2006 | Toezicht in vertrouwen en vertrouwen in toezicht

Nota ministerie van OCW

Een jaar na het uitkomen van de herziene Kaderstellende visie op toezicht, volgde in september 2006 in de nota Toezicht in vertrouwen en vertrouwen in toezicht, de OCW-specifieke uitwerking van de 6 principes van goed toezicht. De nota bevat de schets van de visie op het overheidstoezicht van OCW in de periode 2007–2011. Door de eigen invulling van de principes wilde het ministerie van OCW bijdragen aan een substantiële vermindering van toezichtlasten.1

Positionering van toezicht

Voortbouwend uit de principes van de Governance-brief is de kern van de nota de positionering van toezicht: ‘Toezicht heeft een functie in die kwaliteitsborging. Het wordt minder intensief uitgeoefend naarmate er meer andere mechanismen zijn die de kwaliteit borgen, en er meer aanwijzingen zijn dat de sector vertrouwen verdient.’2 Het uitgangspunt is toezicht op maat, waarbij risicosturing aansluit bij zelfregulering, en de vorm ervan past bij de gevraagde borging.

Geïntegreerd toezicht

Al in 2004 was hiertoe gestart met het opzetten van het project Geïntegreerd Toezicht om toezichtfuncties van de Inspectie van het Onderwijs, de Auditdienst (AD) en de Centrale Financiën Instellingen (CFI) te bundelen. De eerste 2 jaar was vooral een leer- en ontwikkelfase. Vanaf 2007 moest, zo stond in de nota, het geïntegreerde toezicht geheel operationeel zijn. Daarbij zou het toezicht worden uitgevoerd vanuit de principes van ‘single information’ en ‘single audit’. En er werd gewerkt met 1 gezamenlijk risicoprofiel.

1 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) (2006). Vertrouwen in toezicht, toezicht in vertrouwen. Visie op toezicht OCW 2007-2011. Den Haag: OCW.

2 Citaat van pagina 5 van: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) (2006). Vertrouwen in toezicht, toezicht in vertrouwen. Visie op toezicht OCW 2007-2011. Den Haag: OCW.