2005 | Governance: ruimte geven, verantwoording vragen en van elkaar leren

Kamerbrief minister van OCW

In juli 2005 werd de visie op de bestuurlijke verhoudingen in het onderwijs gepubliceerd in een notitie die al snel de Governance-brief werd genoemd. In overeenstemming met het regeringsbeleid wilde de minister van OCW de overheid ook in het onderwijs terughoudender laten zijn in haar optreden en verantwoordelijkheden.1 In de Governance-brief worden 2 principes uitgewerkt:

  1. Meer ruimte voor eigen verantwoordelijkheid via deregulering en het terugdringen van de administratieve lasten.
  2. Heldere kaders: richting geven en grenzen stellen via wettelijke kaders voor bekostiging, waar kwaliteitseisen en toezicht een onderdeel van zijn.

Over het onderwijstoezicht wordt gesteld dat er een goede balans moest komen tussen het interne toezicht en de horizontale verantwoording van de onderwijsinstellingen via het externe verticale toezicht.

In november 2005, 3 maanden na de Governance-brief, bracht de Inspectie van het Onderwijs de notitie De WOT in het licht van governance uit. In deze notitie werden 3 pijlers van toezicht benoemd:(a) horizontale verantwoording en governance bij de instellingen, (b) sober en selectief toezicht: risicosturing bij de inspectie en (c) de beoordelingssystematiek.2

1 Kamerstukken II, 2004/05, 30 183, nr. 1.

2 Smeets, G., & Verkroost, J. J. H. (2011). Selectief en slagvaardig: Werken met de WOT (2000-2010). Inspectie van het Onderwijs.