2017-2021 | Onderzoekskaders 2017 en de wijzigingen in 2021

Inspectie van het Onderwijs

De aanleiding voor de Onderzoekskaders 2017 was de gewijzigde Wet op het onderwijstoezicht, die vanaf 1 augustus 2017 leidend was.1 Met de wetswijziging maakte de Inspectie van het Onderwijs onderscheid in het toezicht tussen (1) de bij wet geregelde deugdelijkheidseisen met betrekking tot de onderwijskwaliteit en het financieel beheer: de ‘basiskwaliteit’, en (2) de eigen aspecten van kwaliteit met betrekking tot de ambities en doelen die een bestuur/school/opleiding zichzelf stelt en die verder reiken dan de basiskwaliteit.2

De onderzoekskaders helpen de inspectie onder andere bij de taak om:

  • te bewaken dat scholen/opleidingen ten minste voldoen aan de basiskwaliteit;
  • te interveniëren bij besturen en scholen/opleidingen waar deze niet voldoen aan de basiskwaliteit, zodat zij die zo snel mogelijk herstellen;
  • te stimuleren dat besturen en scholen/opleidingen eigen ambities formuleren en hier doelgericht aan werken;
  • te rapporteren over de staat van het onderwijs, zowel op school-/opleidingsniveau als op stelselniveau.

Inhoud van de waarderingskaders

De Onderzoekskaders 2017 bestonden uit een waarderingskader en de beschrijving van de werkwijze. Elk waarderingskader bestaat uit 5 of 6 kwaliteitsgebieden: Onderwijsproces, Examinering en diplomering (alleen middelbaar beroepsonderwijs), Schoolklimaat, Onderwijsresultaten, Kwaliteitszorg en ambitie, en Financieel beheer. Afhankelijk van de sector zijn 17 tot 19 standaarden opgesteld, verdeeld over de kwaliteitsgebieden. Een standaard is de operationalisering van de betreffende deugdelijkheidseis. Elke standaard wordt als volgt uitgewerkt:

  1. Wat er wordt verstaan onder de basiskwaliteit: wat móeten het bestuur en de school/opleiding.
  2. Een aantal onderwerpen dat betrekking kan hebben op de eigen ambities en doelen van de school/opleiding: wat wíllen het bestuur en de school/opleiding.
  3. Een toelichting op de wettelijke eisen die op de standaard van toepassing zijn.

Oordelen op bestuursniveau en school-/opleidingsniveau

Op bestuursniveau werd het oordeel Goed, Voldoende (basiskwaliteit) of Onvoldoende uitgesproken op 2 kwaliteitsgebieden: Kwaliteitszorg, inclusief de ambitie op dit gebied en op het kwaliteitsgebied Financieel beheer. Op school-/opleidingsniveau werd een eindoordeel uitgesproken aan de hand van de beoordeling op de standaarden: Goed, Voldoende (basiskwaliteit), Onvoldoende of Zeer zwak.

Stelseltoezicht

De werkwijze beschreef, naast het toezicht op besturen en scholen/opleidingen, ook het stelseltoezicht. Het stelseltoezicht richtte zich op stelselproblemen, waarvoor de oplossing het niveau van individuele schoolbesturen overstijgt. De inspectie trad daarbij stimulerend, agenderend en activerend op. Op bestuurs- en school-/opleidingsniveau is er sprake van een combinatie van de kortcyclische prestatieanalyse en de langcyclische bestuursgerichte onderzoeken in de vorm van het 4-jaarlijks onderzoek bestuur en scholen/opleidingen (4JO).

De beleidstheorie van het onderwijstoezicht op basis van de Onderzoekskaders 2021 is ex post gereconstrueerd.4

1 Oude onderzoeks- en toezichtkaders. Inspectie van het onderwijs.

2 Artikel 3 van de Wet op het onderwijstoezicht (WOT) (vigerend 1/8/2017).

3 De onderzoekskaders. Inspectie van het Onderwijs.

4 Inspectie van het Onderwijs (2025). De beleidstheorie van het onderwijstoezicht. Inspectie van het Onderwijs.