Meer flexibiliteit in bevoegdhedenregeling en bij lerarenopleidingen nodig

Goed onderwijs vraagt om goede leraren. Een afgeronde lerarenopleiding blijft de beste waarborg voor goed onderwijs. Om dat voor de toekomst veilig te stellen is het wenselijk dat er meer flexibiliteit komt in de bevoegdhedenregeling. Bovendien zouden bekwame docenten breder inzetbaar of breder bevoegd moeten kunnen worden zonder concessies te doen aan de kwaliteit. Daarnaast zou nog meer flexibiliteit in de lerarenopleidingen helpen. Tegelijkertijd zou het helpen als scholen zich – meer dan nu – richten op strategisch HRM-beleid en hun personeel goed scholen.

Dat zijn de belangrijkste aanbevelingen uit een onderzoek dat de Inspectie van het Onderwijs deed naar de oorzaken voor onbevoegd gegeven lessen. De inspectie onderzocht 101 vestigingen (282 afdelingen) voor voortgezet onderwijs waar veel onbevoegd les wordt gegeven. 22 van deze schoolvestigingen zijn diepgaander onderzocht.

Redenen voor onbevoegde lessen

Tijdelijke vervanging vanwege een moeilijk vervulbare vacature is de meest genoemde reden voor onbevoegd gegeven lessen. Overigens is dat onder voorwaarden tijdelijk toegestaan.

Een andere belangrijke reden voor onbevoegd gegeven lessen is dat vacatures vaak maar voor heel weinig uren zijn en het lastig is om daarvoor bevoegde leraren te vinden.

Overigens blijkt op de onderzochte scholen 62% van de docenten die onbevoegd lesgeeft, wél degelijk een bevoegdheid te hebben, maar niet de juiste voor de les die ze geven.

Samenwerking nodig voor oplossingen

De grens van de ‘makkelijke oplossingen’ is wel bereikt; de regelgeving is ingewikkeld, de route om ‘aanvullende’ bevoegdheden te halen wordt als zwaar ervaren en voor bepaalde vakken is het momenteel vrijwel onmogelijk om bevoegde docenten te vinden. Complexe wetgeving en het lerarentekort maken het soms onmogelijk om alle lessen binnen de grenzen van de wet te geven.
Onbevoegd lesgeven is een probleem met vele oorzaken. Daardoor zijn er ook geen eenvoudige of enkelvoudige oplossingen. Om deze problemen op te lossen is samenwerking nodig tussen scholen, onderwijsorganisaties,  lerarenopleidingen en het ministerie van OCW.

Zo zouden er betere mogelijkheden kunnen komen om docenten breder inzetbaar of breder bevoegd te laten worden. Nog meer flexibiliteit in de lerarenopleidingen kan ook helpen. Bijvoorbeeld doordat lerarenopleidingen een modulair opleidingssysteem ontwikkelen, waarbij studenten gezamenlijk een pedagogische en (vak)didactische basis volgen en daarna een vakspecialisatie.

Daarnaast is het belangrijk dat scholen zich –meer dan nu– richten op strategisch HRM-beleid en hun personeel goed scholen. Specialisatie van docenttaken draagt ook bij aan een oplossing. Sommige docenten kunnen zich dan meer richten op de leerlingbegeleiding, terwijl andere docenten zich specifiek richten op de vakkennis en -ontwikkeling. De scholen dienen duidelijk te maken welk soort leraar zij willen.

Werken aan imagoverbetering van de docent kan leiden tot uitgebreide werving van nieuwe en het behouden van kwalitatief goed opgeleide leraren.

De inspectie heeft in haar onderzoekskader 2017 opgenomen dat het bestuur verantwoording aflegt over zijn zorg voor bekwaam en bevoegd personeel.
De inspectie gaat tijdens haar kwaliteitsonderzoeken met besturen over dit onderwerp in gesprek. Waar nodig zal ze het bestuur hierop aanspreken.