Gastblog: “De doelen staan voorop, de cijfers zijn het middel”
Financieel beheer
Begroten zie ik niet alleen als een financieel proces, maar vooral als een manier om onderwijsdoelen en de inzet van middelen beter met elkaar te verbinden. Onze scholengroep werkt daarom al een aantal jaar aan de koppeling tussen ambities, onderwijskwaliteit en financiële keuzes. Een ontwikkeling die vaak wordt aangeduid als beleidsrijk begroten, maar die begint ruim voordat de begroting op tafel ligt.
Beeld: © Inspectie van het Onderwijs
Reinier van de Wal is bestuurder van Stichting Confessioneel Onderwijs Leiden (SCOL)
Als wij starten met begroten, zijn onze onderwijskundige ambities het vertrekpunt. Pas daarna volgt voor ons de vraag welke inzet van mensen en middelen nodig is om onze doelen te realiseren.
Vanuit onze meerjarige koers 2023-2027 werken we toe naar schoolplannen, jaarplannen en uiteindelijk de (meerjaren)begroting. De koers beschrijft onze ambities op het gebied van onderwijskwaliteit, basisvaardigheden, kansengelijkheid, veerkracht en samenleven. De koers geeft richting aan de waarden die op al onze scholen zichtbaar moeten zijn. De Kaderbrief, waarin de hoofdlijnen van ons financiële beleid en de belangrijkste keuzes voor de komende periode zijn vastgelegd, helpt om deze ambities te vertalen naar concrete prioriteiten en financiële keuzes. Op die manier zetten we onze ambities steeds beter om naar de inzet van mensen en middelen. Die vertaalslag is voortdurend in ontwikkeling.
Door onze doorlopende aanpak past de term beleidsrijk ontwikkelen en begroten beter bij ons dan alleen beleidsrijk begroten. Die keuze is bewust. Het versterken van de verbinding tussen onderwijsdoelen, middelen en verantwoording vraagt tijd, afstemming en veel gesprekken tussen bestuur, schoolleiders, medewerkers en toezichthouders. De echte uitdaging zit in het tijdig en gezamenlijk bepalen welke doelen prioriteit krijgen en welke middelen daarbij horen.
Veel begrotingen beginnen bij de beschikbare middelen. Wij beginnen liever bij de vraag wat het onderwijs nodig heeft.
Daar hoort ook een belangrijke afweging bij: waar ligt de verantwoordelijkheid voor de inzet van middelen? Bij ons werken scholen met een begroting voor de eigen school. Schoolleiders zijn niet alleen verantwoordelijk voor de onderwijskundige koers van hun school, maar ook voor de financiële keuzes die daarbij horen. Zo komen ambities, uitvoering en verantwoording zoveel mogelijk op dezelfde plek samen. Tegelijkertijd ontstaat die begroting binnen een gezamenlijke koers. Als scholengroep bepalen we samen welke doelen prioriteit hebben en welke kaders daarbij horen. Scholen vertalen die gezamenlijke koers vervolgens naar de praktijk van hun eigen school en begroting.
Voor ons is beleidsrijk ontwikkelen en begroten heel duidelijk een gezamenlijke opgave. We zien Stichting Confessioneel Onderwijs Leiden (SCOL) als één scholengroep, waarin scholen er ook voor elkaar zijn. De ene school heeft soms de wind in de rug, terwijl een andere locatie juist te maken krijgt met krimp of andere uitdagingen. Dat vraagt om gesprekken over hoe we middelen zo inzetten dat ze terechtkomen waar ze op dat moment het hardst nodig zijn.
Daarom voeren we die gesprekken met elkaar. Bestuur, schooldirecteuren en collega's van het bestuursbureau brengen ieder hun eigen kennis en perspectief in. Het bestuursbureau ondersteunt de scholen op uiteenlopende gebieden, van financiën en HR tot het beheer en de ontwikkeling van de schoolgebouwen. De controller speelt daarbij een belangrijke rol. Door steeds weer de verbinding te leggen tussen ambities, middelen en verantwoording, helpt de controller om keuzes inzichtelijk te maken. Zo werken we samen aan de doelen die we als scholengroep hebben vastgesteld en aan goed onderwijs voor onze leerlingen.
Als scholen verantwoordelijk zijn voor hun onderwijs, hoort ook het eigenaarschap over financiële keuzes bij de school zelf.
Ook bij investeringen beginnen we met de vraag wat het onderwijs nodig heeft. Pas daarna kijken we welke investeringen daarbij passen. We kunnen natuurlijk niet iedere wens direct uitvoeren. Daarom maken we steeds dezelfde afwegingen: draagt een investering bij aan de doelen die we hebben gesteld, is er financiële ruimte en hebben we voldoende capaciteit om die investering ook daadwerkelijk te realiseren? Alleen als die drie elementen samenkomen, nemen we een investering op in onze plannen. Niet alles kan tegelijkertijd. Het is dus belangrijk om duidelijke prioriteiten te stellen en daarin samen keuzes te maken.
Onderwijskwaliteit gaat bovendien over meer dan leerresultaten alleen. Wij spreken vaak over een ecosysteem, waarin onderwijsontwikkeling, ondersteuning, innovatie en professionalisering met elkaar verbonden zijn. Een investering in het ene domein heeft vaak ook effect op andere onderdelen van de organisatie.
Om financieel gezond te blijven, kijken we naar het komende jaar én verder vooruit. Daarom werken we met meerjarenbegrotingen en risicoanalyses. We brengen ontwikkelingen zoals kostenstijgingen, veranderingen in de bekostiging en schommelingen in leerlingaantallen in beeld. Dat helpt ons om tijdig bij te sturen en financiële keuzes in lijn te houden met onze onderwijsdoelen.
We maken bewust onderscheid tussen structurele en tijdelijke middelen. Tijdelijke middelen kunnen ruimte bieden voor nieuwe initiatieven, maar vragen ook om terughoudendheid. Wanneer een subsidie of regeling afloopt, wil je niet dat belangrijke onderdelen van het onderwijs onder druk komen te staan. Ambities zoals het versterken van basisvaardigheden, professionalisering of onderwijsontwikkeling vragen immers om continuïteit. Ze laten zich niet in één of twee jaar realiseren, maar vragen om een meerjarige inzet van mensen en middelen.
Het verbinden van onderwijsdoelen, investeringen en financiële keuzes is een proces dat zich over meerdere jaren ontwikkelt.
Kortom: goed beleidsrijk ontwikkelen en begroten vraagt om een gezamenlijke blik op de toekomst. Het begint met de vraag waar je als organisatie naartoe wilt en wat het onderwijs daarvoor nodig heeft. Van daaruit maak je keuzes over de inzet van mensen, middelen en capaciteit. Die ontwikkeling vraagt tijd, samenwerking en voortdurende afstemming. Maar de kern blijft eenvoudig: de doelen staan voorop, de cijfers zijn het middel.
In het rapport De Staat van het Onderwijs 2026 staan aanbevelingen over financieel beheer. Een van de aanbevelingen aan besturen is om te zorgen voor een actueel beeld van inkomsten en uitgaven om verrassingen te voorkomen. En om adequaat te reageren als zich wél verrassingen voordoen.