
Een gewone school met een bijzondere populatie
Gelijke kansen
134 kinderen van dertig nationaliteiten krijgen onderwijs op basisschool Prinsenbos, maar dat kan over een paar weken weer heel anders zijn. Directeur Kristel Borghs vertelt hoe je dat doet, kwalitatief goed onderwijs geven aan een populatie die zo divers is, in achtergrond, verblijfsduur en onderwijsniveau.
“Jullie hebben hard én rustig gewerkt, dus jullie krijgen twee punten!” Gejuich stijgt op uit de klas. Een paar deuren verder zijn alle knijpertjes aan het vrolijke gezichtje bevestigd – de leerlingen voelen zich blij in groep 2-3. Op de gang staat een pop in dokterskostuum met doktersspullen uitgestald – de school werkt deze periode met het thema ziek zijn en het menselijk lichaam.
Een heel gewone ochtend op een heel gewone basisschool in Gilze – zo lijkt het. Maar dit is een bijzondere school. Dat verraadt de entree, waar in tien verschillende talen ‘welkom’ staat. In de hal hangt een wereldkaart met het bordje ‘De kinderen van Prinsenbos komen van over de hele wereld! In januari 2026 hebben we 134 kinderen uit dertig verschillende landen.’ Hun vlaggen vormen samen een slinger door de gang. In een klas hangt een kaart van Nederland, met daarop uitvergroot het asielzoekerscentrum (AZC) Prinsenbos in Gilze en het AZC Ter Apel, waar veel leerlingen hun reis door Nederland begonnen.
Steeds wisselende groepen
Basisschool Prinsenbos staat op het terrein van het AZC en de samenstelling van de school verandert voortdurend. Sommige kinderen blijven een jaar, anderen slechts een paar weken. Directeur Kristel Borghs werkt nu acht jaar op de school en vat het zelf zo samen: “We zijn een gewone school met een bijzondere populatie.”
“Ik werk heel graag met deze leerlingen”, zegt ze. “Met goed onderwijs kun je echt het verschil maken. Het is een enorm diverse groep en daarvan leer ik zelf ook veel, over de wereld en over mezelf.”
Beeld: © Inspectie van het Onderwijs
Kristel Borghs, directeur van basisschool Prinsenbos in Gilze
Door de wisselende verblijfsduur zijn de groepen flexibel ingericht. Zo zitten groep 2 en 3 nu samen, is er een bovenbouwgroep met veel nieuwkomers en een groep met leerlingen die al langer in Nederland zijn. Op elke groep staat een leerkracht en een ondersteuner. “Zo kunnen we met kleine groepjes werken waardoor iedere leerling onderwijs op maat krijgt”, legt Kristel uit.
Een grote zorg is het aantal verplaatsingen. De gemiddelde verblijfsduur op Prinsenbos is nu een half jaar. “Kinderen vertrekken soms plotseling”, vertelt Kristel. “Dan weten we niet altijd waar ze naartoe gaan. Terwijl continuïteit en een ononderbroken ontwikkeling juist zo belangrijk zijn, zeker voor kinderen die de Nederlandse taal nog onvoldoende beheersen.”
“Ondanks de lastige omstandigheden proberen we voor een zo goed mogelijke overdracht aan de nieuwe locatie te zorgen”
Om daar zo goed mogelijk op in te spelen, zet Prinsenbos vanaf de eerste dag in op intensief en doelgericht onderwijs, zodat kinderen in korte tijd zo veel mogelijk meekrijgen. “Ook proberen we ondanks de lastige omstandigheden voor een zo goed mogelijke overdracht aan de nieuwe locatie te zorgen.”
Afstemmen op de populatie
De verschillen tussen leerlingen zijn groot. “We hebben kinderen van tien jaar die in hun land van herkomst al onderwijs hebben gehad, maar ook kinderen van dezelfde leeftijd die nog nooit naar school zijn geweest. Dan is het startpunt van een leerling anders: wat is school eigenlijk, en wat wordt er van je verwacht?”
Het team stemt daarom voortdurend af op de populatie. “Leerkrachten en ondersteuners kijken dagelijks waar elk kind op dat moment staat. Als we na enkele weken merken dat een kind meer nodig heeft, passen we het onderwijsaanbod aan. Daarnaast bekijken we elke tien weken met het team de gehele populatie: wie zitten hier nu, waar staan ze en waar willen we naartoe? Het doel is en blijft altijd om ervoor te zorgen dat de leerlingen een passend onderwijsaanbod krijgen. We werken vanuit hoge verwachtingen. Je zult ons niet snel horen zeggen dat kinderen iets niet kunnen.”
Voor groep 2-3 staan leerkracht Giel en ondersteuner Jeske. Een groepje kinderen speelt doktertje, Jeske maakt een bouwwerk met een van de leerlingen. In een lokaal verderop in de gang gaan de kinderen net naar buiten na de fruithap. Op de muur hangen plaatjes van het lijf met de woorden erbij. Maar ook van het weer, de dubbelklanken, de kleuren, de seizoenen. Kristel vertelt: “We maken veel visueel, zodat de kinderen betekenis kunnen geven aan de woorden.”
Beeld: © Inspectie van het Onderwijs
Ouders als partners
Ouders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van de kinderen. Daarom organiseert de school twee keer per week ouderbijeenkomsten in de ouderkamer van de school. Vandaag staat Maartje, leerkracht van de nieuwkomers middenbouwgroep, klaar in een lokaal waar de ouders langzaam binnendruppelen. Ze vertelt over het thema, zodat de ouders dit thuis ook met de kinderen kunnen bespreken. Dat gebeurt in een mix van Nederlands, Engels, gebaren en soms met hulp van andere ouders als tolk.
“Als je je moedertaal goed beheerst, heb je een rijke basis om nieuwe woorden te koppelen en om eerder patronen in grammatica te herkennen”
Ouders kunnen boeken in de thuistaal lenen over het thema. “Onderzoek laat zien dat een sterke beheersing van de moedertaal helpt bij het leren van een tweede taal”, aldus Kristel. “We denken in taal. Als je je moedertaal goed beheerst, heb je een rijke basis om nieuwe woorden te koppelen en om bijvoorbeeld eerder patronen in grammatica te herkennen.”
Maar het gaat in de ouderkamer ook over het Nederlandse onderwijssysteem of Nederlandse tradities zoals Sinterklaas of – hier in de regio heel belangrijk – carnaval. Tegelijkertijd worden ouders uitgenodigd om te vertellen over hun eigen cultuur en onderwijssysteem. Dat zorgt voor wederzijds begrip en een kort lijntje met de school. “Hier zien ouders hun kinderen groeien. Vaak kunnen ze voor het eerst in lange tijd weer echt kind zijn.”
Samen leren, binnen en buiten de school
Kristel roemt de samenwerking binnen het team. “We doen het hier samen. Niemand draait solo de lessen af. We kijken steeds samen: doen we het goede voor deze kinderen, hoe kunnen ze blijven groeien?”
“Dit onderwijsveld staat nog in de kinderschoenen, maar er is veel vooruitgang geboekt”
Die lerende cultuur reikt verder dan de school. Kristel is regiocoördinator bij LOWAN, een netwerk- en kennisorganisatie voor nieuwkomersonderwijs. “Dit onderwijsveld staat nog in de kinderschoenen, maar er is veel vooruitgang geboekt. We delen kennis en onderzoeken en denken samen na over hoe we de overstap naar regulier onderwijs in goede banen leiden. Bijvoorbeeld door onze kennis over nieuwkomersonderwijs te delen en door scholen in de regio waar de kinderen naartoe gaan te betrekken bij de ontwikkeling van het kind.”
Ook het reguliere onderwijs kan leren van het nieuwkomersonderwijs. “Dat voortdurend verdiepen in je populatie. Wie heb je in huis en wat vraagt dat van het onderwijs? Die flexibiliteit, dat is iets wat we op nieuwkomersscholen heel goed kunnen. En dat gun ik het reguliere onderwijs ook.”
‘In ons hart. Nooit vergeten.’
In het bovenbouwlokaal op de eerste verdieping hangen foto’s van de kinderen met de landen waar ze vandaan komen: Syrië, Soedan, Rusland, Irak, Turkije. Daarnaast foto’s van leerlingen die zijn vertrokken, met de tekst: ‘In ons hart. Nooit vergeten.’ Kristel vertelt dat het best zwaar is dat leerlingen soms van de een op de andere dag weg moeten, voor de leerlingen én voor het team.
“Tijdens de open dag van het AZC komen er wel eens oud-leerlingen langs. Ze vertellen over hun vervolgopleiding of werk. Dan hoor je hoe belangrijk die eerste periode op school voor hen is geweest. Dat is geweldig om te horen.”
Hoe staat het ervoor met het onderwijs aan nieuwkomers? En hoe wordt onderwijs aan nieuwkomers in andere landen georganiseerd? In het rapport De Staat van het Onderwijs 2026 leest u hoe onder andere Tsjechië en Portugal dit aanpakken.



