2014 | Transitie in onderwijstoezicht

Kamerbrief minister en staatsecretaris van OCW

In maart 2014 verscheen de Kamerbrief Transitie in onderwijstoezicht, waarin staat dat men in het onderwijs toe wilde naar een kwaliteitscultuur waarbij het vanzelfsprekend is om te blijven streven naar verbetering, ook al is het basisniveau op orde. Hierbij moest het toezicht zodanig worden ingericht ‘…dat het verbeterpotentieel transparant en inzichtelijk wordt gemaakt zodat scholen, instellingen, besturen en leraren zich hierin daadwerkelijk herkennen en daardoor aangespoord worden om dit potentieel aan te boren.’1

Belonen van verdiend vertrouwen

Het idee was om voor het funderend onderwijs gedifferentieerd toezicht in te voeren, waarbij scholen naast Zeer zwak of Zwak, Voldoende en Goed of (via een andere weg) Excellent zijn. Daarnaast zou elke school door de Inspectie van het Onderwijs worden voorzien van een kwaliteitsprofiel. Ook zou het toezicht per schoolbestuur worden ingericht, omdat het bestuur verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het onderwijs op zijn scholen. Het uitgangspunt hierbij was dat verdiend vertrouwen beloond zou worden.

Reactie Tweede Kamer

De Tweede Kamer was niet enthousiast over de Kamerbrief. Een belangrijke oorzaak daarvan was dat in februari 2014 een initiatiefwet tot wijziging van de Wet op het onderwijstoezicht was ingediend. De Initiatiefwet Bisschop beoogde het tegengestelde van de lijn in de brief, met name over de beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs.2

1 Citaat van pagina 1 van: Kamerstukken II, 2013/14, 33 905, nr. 1.

2 Kamerstukken II, 2013/14, 33 862, nr. 2.