
2012 | Predicaat Excellente scholen
Kamerbrief minister van OCW
In de evaluatie van het risicogerichte toezicht in het primair en voortgezet onderwijs uit 2010, werd duidelijk dat het aantal (zeer) zwakke scholen is afgenomen.1 Meer dan 90% van de scholen viel in de categorie Voldoende. De gedachtegang achter het toevoegen van de categorie Excellente scholen, was dat scholen ook vanuit de inspectiesystematiek zouden worden geprikkeld zich verder te verbeteren.
Invoering van het predicaat Excellente scholen
In september 2010 was dit in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte I al afgesproken. In september 2012 werd via een Kamerbrief het predicaat Excellente scholen voor het primair en voortgezet onderwijs ingesteld: ‘Bij een excellente school wordt het beste uit de leerling gehaald dankzij de inspanningen van de school. […] De scholen hebben een heldere visie op de ontwikkeling van leerlingen, en slagen erin deze visie in de praktijk te brengen. Excellente scholen nemen er geen genoegen mee als de leerling voldoet aan de verwachtingen, en geven nooit op als de leerling niet voldoet aan de verwachtingen.’2
Er werd een jury ingesteld en een meetlat vastgesteld, die bestond uit 2 onderdelen: onderwijsopbrengsten en excellentiegebieden. Scholen die voor het predicaat in aanmerking wilden komen, moesten op beide onderdelen excelleren. Iedere school kon zichzelf aanmelden.
Rol van de Inspectie van het Onderwijs
In 2015 heeft de Inspectie van het Onderwijs de organisatie van het traject Excellente Scholen overgenomen van het ministerie van OCW. En vanaf 2017 is een Excellente school in de basis een goede school die zich onderscheidt van andere goede scholen door te excelleren met een specifiek profiel. Excellent wordt hiermee een verbijzondering van Goed, een waardering die in dat jaar werd ingevoerd.
1 Inspectie van het Onderwijs (2010). Evaluatie risicogericht toezicht. Inspectie van het Onderwijs.
2 Citaat van pagina 3 van: Kamerstukken II, 2011/12, 33 000 VIII, nr. 177.