2015 | De selectiviteit, efficiency en effectiviteit van het risicogerichte toezicht op grond van de WOT

Rijksuniversiteit Groningen/Pro Facto

Het rapport van de derde evaluatie van het toezicht onder de Wet op het onderwijstoezicht verscheen in januari 2015.1 Het richtte zich op de vraag of het model van risicogericht toezicht naar behoren werkte, gelet op de selectiviteit, efficiency en effectiviteit daarvan en wat er over de verdere ontwikkeling van het model kon worden gezegd. Het onderzoek bestond uit de analyse van de zelfevaluatie van de Inspectie van het Onderwijs, een uitgebreide document- en literatuurstudie en een aantal interviews met inspectiemedewerkers, schoolbestuurders en directeuren.

In de evaluatie wordt geconcludeerd dat alles bij elkaar opgeteld de 3 aspecten selectiviteit, efficiency en effectiviteit positief konden worden gewaardeerd:

Selectiviteit

Het risicogerichte toezicht slaagde erin om met de risicoanalyse goed de scholen met (zeer) zwakke onderwijskwaliteit te achterhalen. De systematiek was niet waterdicht. Er waren ‘false positives’, maar het aantal scholen dat het betreft was beperkt en acceptabel. Het aantal ‘false negatives’ was iets groter. 

Efficiency

Met minder mensen slaagde de inspectie erin haar inzet te concentreren op die scholen die dat het meest nodig hadden, namelijk de scholen waarbij volgens de risicoanalyse sprake zou zijn van een ernstig risico. Voor die scholen was de toezichtlast duidelijk toegenomen; voor de scholen die voldoende scoren was sprake van een duidelijke daling van de belasting.

Effectiviteit 

De vraag of het toezicht ook effectief was, was lastig te beantwoorden. Alternatieve verklaringen konden namelijk niet worden uitgesloten. Toch was het aannemelijk dat het toezicht een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het verminderen van het aantal (zeer) zwakke scholen.

1 Winter, H., Struiksma, N., & Hollander, M. (2015). De selectiviteit, efficiency en effectiviteit van het risicogerichte toezicht op grond van de WOT. Rijksuniversiteit Groningen / Pro Facto.