Zie monitoring niet als verplichting, maar als verrijking

Sociale veiligheid

Een sociaal veilige school begint met preventie. Met investeren in de groep en in hoe je met elkaar omgaat. Daar zijn schoolleiders Monique van de Ven van Jenaplanschool Molenwijk in Boxtel en Dominique Habraken van Kindcentrum De Vlechter van overtuigd. Maar beiden geloven ook in het belang die veiligheid te monitoren. “Af en toe komt er een signaal uit voort dat toch aan je zicht is ontglipt.”

‘We zijn vriendelijk voor elkaar’ en ‘we laten spullen heel’. Bij de speeltuin in de buurt van Kindcentrum de Vlechter in Vlijmen hangen regels over hoe je met elkaar omgaat. De regels zijn het resultaat van de monitoring sociale veiligheid. “Bij de monitoring scoorden we bij de stelling ‘de weg van school naar huis is veilig’ oranje. Dat betekent dat de kinderen zich niet altijd veilig voelden, als ze speelden in de wijk of op weg waren naar de voetbalclub”, vertelt Dominique. Het was voor de school aanleiding om met het project De Vreedzame Wijk te beginnen. Er kwam onder meer een kinderwijkraad, die de speeltuinregels opstelde en met elkaar in gesprek ging over wat je doet als iemand zich er niet aan houdt.

“We hebben veel aandacht voor groepsvorming en leren samenleven”

  1. Dominique Habraken, schoolleider van Kindcentrum De Vlechter in Vlijmen
  2. Monique van de Ven, schoolleider van Jenaplanschool Molenwijk in Boxtel

Leren samenleven

Kindcentrum De Vlechter in Vlijmen en Jenaplanschool Molenwijk in Boxtel zijn onderdeel van de scholengroep Stichting Talentis. Beide scholen investeren veel in sociale veiligheid als onderdeel van hun visie. Monique legt uit: “Als Jenaplanschool hebben we geen klassen, maar stamgroepen met verschillende leeftijden bij elkaar, die elk jaar wisselen van samenstelling. Daarom hebben we veel aandacht voor groepsvorming en leren samenleven.” De school kijkt daarbij goed naar wat ieder kind nodig heeft. “Het ene kind dat verdrietig is, wil getroost worden, terwijl de ander beter met rust gelaten kan worden. Door daarin te investeren, investeer je ook in veiligheid.”

Ook voor Dominique zijn sociale veiligheid en de visie van de school nauw met elkaar verweven. “Sociale veiligheid staat voor ons op één. Ons motto is samenbrengen, samen leren. Het kind moet weten, ‘dit ben ik’, maar wel in relatie tot de ander. Dat begint al bij de jongste kinderen, maar geldt voor iedereen die een voet over de drempel zet. Ook de ouders passen zich aan het pedagogische klimaat aan, bijvoorbeeld doordat we ze meenemen in de methode van de Vreedzame School."

Beeld: © Inspectie van het Onderwijs

Preventie als uitgangspunt

De Vreedzame School is een methodiek om de sociale competenties en het democratisch burgerschap van de kinderen te vergroten. “We hebben democratische klassenvergaderingen en een actieve kinderraad”, vertelt Dominique. De methode helpt ook bij het voorkomen van pesten en conflicten. “Onze kinderen kennen de taal van De Vreedzame School. Ze weten wat een opsteker (een compliment) of een afbreker (een belediging) is en oefenen met het oplossen van ruzies. Op het schoolplein zijn leerlingen aangesteld als mediatoren. Zo leren kinderen al jong hoe je conflicten kunt oplossen, iets waar ze later ook veel aan hebben.”

“Docenten voeren het hele jaar door reflectiegesprekken met leerlingen. Bij conflicten kijken we samen: wat gebeurt hier nu eigenlijk?”

Ook op Molenwijk ligt de nadruk op preventie. De school investeert bijvoorbeeld in groepsvormende activiteiten, zo gaan alle groepen aan het begin van het schooljaar op kamp. Ook heeft de school een kaartenbak met groepsvormende activiteiten ingedeeld in de vijf groepsfasen, zoals het kennismaken of vormen van de groep. De docent observeert de groep en kiest een activiteit die past bij de fase waarin de klas zit. Daarnaast voeren docenten het hele jaar door reflectiegesprekken met leerlingen. “Bij conflicten kijken we samen: wat gebeurt hier nu eigenlijk?”, zegt Monique. “We spiegelen wat we zien, zodat kinderen ook zichzelf leren kennen. We spreken ze erop aan dat we samen verantwoordelijk zijn voor elkaars gedrag en voor een fijne sfeer in de groep.”

De peilstok in de organisatie

Werken aan een sociaal veilig klimaat is één ding, maar hoe weet je zeker dat het ook echt zo wordt ervaren? Beide scholen gebruiken al jaren de digitale vragenlijsten van Edudat (zie kader) om de sociale veiligheid te monitoren. Monique: “Leerlingen beantwoorden vragen als: voel je je veilig op school en op welke plekken wel of niet? Maar ook: voel je je gezien door de leerkracht? Wordt er gepest?” De resultaten worden vervolgens geanalyseerd met het managementteam. “Daar halen we meestal een paar actiepunten uit. Soms ook niet, want we scoren vaak goed. Dan hebben we ook wel eens gezegd: nu mogen we gewoon tevreden zijn.”

Ook De Vlechter analyseert de resultaten. Dominique: “Binnen de scholengroep bespreken we de uitkomsten eerst op directeursniveau en helpen we elkaar bij de mogelijke aanpak. Daarna bespreken we ze met het lerarenteam, bijvoorbeeld tijdens een studiedag.” Voor leraren volgt eveneens een reflectieproces. Veel vragen gaan over de relatie leerkracht-leerling, maar ook in de relatie tussen leerlingen onderling doet de leerkracht ertoe. “Dat moet je aan het denken zetten: wat kan ik anders doen?”

Dominique bespreekt de resultaten tot slot met de kinderen in de kinderraad. “Dan overleggen we bijvoorbeeld over acties die nodig zijn of gaan we in gesprek over wat er precies wordt bedoeld. Ook de ouders worden geïnformeerd over de resultaten.”

Beeld: © Inspectie van het Onderwijs

Aan de slag met de uitkomsten

Op grote lijnen zijn de uitslagen bij beide scholen al jarenlang goed. “Een fijne bevestiging dat onze investeringen uitbetalen”, aldus Dominique. Maar natuurlijk komen er ook uitkomsten uit waar de scholen mee aan de slag gaan.

“We hebben eigenlijk maar één schoolregel: je gaat met de ander om zoals je wilt dat de ander met jou omgaat”

Op Molenwijk bleken de kinderen de regels niet altijd helder te vinden. Monique: “We hebben eigenlijk maar één schoolregel: je gaat met de ander om zoals je wilt dat de ander met jou omgaat. Als het misgaat, gaan we daarover in gesprek.” Toch kan onduidelijkheid over regels ook een gevoel van onveiligheid geven. “Daarom zijn we de leerlingen meer uitleg gaan geven over deze visie én hebben we gezegd dat we wel afspraken met elkaar maken. Bijvoorbeeld over welke groep wanneer op het voetbalveld mag.”

Blijf het gesprek voeren

Voor scholen die willen werken aan sociale veiligheid heeft Monique een duidelijk advies: investeer in groepsvorming. “Daar kun je een heel jaar op liften. Het helpt enorm om te voorkomen dat er gedoe ontstaat in een groep.”

Als er toch iets speelt, is het belangrijk om het serieus aan te pakken. “Ga echt het gesprek aan, met individuele kinderen en met de groep. Wat gebeurt er en hoe kunnen we het voorkomen? Zet er niet meteen een straf op. Daar leren kinderen meestal minder van.”

Dominique adviseert om het team goed te betrekken: “Praat met elkaar over wat sociale veiligheid voor jullie betekent. Hoe kijken we naar kinderen? Hoe gaan we om met ouders? Wat verwachten we van elkaar?” Volgens haar is het ook belangrijk om naar de context van de school te kijken. “Wat hebben de kinderen in jouw school nodig? Als je bijvoorbeeld in een wijk met een uitdagende doelgroep, kan het helpen om extra aandacht te besteden aan naschoolse activiteiten.”

Beeld: © Inspectie van het Onderwijs

Je school beter en veiliger maken

Beide schoolleiders moedigen scholen aan om de monitor echt te benutten. Monique: “Het is belangrijk om de peilstok in je organisatie te steken. Je kunt het gevoel hebben dat de sfeer goed is, maar het is waardevol om dat ook bevestigd te krijgen. Af en toe komt er een signaal uit voort dat toch aan je zicht is ontglipt en dan moet je daarmee aan de slag.”

Dominique vat het samen: “Zie monitoren niet als een verplichting, maar als een verrijking. Het is een moment om stil te staan bij wat je doet en om te kijken of je dingen anders kunt aanpakken. Soms bevestigt het je gevoel, soms ontdek je iets nieuws. Gebruik het om je school beter en veiliger te maken.”

In het rapport De Staat van het Onderwijs 2026 leest u dat voor de meeste leerlingen en studenten hun school of instelling een veilige plek is waar zij leren, contact hebben met leeftijdsgenoten en zich verder ontwikkelen. Toch zijn er ook leerlingen en studenten met wie het niet goed gaat, die gepest worden of somber zijn. Psychische en sociale veiligheid vraagt om verbinding met alle leerlingen en studenten.