1998 | Kwaliteitswet

Kabinet-Kok I

Eind vorige eeuw werd het onderwijs vanuit het ministerie van OCW centraal aangestuurd aan de hand van een groot aantal richtlijnen voor de inrichting en uitvoering van het onderwijs. Besturen waren vooral formeel noodzakelijke entiteiten met geringe ruimte voor eigen beleid op het gebied van onderwijs.

Introductie Kwaliteitswet

Als gevolg van de decentralisatie, nam eind jaren 90 zowel de autonomie als de verantwoordelijkheid van besturen aanzienlijk toe. In de zogenoemde Kwaliteitswet uit 1998 kreeg dit een wettelijke grondslag.1 In die wet worden in de verschillende onderwijswetten het schoolplan, de schoolgids en de klachtenregeling geïntroduceerd.

Keuzes kwaliteitsbeleid zichtbaar maken

In de memorie van toelichting van de Kwaliteitswet staat expliciet dat de voorgeschreven documenten ertoe dienen ‘…het bevoegd gezag en daarmee uiteraard ook de schoolleiding aan te zetten tot een planmatige aanpak van eigen kwaliteitsbeleid en tot het afleggen van verantwoording over bereikte resultaten aan ouders en andere belanghebbenden. […] De instrumenten en procedures die het bevoegd gezag voor zijn kwaliteitsbeleid kiest, zijn de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag wordt nu verplicht deze keuzes zichtbaar te maken in het schoolplan en de schoolgids. Daarmee laat het bevoegd gezag zien welke invulling het geeft aan de plicht zorg te dragen voor kwaliteit.'2

1 Wet van 18 juni 1998 tot wijziging van een aantal onderwijswetten (Stb, 1998, 398).

2 Citaat van pagina 1-2 van: Kamerstukken II, 1996/97, 25 459, nr. 3.