2025 | Ontwikkelingen in het toezicht op het funderend onderwijs

Kamerbrief minister en staatssecretaris van OCW

In december 2025 publiceerden de minister en staatssecretaris van OCW een Kamerbrief over ontwikkelingen in het toezicht op het funderend onderwijs. Aanleiding hiervoor waren de zorgen over het aantal schoolbezoeken door de Inspectie van het Onderwijs. In het voorjaar van 2025 werden twee moties aangenomen: motie Rooderkerk c.s. (periodieke fysieke bezoeken aan alle scholen, zo dicht mogelijk bij de 4 jaar)1 en motie Kisteman/Rooderkerk (minder tijdsintensieve, maar vaker onaangekondigde bezoeken, zonder kwaliteitsverlies)2. De Kamerbrief schetst hoe de regering hieraan vorm wil geven, inclusief de voortgang op verbeteracties rond informatievoorziening en verantwoording over het aantal schoolbezoeken. Verder wordt ingegaan op de ontwikkeling van de nieuwe onderzoekskaders, een update over het wetsvoorstel voor eisen aan bestuurders en intern toezicht, en een verkenning naar het handhavingsinstrumentarium.

Periodieke schoolbezoeken

De inspectie onderzocht de haalbaarheid van de moties en werkte 3 scenario’s uit binnen de budgettaire kaders.3 De voorkeur gaat uit naar scenario 2: jaarlijks 350 extra onaangekondigde bezoeken in het primair onderwijs. Hiermee wordt ongeveer 75% van de scholen minimaal eens per 6 jaar, en geen school langer dan 8 jaar niet – bezocht. Dit behoudt ruimte voor stelselonderzoeken en sluit aan bij de resultaten van een externe peer-review, die benadrukt dat verschillende toezichtniveaus (stelsel, bestuur, scholen) elkaar versterken.4 De nieuwe periodiciteit van 6 tot 8 jaar is aangekondigd om vanaf 2028 officieel te worden ingevoerd.

Onderzoek naar de informatievoorziening

In het verleden is de jaarlijkse rapportage over het aantal schoolbezoeken niet altijd volledig geweest, waardoor onduidelijkheden zijn ontstaan. Eind 2024 meldde het tv-programma Nieuwsuur dat het de inspectie tussen 2014 en 2019 niet gelukt is alle basisscholen eens per 4 jaar te bezoeken. Naar aanleiding van dat signaal heeft de Auditdienst Rijk (ADR) op verzoek van het ministerie onafhankelijk onderzoek verricht naar de informatieverstrekking aan de Tweede Kamer over de frequentie van schoolbezoeken in het funderend onderwijs.5

Naar aanleiding van het ADR-rapport wordt de werkwijze op 3 punten verbeterd:

  1. Betere governancepraktijken in de samenwerkingsafspraken tussen de inspectie en het departement;
  2. Dialoog tussen het departement en het parlement;
  3. Betere registratie van en verantwoording over het aantal schoolbezoeken.

Nieuwe onderzoekskaders vanaf augustus 2027

Vanaf augustus 2027 zullen nieuwe, compactere en duidelijkere onderzoekskaders van de inspectie van kracht worden. Naast structureel toezicht (gestandaardiseerd en voorspelbaar) komt er meer ruimte voor adaptief toezicht, zodat de inspectie gericht en op maat kan inspelen op nieuwe ontwikkelingen.

Herziening onderwijsresultatenmodel

Omdat leerresultaten een belangrijke indicator van de onderwijskwaliteit zijn, hebben deze een prominente rol in het toezicht. Voor de beoordeling van de leerresultaten gebruikt de inspectie het onderwijsresultatenmodel. ‘Het toezicht op de minimale eisen voor leerresultaten zorgt voor een betrouwbare en gelijke lat voor alle scholen. Tegelijkertijd zeggen deze resultaten niet alles over onderwijskwaliteit. Het is niet de bedoeling dat scholen vanuit het onderwijsresultatenmodel een perverse prikkel ervaren om op een voor leerlingen nadelige manier te sturen op betere leerresultaten.’ De motie Stoffer/Ceder verzoekt de regering ‘de doorstroomtoets verder te ontwikkelen tot een instrument dat weer primair ten dienste staat aan de leerling en de leerkracht.’6 De motie Kwint verzoekt om ‘scholen niet langer af te rekenen op zittenblijven en op- en afstroom’ om concurrentie te voorkomen.7 De motie Soepboer vraagt om ‘een geconcentreerder toezichtmodel waarbinnen goed onderwijs en goed bestuur het belangrijkst zijn en ook als dusdanig worden gewogen’.8

De volgende wijzigingen van het onderwijsresultatenmodel zijn aangekondigd:

  • Scholen krijgen niet langer automatisch het eindoordeel ‘onvoldoende’ als zij onvoldoende scoren op de standaard Resultaten.
  • Nieuwkomers worden voortaan niet slechts 2, maar 4 jaar buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van Resultaten.
  • Tussentijdse opstroom in het voortgezet onderwijs wordt gewaardeerd.
  • Nieuwe normen voor de indicator ‘onderwijspositie’ voor categorale gymnasia worden geïntroduceerd.

Eisen stellen aan bestuur en intern toezicht

Er wordt gewerkt aan een wetsvoorstel met eisen aan kwaliteit, professionaliteit en integriteit van besturen in het funderend onderwijs, inclusief verduidelijkingen over intern toezicht. De inspectie zal hierop toezien. Daarnaast wordt onafhankelijk intern toezicht voor samenwerkingsverbanden verplicht (conform de motie Van den Hul/Westerveld9), en komt er een VOG-verplichting voor bestuurders en intern toezichthouders. De staatssecretaris streeft ernaar dat het wetsvoorstel in het eerste kwartaal van 2026 ter internetconsultatie wordt aangeboden.

Handhavingsinstrumentarium

In november 2023 werd een verkenning naar verbetering van de handhavingsmogelijkheden van de inspectie aangekondigd.10 Uit de verkenning blijkt dat het huidige instrumentarium meestal voldoende mogelijkheden biedt om in te grijpen, maar dat in sommige gevallen aanvullende interventiemogelijkheden wenselijk zijn. Deze worden nader uitgewerkt en afgewogen binnen lopende trajecten.

1 Kamerstukken II, 2024/25, 31293, nr. 791.

2 Kamerstukken II, 2024/25, 31293, nr. 792.

3 Inspectie van het Onderwijs (2025). Uitvoeringstoets motie Rooderkerk c.s. 

4 Van Lint, R., Ehren, M. Kockelkoren, T., de Vries, F., Wassenaar, M. & Ruel, W. (2025) Vooruitblikkend toezicht, inzicht in oorzaken: handhaven en agenderen: Een review naar de rol en werkwijze van de Onderwijsinspectie.

5 Ministerie van Financiën (2025). Informatieverstrekking over de Bezoekfrequentie van de Inspectie van het Onderwijs aan scholen in het Funderend Onderwijs in de periode 2012-2021.

6 Kamerstukken II, 2024/25, 31293, nr. 771.

7 Kamerstukken II, 2022/23, 36200 VIII, nr. 190.

8 Kamerstukken II, 2023/24, 31289, nr. 580.

9 Kamerstukken II, 2020/21, 31497, nr. 373.

10 Kamerstukken II, 2023/24, 31 293, nr. 70.