso vmbo, vullen hun uitstromende leerlingen ook bij tussentijdse uitstroom in. U kunt in het opmerkingenveld aan het einde van de vraag aangeven dat uw school een deel van het onderwijsprogramma aanbiedt. Ook kunt aangeven bij welk deel van de leerlingen er sprake was van geplande uitstroom.
Voor deze leerling registreert u het vmbo-niveau dat deze leerling op uw school heeft behaald. Wij vragen u het behaalde uitstroomniveau van de leerling te registreren. Omdat lwoo geen losstaand niveau is, is dit ook niet als antwoordmogelijkheid opgenomen in de vragenlijst.
Vraag 4a (einduitstroom)
Met einduitstromers bedoelen we leerlingen die de school in het schooljaar 2024-2025 hebben verlaten en daarbij het volledige onderwijsprogramma hebben afgerond. Deze leerlingen zijn in het so hoogstens 14 jaar, hebben waar mogelijk een doorstroomtoets gemaakt en wordt voor hen volgens artikel 43, WEC een onderwijskundig rapport opgesteld. In de meeste gevallen gaat dit over leerlingen die uitstromen naar een reguliere school voor voortgezet onderwijs of een vso-school met uitstroomprofiel dagbesteding, arbeidsmarktgericht of vervolgonderwijs.
Met einduitstromers bedoelen we leerlingen die de school in het schooljaar 2024-2025 hebben verlaten en daarbij het volledige onderwijsprogramma hebben afgerond. Deze leerlingen hebben in het vso een diploma behaald volgens artikel 14d, WEC (arbeidsmarktgericht uitstroomprofiel) of artikel 14f, WEC (uitstroomprofiel dagbesteding) of hebben eindexamen gedaan volgens artikel 14a, tweede lid, WEC.
Met behaald uitstroomniveau bedoelen we het niveau dat deze leerling op uw school heeft behaald, zodat de leerling toegang heeft tot een vervolgbestemming op dat niveau. Zie de voorbeelden hieronder. Het kan zo zijn dat het behaalde uitstroomniveau afwijkt van de daadwerkelijke uitstroombestemming van de leerling. Door te vragen naar het behaalde uitstroomniveau willen we voorkomen dat externe factoren, zoals de keuze van ouders of leerlingen, een tussenjaar, of het niet beschikbaar zijn van een geschikte arbeidsplaats, een vertekend beeld geven van de onderwijsresultaten.
Voorbeelden:
- Als een leerling bij u op school een vmbo-t diploma heeft behaald, dan heeft deze leerling het benodigde niveau behaald om uit te stromen naar mbo 4. U registreert voor deze leerling mbo 4 als behaald uitstroomniveau. Ook wanneer deze leerling vervolgens besluit om een mbo 2 opleiding te gaan volgen.
- Een leerling heeft bij u op school een vmbo-b diploma behaald, maar stroomt niet door naar het vervolgonderwijs waartoe hij toegang zou hebben (mbo 2). In plaats daarvan besluit deze leerling te gaan werken. Deze leerling heeft het benodigde niveau behaald om uit te stromen naar mbo 2. U registreert voor deze leerling mbo 2 als behaald uitstroomniveau.
We hebben er bewust voor gekozen om niet langer te vragen naar de uitstroombestemming van de leerling, maar naar het behaalde uitstroomniveau op de school. Met behaald uitstroomniveau bedoelen we het niveau dat deze leerling op uw school heeft behaald, zodat de leerling toegang heeft tot een vervolgbestemming op dat niveau.
We hebben hiervoor gekozen omdat in het ‘aankomen’ van een leerling op een uitstroombestemming ook externe factoren een bepalende rol kunnen spelen, zoals de keuze van de ouders of leerlingen, een tussenjaar, of het niet beschikbaar zijn van een geschikte arbeidsplaats. Hoewel de daadwerkelijke uitstroombestemming ook van belang is, kan het door de invloed van externe factoren zorgen voor een vertekend beeld van de geboekte onderwijsresultaten op de school. Omdat wij juist die geboekte onderwijsresultaten in beeld willen brengen, vragen wij specifiek naar het behaalde uitstroomniveau op de school.
Zorg/behandeling zien wij als een uitstroombestemming, terwijl we voor einduitstroom vragen naar het behaalde uitstroomniveau. Wanneer de leerling uitstroomt naar zorg/behandeling, maar wel het onderwijsprogramma voltooid heeft, kiest u uit de lijst het niveau dat de leerling op uw school behaald heeft.
Leerlingen met een leerplichtontheffing of vrijstelling, of thuiszitters hebben in de regel niet het volledige onderwijsprogramma afgerond en een diploma gehaald (vso) of examen gedaan (vso). Volgens onze definitie vallen deze leerlingen daarom onder tussentijdse uitstroom.
Heeft de leerling het volledige onderwijsprogramma wél doorlopen, dan vult u het behaalde uitstroomniveau in. Zie daarvoor ook de vraag Wat wordt bedoeld met behaald uitstroomniveau?
Wanneer het uitstroomniveau van een of meer van uw leerlingen niet in de lijst staat, kiest u de optie die zo dicht mogelijk in de buurt komt. U mag de optie kiezen die voor u het gunstigst is.
De vragenlijst wordt uitgezet op OKE-niveau. Indiende leerling niet uitgeschreven wordt op OKE-niveau, wordt dit niet gezien als einduitstroom, maar als doorstroom. Informatie over deze leerling hoeft u dus niet op te nemen in de vragenlijst.
Als een leerling uitstroomt naar mbo-1 en daarbij wel uitgeschreven wordt van uw school en ingeschreven wordt op een mbo-instelling, dan wordt dit wel gezien als einduitstroom. Informatie over deze leerling moet u wel opnemen in de vragenlijst.
Vraag 4b (tussentijdse uitstroom)
Met tussentijdse uitstroom bedoelen we leerlingen die de school hebben verlaten, maar niet het volledige onderwijsprogramma hebben afgerond. Dit kunnen leerlingen uit elk leerjaar zijn.
In de meeste gevallen zijn tussentijdse uitstromers, leerlingen die vanuit het so uitstromen naar regulier of speciaal basisonderwijs. Dit kan gedurende het schooljaar of aan het einde van het schooljaar zijn. Bijvoorbeeld een leerling van 8 jaar die in de kerstvakantie overstapt naar een reguliere basisschool en een leerling van 10 jaar die in de zomervakantie overstapt naar een school voor speciaal basisonderwijs. Wanneer een leerling na het doorlopen van het laatste leerjaar van het so de overstap maakt naar het vso, rekenen we dit als einduitstroom. Ook leerlingen die halverwege het schooljaar overstappen naar een vso tellen we als einduitstroom. Deze leerlingen hebben immers het volledige onderwijsprogramma van het so doorlopen.
Met tussentijdse uitstroom bedoelen we leerlingen die de school hebben verlaten, maar niet het volledige onderwijsprogramma hebben afgerond. Dit kunnen leerlingen uit elk leerjaar zijn. Deze leerlingen hebben geen diploma behaald.
Voorbeelden:
- Een leerling van 14 jaar die in het tweede leerjaar vmbo-gt op een vso- instelling de overstap maakt naar een andere vso-instelling of een reguliere middelbare school vmbo-gt, rekenen we als tussentijdse uitstroom.
- Een leerling van 15 jaar die in het tweede of derde jaar vmbo-bbl of kbl op een vso-instelling de overstap maakt naar mbo1 op een andere instelling, rekenen we als tussentijdse uitstroom.
- Een leerling van 16 of 17 jaar die in het vierde of vijfde leerjaar havo op een vso- instelling de overstap maakt naar mbo-3 of mbo-4, rekenen we ook als tussentijdse uitstroom.
- Een leerling die, voordat hij/zij de opleiding heeft afgerond, (tussentijds) uitstroomt naar dagbesteding, een arbeidsplek of zorg, rekenen we als tussentijdse uitstroom.
- Een leerling die in het derde tijdvak eindexamen heeft gedaan, in december hoort dat hij/zij geslaagd is en zich per januari inschrijft voor het mbo, rekenen we als einduitstroom.
Tot een aantal schooljaren geleden vroegen wij voor de tussentijdse uitstroom naar het behaalde uitstroomniveau. Dit deden wij om op een betrouwbaardere manier de onderwijsresultaten in kaart te brengen. Wij hebben gemerkt dat deze manier van invullen voor de tussentijdse uitstromers verwarrend werkt. Om deze reden vragen we scholen nu voor de tussentijds uitgestroomde leerlingen de uitstroombestemming te registreren. Voor de einduitstroom vragen wij naar het behaalde uitstroomniveau.
Wanneer er onderwijs tijdens de behandeling wordt aangeboden kan dat op verschillende niveaus zijn. Het gaat ons om het aspect onderwijs.
- Vult u de vragenlijst in voor een so-school? Dan kiest u voor de optie speciaal onderwijs
- Vult u de vragenlijst in voor een vso-school? Dan kiest u voor de optie vso met daarachter het niveau waarop de plek waarnaar de leerling tussentijds is uitgestroomd de leerling onderwijs biedt. Bijvoorbeeld vso vervolgonderwijs – vmbo-kbl.
We spreken van geplande tussentijdse uitstroom wanneer het niet de bedoeling is dat de leerling het gehele schoolprogramma doorloopt, maar bewust en gericht werkt aan een zo snel mogelijke overstap naar een andere onderwijsvorm. We geven scholen die hierop gericht zijn de mogelijkheid om dat aan te geven. Voorbeelden hiervan zijn veelal te vinden in het cluster 2-onderwijs. Het getal dat hier wordt ingevuld, wordt gebruikt om de tussentijdse uitstroom verder in perspectief te kunnen plaatsen. Het is hierbij nog steeds de bedoeling dat u het beoogde ontwikkelingsperspectief opneemt voor deze leerlingen.
Voorbeeld:
Uw school is erop gericht om leerlingen maximaal 2 jaar in het vso op niveau vmbo-b/k te onderwijzen en zo snel mogelijk uit te laten stromen naar vmbo-b/k op een reguliere vo-school. Voor deze leerling(en) registreert u ‘mbo 2’ als beoogd uitstroomniveau en ‘regulier vervolgonderwijs – vmbo-bbl/kbl’ als uitstroombestemming.
Vraag 5 (plaatsbestendiging)
We vragen of de leerling na een jaar nog op een uitstroombestemming van hetzelfde niveau zit als waar deze naartoe is uitgestroomd.
Voorbeeld 1:
Een leerling heeft op de so-school een havo-niveau behaald, maar is vmbo-t gaan doen. Na een jaar zit de leerling nog steeds op de vmbo-t opleiding. Deze leerling registreert u als bestendigd.
Voorbeeld 2:
Een leerling heeft op de vso-school het uitstroomniveau mbo 1 behaald, maar besluit te werken. Een jaar later werkt deze leerling nog steeds, maar wel bij een andere werkgever. Deze leerling registreert u als bestendigd, omdat deze zich na een jaar nog op een uitstroombestemming van hetzelfde uitstroomniveau bevindt.
De bestendigingsgegevens zijn helaas alleen nog beschikbaar voor leerlingen die in het voortgezet (speciaal) onderwijs geplaatst zijn. De inspectie is met DUO in overleg om deze bestanden te vervolledigen.
De inspectie vraagt op grond van artikel 3 van de WOT en het onderzoekskader van het bestuur/de school dat zij een inspanning levert om gegevens over uitgestroomde leerlingen te verzamelen, te analyseren en te vertalen in informatie voor verbetering van het onderwijs of de kwaliteitszorg van de school.
We zijn bekend met het signaal dat scholen deze informatie niet kunnen afdwingen bij de vervolgbestemming op grond van het ontbreken van een wettelijke grondslag. Aangezien dit in veel gevallen informatie betreft die direct herleidbaar is tot personen, en het om bijzondere persoonsgegevens kan gaan, is de AVG van toepassing. So-scholen kunnen zich hierbij beroepen op artikel 20, vierde lid, onder c, van de Wet register onderwijsdeelnemers. Dit artikel regelt de verstrekking vanuit ROD over de eerste drie leerjaren in het v(s)o/vervolguitstroom aan het bestuur van de so-school ten behoeve van de verbetering van schooladviezen.
Voor vso-scholen is er nog geen wettelijke grondslag. Een mogelijkheid om op grond van de AVG toch gegevens hierover te verzamelen is bijvoorbeeld dat dit door middel van toestemming van de leerlingen en/of ouders gebeurt. Mocht het verkrijgen van informatie niet lukken dan kunt u dit aangeven in de vragenlijst. In het opmerkingenveld kunt u toelichten wat u er als school aan gedaan heeft om de gegevens te verzamelen en waarom het uiteindelijk niet gelukt is.
Hoewel in dit geval de leerling zich na één jaar niet meer op dezelfde plek bevindt, is na het afronden van mbo-1 doorstoom naar zowel mbo-2 als arbeid een optie. Deze leerlingen die na een jaar doorstromen, mogen bij vraag 6 ingevuld worden als bestendigd.
Een leerling die na uitstroom overleden is, hoeft u niet te registreren. Dus ook niet als onbekend. In de toelichting bij de vraag geeft u aan dat de leerling niet is geregistreerd, omdat hij/zij overleden is.
Vraag 6 (residentiële leerlingen)
Met deze vragen hopen we beter zicht te krijgen op het onderwijs dat residentiële leerlingen krijgen en of dit onderwijs aansluit bij de niveaus van deze leerlingen. Deze informatie willen we gebruiken bij het uitvoeren van kwaliteitsonderzoeken op scholen die onderwijs bieden aan residentiële leerlingen. Daarnaast willen we hierover kunnen rapporteren in de Staat van het Onderwijs. Dit sluit ook aan bij de motie over onderwijs aan jongeren in de jeugdzorg van juli 2025.
Ja. Vanaf nu bevragen we jaarlijks ook de scholen die residentiële leerlingen hebben. Of de vragen ieder jaar precies dezelfde zullen zijn, is nog niet bekend. Eventuele wijzigingen in de vragen zullen we tijdig communiceren.
Residentiële leerlingen zijn leerlingen die als residentieel bij DUO staan ingeschreven op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Een residentiële onderwijskundige eenheid is een school waarbij behandeling in de zorg of opvang en onderwijs vanuit één plan noodzakelijk is vanwege de aard of de duur van de behandeling in de zorg of opvang. Er is een afhankelijkheidsrelatie tussen de behandelinstelling en de school: vanwege de plaatsing in de opvang of behandeling in de zorg is de leerling aangewezen op het onderwijs van die school. De onderwijsinstelling heeft ook een samenwerkingsovereenkomst met de opvang- of zorginstelling. Er zijn onderwijskundige eenheden waar deels residentiële leerlingen onderwijs volgen en deels niet-residentiële leerlingen.
Deze vraag gaat over het totale aantal residentiële leerlingen dat afgelopen schooljaar onderwijs kreeg op uw school: dus over zowel de residentiële leerlingen die al op uw school zaten als over de leerlingen die nieuw binnenkwamen.
In de set vragen over residentiële leerlingen vragen wij in de vraag voorafgaand aan 6h naar de uitstroombestemming van de residentiële leerlingen en niet naar het uitstroomniveau (zoals we wel doen bij vragen over niet-residentiële leerlingen). Vraag 6h over bestendiging van de residentiële leerlingen is daarmee in lijn met de voorgaande vraag.
Ja. De wetgever vraagt op grond van artikel 3 van de WOT en het onderzoekskader van het bestuur/de school dat zij een inspanning levert om gegevens over uitgestroomde leerlingen te verzamelen, te analyseren en te vertalen in informatie voor verbetering van het onderwijs of de kwaliteitszorg van de school. Daarnaast helpt de informatie die u ons hierover levert om een beter beeld van het onderwijs aan residentiële leerlingen binnen het stelsel te vormen.