Samen kijken wat passend is voor de leerling

Passend onderwijs

Op Auris de Spreekhoorn zitten leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en slechthorende leerlingen. Door nauwe samenwerking met het reguliere onderwijsveld en de ambulante dienst kunnen steeds meer leerlingen regulier onderwijs volgen. Dat is positief, omdat uit onderzoek blijkt dat leerlingen in het regulier onderwijs meer kans hebben op een succesvolle schoolcarrière. Bijkomend voordeel is dat leerlingen in het reguliere onderwijs zo leren met verschillen om te gaan. In dit interview vertellen schoolleider Etske Lauwerijssen en leraar en ambulant dienstverlener Sanne van Zanten over hoe die samenwerking verloopt: “Maatwerk en zichtbaarheid zijn heel belangrijk.”

Waarom is het belangrijk voor kinderen om naar het reguliere onderwijs te gaan?

Sanne: “Zo kunnen kinderen in hun eigen omgeving dichtbij huis met hun eigen vriendjes meedoen. Kinderen met TOS kunnen zich bovendien optrekken aan kinderen met een sterkere taalbeheersing. Het helpt hen om ergens bij te kunnen aanhaken. Ik begeleid een leerling uit groep 6 die onlangs een presentatie heeft gegeven met het onderwerp ‘Ervaar TOS met mij’. Klasgenoten snappen daardoor beter waarom een leerling meer tijd nodig heeft, soms niet zo snel reageert of iets niet zo goed kan verwoorden. En voor het kind zelf helpt het om meer inzicht te krijgen in wat het voor hem betekent.”

Beeld: © Inspectie van het Onderwijs

Sanne van Zanten (leraar en ambulant dienstverlener, links) en Etske Lauwerijssen (schoolleider) van Auris de Spreekhoorn in Breda

De Spreekhoorn werkt nauw samen met de ambulante dienst. Wat houdt dat in?

Etske: “De ambulante dienst is gericht op systeembegeleiding. Dat houdt in dat zij de leerkracht in het regulier onderwijs coachen. Als dat niet genoeg is, vindt er ook leerlingbegeleiding plaats, waarbij ze een-op-een met de leerling werken. Samen kijken we welke interventie passend is. Die interventie leert Sanne weer aan de leerkracht.”

Sanne: “Ik zie mijn duofunctie als leraar en ambulant dienstverlener daarom als een groot voordeel. Ik weet hoe het is om voor de klas te staan en kan de leerkracht bijvoorbeeld helpen bij de lesvoorbereiding. We kijken dan welke aanpassingen fijn zijn voor de leerling. Vervolgens geven we die les samen of ik geef een voorbeeldles.”

Wat geef je de leraren in het reguliere onderwijs mee?

Sanne: “Visualiseren is heel belangrijk, dat gebeurt lang niet overal. Je wil voorkennis overbrengen aan de leerling. Bijvoorbeeld door te praten over het onderwerp en plaatjes te bekijken voordat je een tekst of boek bespreekt. Of kies alvast paar woorden uit de tekst en leg die uit, zodat de kinderen tijdens het lezen veel beter kunnen aanhaken bij de inhoud van de tekst.”

Beeld: © Inspectie van het Onderwijs

Hoe bepaal je of kinderen vanuit de Spreekhoorn terug kunnen naar het reguliere onderwijs?

Etske: “Elk jaar worden alle leerlingen, dus zowel in het speciaal onderwijs als in de ambulante dienst, geëvalueerd in de commissie van leerlingenzorg. Daar kijken we naar de ontwikkeling en of het kind de doelen heeft gehaald. Bij die evaluatie zit ook altijd een ambulant dienstverlener, omdat zij de meest recente kennis hebben van het reguliere onderwijsveld. Tussendoor evalueren we leerlingen ook met de logopedist. Als een leerling echt opvalt kunnen we de bespreking in de commissie vervroegen.”

Sanne: “Ik werk nu zestien jaar op de Spreekhoorn en heb onze populatie zien veranderen. Steeds meer kinderen blijven in het reguliere onderwijs; alleen de kinderen met een ernstige taalontwikkelingsstoornis zitten bij ons op school. Dat komt door de toename van ambulante begeleiding en door de toename van kennis over TOS in het regulier onderwijs. Een mooie ontwikkeling!”

“Er komen best wel veel kleintjes binnen. Dat willen we ook, want die zijn heel erg ontvankelijk voor taalontwikkeling”

Etske: “De groepsopbouw op de Spreekhoorn is een piramide. We hebben vier kleutergroepen, twee groepen 3/4/5 en één groep 6/7/8. Er komen dus best wel veel kleintjes binnen. Dat willen we ook, want die zijn heel erg ontvankelijk voor taalontwikkeling. Een TOS gaat niet over, maar met de juiste begeleiding kan je ze veel meegeven. In groep 3 en 4 stromen veel kinderen weer uit naar regulier onderwijs.”

Hoe betrekken jullie ouders bij dit proces?

Sanne: “Tijdens oudergesprekken praten we over de ontwikkeling van het kind. Als in de commissie van leerlingenzorg een terugkeer naar regulier onderwijs is besproken, gaan we natuurlijk ook met de ouders om tafel. Als een leerling niet meer aan de criteria voldoet om op de Spreekhoorn te blijven, is dat een voldongen feit. Dat vinden ouders soms wel spannend, want de Spreekhoorn is een veilige omgeving. We gaan hier dan het gesprek over aan en bekijken samen welke school het beste past.”

  1. Leerlingen spelen met een tangram
  2. Een leerling maakt een puzzel

Hoe zorgen jullie dat de overstap naar regulier onderwijs succesvol verloopt?

Etske: “70% van de leerlingen krijgt ambulante begeleiding mee. Voor 30% is dat niet nodig, omdat de ernst van de TOS toch niet zodanig is – dat is bij de jongste leerlingen lastig vast te stellen - of omdat ze naar een andere speciaal onderwijsvoorziening gaan. Krijgt een leerling geen ambulante begeleiding, dan gaat de leerkracht van de Spreekhoorn na ongeveer twee weken een dagdeel kijken hoe het gaat. Die let dan op zaken als: zie ik dezelfde leerling of gedraagt de leerling zich anders? Heeft de leerkracht nog vragen of kan ik nog tips geven?”

“De ambulant dienstverlener is de schakel tussen speciaal en regulier onderwijs”

Sanne: “Als ik als ambulant dienstverlener een leerling ga begeleiden die nu nog op de Spreekhoorn zit, probeer ik die eerst meerdere malen in de klas te observeren. Ik ga in gesprek met de leerkracht en de logopedist en kijk in het dossier wat de leerling nodig heeft. Ook heb ik voor de overstap al contact met de leerkracht van de nieuwe school. Voor hen kan het best even wennen zijn. Zeker als je al dertig leerlingen in je klas hebt, waarvan er misschien wel tien extra zorg nodig hebben. Dat is begrijpelijk, we zijn allemaal mensen. Daarom hebben we als ambulante dienst de focus op coaching van de docent. Zo begeleiden we de hele overstap. Je bent als ambulant dienstverlener de schakel tussen speciaal en regulier onderwijs.”

Etske: “Halverwege het schooljaar kijken we bij alle leerlingen die zijn overgestapt naar regulier onderwijs hoe het nu gaat. We kijken ook naar leerlingen zonder ambulante begeleiding, want wellicht is er toch een ondersteuningsvraag vanuit de school. Waar heeft die leerling misschien nog moeite mee? Dat kan iets heel praktisch zijn, zoals bepaalde rekenvaardigheden die nog niet op niveau blijken te zijn. Dan steken we daar meer tijd in. Over het algemeen gaat de overstap heel goed. 95% van de kinderen zit na verloop van tijd nog steeds op de school waar wij ze naar verwezen hebben.”

Beeld: © Inspectie van het Onderwijs

Wat zijn belangrijke elementen voor een goede samenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs?

Sanne: “Een goede relatie tussen de scholen is belangrijk, zodat je kunt anticiperen op wat er nodig is. Want school A heeft iets anders nodig dan school B. Iedere leerling en school vraagt om maatwerk. Op een paar scholen begeleid ik meerdere leerlingen. Ik probeer daar een hele dag te zijn: ik ga naar de verschillende groepen, lunch met het hele team en voer coachingsgesprekken na schooltijd. Zo word je steeds meer onderdeel van het team en weet de school jou ook goed te vinden bij vragen. Maatwerk en zichtbaarheid, daar draait het om. Wij geven daarom ook trainingen en presentaties over TOS en slechthorendheid, want dat is nog best onbekend.”

Etske: “Ik vind het belangrijk dat we samen kijken wat passend is voor een leerling. Zo sluit ik aan bij een intervisieteam van het samenwerkingsverband, waarin allerlei casussen besproken worden. Die samenwerking is heel mooi. Je wil zoveel mogelijk partijen en expertises aan tafel hebben. Andersom zijn wij ook heel open op de Spreekhoorn. Iedereen is welkom om mee te kijken. Zichtbaarheid en leren van elkaar, dat zit heel erg in de organisatie. We hebben een gemeenschappelijk doel: het beste voor iedere leerling.”

In het rapport De Staat van het Onderwijs 2026 wordt benadrukt dat de kwaliteit van extra ondersteuning moet verbeteren om deelname aan regulier onderwijs te vergroten. Het verhaal van deze school laat zien welke aanpak daarbij kan helpen.