
1995 | Wet educatie en beroepsonderwijs
Kabinet-Kok I
In 1995 vond de herziening van de bestaande wetgeving op het terrein van het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie plaats. Er werd een samenhangend wettelijk kader neergelegd in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB).1 De wet had tot doel om de structuur en kwaliteit van het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie te verbeteren en te moderniseren. De wet richt zich op de totstandkoming van een landelijke kwalificatiestructuur voor het beroepsonderwijs, de verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en de verbetering van de afstemming tussen beroepsonderwijs en educatie.
Een van de centrale doelstellingen van de WEB is het versterken van de kwaliteit van het onderwijs. De instellingen zijn verantwoordelijk voor de realisatie van deze kwaliteit. Het toezicht daarop is opgedragen aan de Inspectie van het Onderwijs, die hiervoor toezicht houdt op de wijze waarop de bekostigde en niet-bekostigde mbo-instellingen hun interne en externe kwaliteitsbewakingssysteem vormgeven. Ten behoeve van het kwaliteitstoezicht heeft de inspectie de opdracht om op de hoogte te blijven van de staat van de educatie en het beroepsonderwijs. En om toe te zien op de naleving van de daarvoor geldende voorschriften. Hiervoor voert ze overleg met het bevoegd gezag en het personeel van de instellingen.2
1 Wet van 31 oktober 1995, houdende bepalingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs (Wet educatie en beroepsonderwijs), (Stb. 1995, 501).
2 Kamerstukken II, 1993/94, 23 778, nr. 3.