
2013 | Financiële positie van publiek bekostigde instellingen
Kamerbrief minister en staatsecretaris van OCW
De aanleiding voor de Kamerbrief van april 2013 over de financiële positie van instellingen, was het onderzoek naar de financiële problematiek die in februari 2012 aan het licht kwam bij Amarantis, een grote onderwijsinstelling voor vmbo/mbo.1 De brief bevatte de analyse van het besturingsmodel en de agenda voor de versterking van de bestuurskracht van het onderwijs.
Een belangrijk agendapunt was de integratie van het financieel toezicht en het toezicht op de onderwijskwaliteit. De integratie was (al) in gang gezet als reactie op de bevindingen van de commissie die de situatie bij Amarantis onderzocht. Zie hier de verschuiving van de bestuursgerichte aanpak naar het bestuursgerichte toezicht: ‘Het toezicht op het bestuurlijk handelen gaat uit van de samenhang op bestuursniveau tussen de kwaliteit van het onderwijs, de personeelskwaliteit en de financiële gezondheid en focust op de effecten van bestuurlijk handelen voor leerlingen en studenten.’2
De werkwijze van de Inspectie van het Onderwijs wordt in de brief beschreven:
- Vanaf augustus 2013 startte toezicht met een jaarlijkse risicoanalyse op bestuurlijk niveau, gebaseerd op een uitgebreider, geïntegreerd risicomodel met meer vooruitkijkende (financiële) variabelen.
- Het bestuurlijk handelen werd bij het toezicht betrokken als uit de analyse blijkt dat het handelen risico’s oplevert voor de kwaliteit van het onderwijs.
- Er kwam een jaarlijkse steekproef van besturen die niet in beeld waren op basis van de risicoanalyse, maar waar de inspectie wel onderzoek uitvoerde om zicht te krijgen op de kwaliteit op stelselniveau en ter controle van de werking van het risicomodel.
- De escalatieladder voor financieel toezicht werd geïntegreerd in de escalatieladder voor kwaliteitstoezicht.
1 Kamerstukken II, 2012/13, 33 495, nr. 10.
2 Citaat van pagina 19 van: Kamerstukken II, 2012/13, 33 495, nr. 10.