2009-2012 | Toezichtkaders 2009 en de wijzigingen in 2012

Inspectie van het Onderwijs

De toezichtkaders van 2009 waren een actualisatie van die uit 2005 en waren gericht op een betere afstemming op de besturingsfilosofie van de overheid. De nieuwe kaders zijn door de Inspectie van het Onderwijs vanaf het schooljaar 2007-2008 werkende weg ingevoerd. 

De uitgangspunten voor de geactualiseerde werkwijze waren als volgt:

  1. Het toezicht kent een bestuursgerichte aanpak. Het is gericht op scholen, maar het bestuur wordt rechtstreeks aangesproken op de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs en voor de naleving op wet- en regelgeving.
  2. Het toezicht is risicogericht en op maat. Het is gericht op het detecteren van die scholen waar mogelijk sprake is van een onvoldoende kwaliteit van onderwijs, eventueel in combinatie met risico’s op het gebied van de financiële continuïteit of rechtmatigheid op bestuursniveau.
  3. Het toezicht is mede gericht op (programmatisch) handhaven, dus op de naleving van wet- en regelgeving.

De Toezichtkaders 2009 voor primair en voortgezet onderwijs bestonden uit een waarderingskader en de beschrijving van de werkwijze. Het waarderingskader omvatte 5 domeinen: 1. Opbrengsten, 2. Onderwijsleerproces, 3. Zorg en begeleiding, 4. Kwaliteitszorg, en 5. Wet- en regelgeving. Onder de domeinen waren de 9 kwaliteitsaspecten geordend die de inspectie in haar toezicht betrok.1 Deze waren voorzien van uitwerkingen in de vorm van circa 45 indicatoren. In totaal gaven 10 normindicatoren de doorslag bij het vaststellen van de verschillende toezichtarrangementen: het basisarrangement, een aangepast arrangement kwaliteit en naleving zwak of zeer zwak, of een aangepast arrangement voor alleen naleving.

3 fasen van het toezicht

In de werkwijze werden de 3 fasen van het toezicht uitgewerkt, waarbij het uitgangspunt is dat scholen minimaal 1 keer per 4 jaar werden onderzocht:

T1: Het uitvoeren van de risicoanalyse, kennis- en expertanalyse die leidde tot een basisarrangement, of tot het uitvoeren van onderzoek in T2.
T2: Het uitvoeren van onderzoek naar mogelijke tekortkomingen, dat start met een overleg met het bestuur op basis van verantwoordingsdocumenten, gevolgd door een kwaliteitsonderzoek op maat. Dit onderzoek leidde tot een basisarrangement of een aangepast arrangement.
T3: Bij een aangepast arrangement volgde geïntensiveerd toezicht in de vorm van een kwaliteitsverbeteringstraject, gebaseerd op het toezichtplan, met als doel snel de noodzakelijke verbeteringen door te voeren.

Toezichtkader voor beroeps- en volwasseneneducatie

Het toezichtkader voor beroeps- en volwasseneneducatie, dus het Toezichtkader BVE 2009, was een samenhangend kader gericht op de integratie van het toezicht op het onderwijs en de examens.3 In het kader werden 2 werkwijzen in elkaar geschoven. Er werd gewerkt aan de hand van een toezichtmodel met verschillende fasen: 

  • 1ste orde toezicht bij alle instellingen - In deze fase werden mogelijke tekortkomingen in de onderwijskwaliteit van instellingen opgespoord door de analyse van gegevens van het voorgaande cursusjaar, jaarverslaglegging, signalen en andere beschikbare informatie. De kwaliteit van de examinering werd beoordeeld via een steekproef en onderzoek naar exameninstrumenten.
  • Jaarlijks gesprek - In het gesprek met het bestuur werden de resultaten van de risicoanalyse en het examenonderzoek besproken en afspraken gemaakt over verdere onderzoeken.
  • 2de orde toezicht alleen waar nodig - Als een instelling de kwaliteit beheerste en passende maatregelen had genomen, bleef het basistoezicht van kracht zonder extra onderzoek. Anders werd er onderzoek uitgevoerd en werden bevindingen vastgelegd, wat kon leiden tot basistoezicht of aangepast toezicht.
  • Interventies - Bij tekortkomingen in voorgaande fasen werden afspraken gemaakt voor verbeterplannen en toezicht, met passende interventies en opvolgend onderzoek, waarbij termijnen en sancties afhingen van de ernst van de tekortkoming.4

Het Toezichtkader BVE 2012 week af van het kader uit 2009 door een meer proportionele en activerende benadering, waarbij instellingen voor goede prestaties werden beloond met verminderd toezicht en waarin er meer nadruk lag op zelfevaluatie en kwaliteitszorgprocessen.5 Het richtte zich niet alleen op het beoordelen van basiskwaliteit, maar ook op het stimuleren van de verbetering naar een hogere onderwijskwaliteit. Tevens bood het ruimte voor professionele afweging en feedback, waarbij in rapporten zowel tekortkomingen als sterke punten werden belicht.

Toezicht op kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven

Vanaf 2008 was de inspectie belast met het toezicht op de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven (kbb), waarbij het accent lag op de uitvoering van wettelijke taken.6 Vanaf 2013 was er een specifiek toezichtkader kbb7 dat aansloot bij de methodiek van het Toezichtkader BVE 2012. De centrale vraag die ten grondslag lag aan het toezicht was: Borgt het kbb de kwaliteit van zijn wettelijk taken zodanig dat het beoogde resultaat van deze taken wordt bereikt?

1 Inspectie van het Onderwijs (2009). Toezichtkader PO/VO 2009. Inspectie van het Onderwijs.

2 Oude onderzoeks- en toezichtkaders. Inspectie van het Onderwijs.

3 Tot 2014 hanteerde de inspectie de term beroeps- en volwasseneneducatie (bve). Vanaf 2014 hanteert de inspectie de term middelbaar beroepsonderwijs (mbo).

4 Inspectie van het Onderwijs (2009). Toezichtkader BVE 2009. Inspectie van het Onderwijs.

5 Oude onderzoeks- en toezichtkaders. Inspectie van het Onderwijs.

6 Kamerstukken II, 2012/13, 31 524, nr. 155.

7 Inspectie van het Onderwijs (2012). Toezichtkader kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven 2013 – 2015. Inspectie van het Onderwijs.