2002-2005 | Toezichtkaders 2002 en de wijzigingen in 2005

Inspectie van het Onderwijs

In artikel 12 van de Wet op het onderwijstoezicht (WOT) die in 2002 van kracht werd, was bepaald dat de werkwijze van de Inspectie van het Onderwijs in toezichtkaders werd vastgelegd. Het doel van de kaders was om de eenheid van handelen van inspecteurs te bevorderen. Tevens zorgden de kaders ervoor dat het handelen van de inspectie transparant werd voor scholen. Hierdoor kon de inspectie worden aangesproken op zowel de inhoud als de uitvoering van haar werk.

Waarderingskaders en werkwijze inspectie

Elke sector heeft zijn eigen toezichtkader. De toezichtkaders bestaan uit een waarderingskader en de beschrijving van de werkwijze. In het waarderingskader beschrijft de inspectie wat in redelijkheid van scholen mag worden verwacht. De centrale vraag bij het toezicht was: hoe is de kwaliteit van het onderwijs op de school? In het waarderingskader voor primair onderwijs1 worden bijvoorbeeld 8 kwaliteitsaspecten uitgewerkt. De aspecten waren gebaseerd op de aspecten van kwaliteit die in de WOT zijn vastgelegd. De kwaliteitsaspecten waren geordend in 3 domeinen: 1. Zorg voor kwaliteit, 2. Onderwijs en leren, en 3. Opbrengsten.

Oordelen inspectie

Elk kwaliteitsaspect werd beoordeeld aan de hand van meerdere (kern)indicatoren. Per indicator werd tijdens het toezicht beoordeeld in welke mate de feitelijke situatie bijdroeg aan het kwaliteitsaspect: in hoge mate, voldoende, onvoldoende, of nauwelijks tot niet. Uiteindelijk werden op basis van beslisregels de kwaliteitsaspecten, evenals de domeinen en de centrale vraag, beoordeeld als Goed, Voldoende, Onvoldoende, of Slecht.

Het toezicht werd in de praktijk als volgt uitgevoerd: 

  • De kern van het toezicht was het vierjaarlijkse periodiek kwaliteitsonderzoek (PKO), een schoolonderzoek aan de hand van het complete waarderingskader. Als de inspectie de indruk kreeg dat de kwaliteit tekortschoot, vond een nader onderzoek plaats naar mogelijke oorzaken en achtergronden.
  • Als werd vastgesteld dat de kwaliteit van het onderwijs tekortschoot, werd een school gekwalificeerd als Onvoldoende of Slecht. Na uiterlijk 2 jaar vond een onderzoek naar kwaliteitsverbetering (OKV) plaats, dat inhoudelijk vergelijkbaar was met het PKO.
  • Om bij alle scholen de vinger aan de pols te houden, bestond het jaarlijks onderzoek (JO). Hierbij keek de inspectie naar de normindicatoren van de kwaliteitsaspecten Kwaliteitszorg en Opbrengsten.

1 Inspectie van het Onderwijs (2002). Toezichtkader Primair Onderwijs. Inspectie van het Onderwijs.

2 Inspectie van het Onderwijs (2005). Toezichtkader Primair Onderwijs 2005. Inhoud en werkwijze van het onderwijstoezicht. Inspectie van het Onderwijs.