
Taal komt overal terug
Basisvaardigheden
Hoe zorg je voor meer samenhang in het curriculum? Nanouk Teemsma van Jenaplanschool Het Mooiste Blauw en Hennie Gesthuizen van basisschool De Schatgraaf hebben heel bewust gekozen om thematisch te werken. Twee scholen met een verschillende leerlingpopulatie, maar met veel gedeelde ervaringen. Over een gezamenlijke leercultuur, rijke teksten en de durf om te experimenteren.
Beeld: © Inspectie van het Onderwijs
Nanouk Teensma, schoolleider van Jenaplanschool Het Mooiste Blauw in Nuenen
Nanouk Teensma is nu vijf jaar schoolleider van Jenaplanschool Het Mooiste Blauw in Nuenen. De school groeide de afgelopen jaren hard mee met de nieuwbouwwijk. “We hebben veel kinderen met hoogopgeleide ouders, die al veel kennis en vaardigheden meebrengen”, zegt ze. “Dan moet je steeds opnieuw nadenken: hoe dagen we hen uit?”
Ook Hennie Gesthuizen werkt nu vijf jaar als schoolleider van basisschool De Schatgraaf. Haar school kent een grote diversiteit aan culturele achtergronden. “Er zitten veel kinderen uit expatgezinnen op school met een andere moedertaal dan het Nederlands. Dat vraagt echt iets anders van je taalonderwijs. Voor ons is de vraag: hoe kunnen we de moedertaal gebruiken als hefboom om goed Nederlands aan te leren?”
“Wereldoriëntatie is het hart van ons onderwijs en taal is daarin verweven”
Van losse vakken naar samenhang
Op beide scholen groeide het besef dat taal te vaak als een losstaand vak werd aangeboden. Begrijpend lezen, spelling, woordenschat: het stond naast elkaar, terwijl het leren van kinderen een organisch proces is. Nanouk: “Taal komt overal terug. Dus eigenlijk is het heel logisch dat taal bij ons geen aparte methode is. Wereldoriëntatie is het hart van ons onderwijs en taal is daarin verweven. Het wordt overal in samenhang aangeboden: in gesprekken, in de kring, in projecten, in presentaties.”
Het Mooiste Blauw werkt met thematisch onderwijs in een meerjarige cyclus. Elk thema komt terug in de onder-, midden- en bovenbouw, steeds op een ander niveau. “We koppelen daar heel gericht de leerdoelen aan”, legt Nanouk uit. “Wat moeten kinderen leren en hoe bieden we dat zo aan dat het betekenisvol is?” Die leerdoelen staan in de lesmethode DATplus, gekoppeld aan leerlijnen voor levend taalonderwijs.
Beeld: © Inspectie van het Onderwijs
Hennie Gesthuizen, schoolleider van basisschool De Schatgraaf in Arnhem
Ook De Schatgraaf werkt thematisch, vanuit de visie dat taalverwerving het beste gaat als het in samenhang wordt aangeboden. Thema’s keren meerdere keren terug gedurende de schoolloopbaan, waardoor kinderen voortbouwen op wat ze al weten. “Je ziet dat het beklijft. Kinderen maken moeiteloos verbinding met wat ze in eerdere jaren geleerd hebben”, vertelt Hennie.
Zo wordt het thema planeten en ruimte elk jaar naar een niveau gebracht dat aansluit bij de leeftijd of belevingswereld van het kind. “In leerjaar 1 en 2 gaat dat over jezelf, jij woont in een dorp of stad en er is een land, een wereld en een ruimte. In groep 3 en 4 gaan we kijken wat er in de ruimte te vinden is en zo gaat dat steeds verder, kennis is de basis van waaruit ze de taal ontwikkelen.”
“Wij geloven sterk in kennis vóór vaardigheden”
De school werkt met het Nederlands Kennis Curriculum (NKC) dat ervanuit gaat dat je een vaardigheid als begrijpend lezen, kritisch denken of problemen oplossen pas echt goed kunt beheersen als je voldoende kennis hebt over de onderwerpen. “Wij geloven sterk in kennis vóór vaardigheden”, zegt Hennie.
Rijke teksten
Een belangrijk onderdeel van die samenhang is de keuze voor rijke teksten over het thema dat op dat moment aan de orde is. Dus tijdens het thema kunst lezen de leerlingen bijvoorbeeld een tekst over Vincent van Gogh en tijdens het thema ruimte over de planeet Mars. Beide scholen gebruiken daarom niet een methode voor begrijpend lezen, maar werken met Close Reading. Dat is een manier van lezen, waarbij de kinderen meerdere malen met een tekst aan de slag gaan, telkens met een ander doel. “Je doorgrondt de tekst echt”, aldus Hennie. “Maar het vraagt wel wat van de leraren, want je kunt niet leunen op een methode. Je moet zelf bruikbare teksten vinden bij het thema, je moet weten welk doel je hebt en hoe je de sessies opbouwt.”
“Alle leerkrachten hebben scholing gevolgd in Close Reading en hoe je een goede tekst herkent en inzet”, zegt Nanouk. “Dat vraagt in het begin een investering, maar het maakt het onderwijs uiteindelijk rijker en leuker, omdat de teksten passen in het grotere geheel van het thema.”
Leren door rituelen en beweging
Het Mooiste Blauw heeft het taalonderwijs stap voor stap aangepakt. “We hebben eerst de mondelinge taal centraal gezet door dit in rituelen vast te leggen. Wat doe je precies bij een boekbespreking of in een ochtendkring? Bij de jongste kinderen is dat heel belangrijk voor de taalverwerving. Zo beginnen ze al met stamgroepvergaderingen, waarin ze leren argumenteren, luisteren en compromissen sluiten. Niet alleen belangrijk voor taal, maar ook voor burgerschap. Ook houden ze al een spreekbeurt tijdens de vertelkring of evalueren ze gebeurtenissen in de klas tijdens de evaluatiekring. We leggen dat vast zodat het bij alle groepen hetzelfde is.”
Beeld: © Inspectie van het Onderwijs
Op De Schatgraaf bleek uit gesprekken met leerlingen dat het onderwijs soms wel erg talig was ingericht. “Ze vonden de onderwerpen heel interessant,” vertelt Hennie, “maar gaven ook aan dat ze wel heel veel moesten lezen en schrijven.” Dat leidde tot de keuze om de thema’s toe te passen in verschillende contexten, zoals kunst, techniek en beweging.
De verwerking van de opgedane kennis gaat dus op allerlei manieren. “Neem het thema groei. Met een dansdocent zijn de kleuters groei gaan verbeelden. Dat werkt goed voor het taalbegrip, want door het uit te beelden ga je beter begrijpen wat groei is. Dan ga je het voelen in je lijf. Dit is een van de manieren waarop we taal en kennis toepassen en beleven.”
“Je bent altijd meer dan alleen de leerkracht van je eigen groep”
Samen onderwijs maken
Samenhangend onderwijs vraagt meer dan een andere lesopzet; het vraagt een andere manier van samenwerken. Op beide scholen staat de professionele leercultuur centraal. Nanouk: “Je maakt samen onderwijs. Je bent altijd meer dan alleen de leerkracht van je eigen groep. Bijvoorbeeld omdat je als taalcoördinator het hele team meeneemt in ontwikkelingen of omdat je het voortouw neemt in het aanleren van lesgeven in Close Reading.”
Bij Het Mooiste Blauw werken de leraren in onderwijsteams die gekoppeld zijn aan de onder-, boven- en middenbouw en samen verantwoordelijk zijn voor het onderwijs van die groep. Daarnaast zijn er expertteams die bijvoorbeeld aan de slag gaan met de thema’s om te zorgen dat ze schoolbreed in een driejarige cyclus worden aangeboden. Zo werken die teams samen aan de onderwijsinhoud.
Ook op De Schatgraaf zijn ontwikkelteams van leraren aan zet. Hennie: “De ontwikkelteams vertalen de visie naar wat we in de klas doen. Als schoolleider kader ik, maar ik laat ook veel los.” Dat loslaten is spannend, maar noodzakelijk. “Als je die ruimte openlaat,”, zegt Hennie, “zie je dat mensen creatief worden en dat er mooie dingen ontstaan.”
Leiderschap en keuzes maken
Beide schoolleiders benadrukken dat samenhangend werken geen snelle oplossing is. Het kost tijd, energie en vraagt om scherpe keuzes. “Je kunt niet alles tegelijk. Wij hebben bijvoorbeeld gekozen om ons eerst te richten op mondelinge taal en dat echt goed te doen.” zegt Nanouk. “Mijn rol is ook om het team te beschermen tegen te veel tegelijk en te helpen prioriteren.” Hennie herkent dat. “Soms wil ik misschien sneller, maar dan ga ik op mijn handen zitten.”
Wat het oplevert
De schoolleiders zijn tevreden over wat het oplevert. “We zien verbeteringen in resultaten, bijvoorbeeld bij begrijpend lezen,” zegt Hennie, “maar minstens zo belangrijk is de betrokkenheid van de leraren en het enthousiasme van ouders en kinderen.”
“Tijdens het thema kunst kwamen de kinderen thuis met hele verhalen”
Nanouk krijgt vanuit het voortgezet onderwijs vaak terug dat leerlingen zich goed kunnen verwoorden, durven presenteren en niet bang zijn om hun mening te geven. Ook ouders merken het verschil. Tijdens het thema kunst kwamen de kinderen thuis met hele verhalen. “Dat bereik je door het heel betekenisvol te maken. Als ze in de taalmethode één lesje doen over kunst zal je ze daar thuis niet snel over horen, maar door nu alles met elkaar te verbinden, landt het echt en gaat het ook thuis aan de keukentafel over Vincent van Gogh.”
Begin klein, maar durf te experimenteren
Wat zouden ze andere scholen aanraden? “Begin bij samen leren”, zegt Hennie. “Zet je team van leerkrachten samen aan tafel en profiteer van elkaars expertise en creativiteit.” “Denk goed na, en maak een plan. Maar begin ook eens klein en durf dan te experimenteren”, zegt Nanouk.
Al een aantal jaren vragen we in de Staat van het Onderwijs aandacht voor de basisvaardigheden. In het rapport De Staat van het Onderwijs 2026 constateren we dat er nog geen trendbreuk te zien is in de ontwikkeling van de basisvaardigheden, ondanks inspanningen van scholen, besturen en overheid. Wel zien we dat scholen in primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs stappen zetten naar geïntegreerd taalonderwijs. Dat vraagt om visie en samenwerking

